Het besmeurde oppervlak in stallen: een vergeten factor in het ammoniakdebat?

Ammoniakuitstoot uit melkveestallen is een belangrijk onderwerp in het stikstofdebat. De Nederlandse veehouderij werkt met RAV-factoren (Regeling Ammoniak en Veehouderij), die aangeven hoeveel ammoniak per koe (GVE) jaarlijks vrijkomt. Deze factoren worden gebruikt in vergunningverlening en beleidsvorming, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Een groeiende hoeveelheid wetenschappelijke literatuur wijst op het belang van het besmeurde oppervlak in de stal als bepalende factor voor ammoniakemissie. Dit inzicht vraagt om een herijking van onze benadering.

De rol van het besmeurde oppervlak

Ammoniak wordt gevormd wanneer mest en urine in contact komen en ureum wordt omgezet in ammoniak. Het oppervlak van de stalvloer dat in contact komt met deze mengsels bepaalt hoeveel ammoniak vrijkomt. Dit besmeurde oppervlak is daarmee een directe bron van emissie, vaak goed voor 60% van de totale uitstoot in rundveestallen. De resterende emissie komt veelal uit mestopslagen onder de stal.

Het besmeurde oppervlak is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder:

  • Het vloertype: Emissiearme vloeren, zoals roosters met mestschuiven of rubberen matten, verminderen de contacttijd tussen mest en urine.
  • Management van de stal: Regelmatige reiniging en snel verwijderen van mest kunnen de ammoniakvorming sterk beperken.
  • Aantal dieren en stalbezetting: Hoe meer dieren in een beperkte ruimte, hoe gunstiger ter het besmeurde oppervlak.

Wetenschappelijke inzichten: meer dan RAV-factoren

De huidige RAV-factoren bieden een generieke schatting van ammoniakemissies, gebaseerd op metingen in representatieve stallen. Deze factoren houden echter onvoldoende rekening met specifieke omstandigheden in individuele stallen. Recent onderzoek, zoals uitgevoerd in het project Netwerk Praktijkbedrijven, laat zien dat de werkelijke emissies in de praktijk vaak lager uitvallen dan de RAV-waarden. In sommige gevallen kan het verschil oplopen tot 30%.

Bovendien blijkt dat het toepassen van emissiearme technieken, zoals emissiearme vloeren of mestschuiven, in combinatie met aangepast management kan leiden tot significante reducties. Dit benadrukt het belang van maatwerk en monitoring in plaats van generieke aannames.

Praktische oplossingen voor emissiereductie

Om ammoniakemissies effectief te reduceren, kunnen veehouders zich richten op de volgende maatregelen:

  1. Emissiearme vloeren: Het gebruik van speciale vloeren die mest en urine sneller afvoeren, verkleint het besmeurde oppervlak en vermindert ammoniakvorming.
  2. Frequent mestbeheer: Regelmatig reinigen van de stalvloer voorkomt langdurig contact tussen mest en urine.
  3. Verlaging van de staltemperatuur: Lagere temperaturen vertragen het chemische proces dat ammoniak produceert, wat tot 5% emissiereductie per graad kan opleveren.
  4. Optimalisatie van ventilatie: Het voorkomen van te hoge luchtsnelheden boven het besmeurde oppervlak kan de ammoniakemissie beperken.

Tijd voor een nieuw beleid

Het huidige beleid, gebaseerd op RAV-factoren, negeert grotendeels de rol van het besmeurde oppervlak en de specifieke omstandigheden in individuele stallen. Door meer aandacht te geven aan het ontwerp en management van stallen, kan de veehouderij effectiever bijdragen aan emissiereductie zonder onnodige kosten te maken.

Dit vraagt om een verschuiving in het beleid:

  • Meer maatwerk in vergunningverlening: RAV-factoren kunnen worden aangepast op basis van stalontwerp en managementpraktijken.
  • Monitoring van emissies op locatie: Door gebruik te maken van sensoren en directe metingen kan beter worden vastgesteld welke factoren emissies beïnvloeden.
  • Opleiding en ondersteuning van veehouders: Kennis over het belang van het besmeurde oppervlak en effectieve maatregelen moet breed worden gedeeld.

Waar staan we?

De ammoniakemissies uit stallen worden niet alleen bepaald door het aantal dieren, maar ook door het ontwerp en beheer van de stal. Het besmeurde oppervlak speelt hierin een cruciale rol en verdient meer aandacht in zowel wetenschappelijk onderzoek als beleid. Een focus op maatwerk en innovatie kan leiden tot significante emissiereducties zonder dat dit ten koste gaat van de economische levensvatbaarheid van de sector.

Door wetenschap en praktijk te combineren, kunnen we een eerlijk en effectief stikstofbeleid vormgeven. Dit is niet alleen beter voor de natuur, maar ook voor de boeren die het moeten uitvoeren.

PS Hieronder vindt u een selectie van wetenschappelijke publicaties en rapporten die ingaan op de relatie tussen het besmeurde oppervlak in melkveestallen en de ammoniakemissie:

  1. Ogink, N.W.M., et al. (2014). Emissies van ammoniak en methaan uit melkveestallen in het Netwerk Praktijkbedrijven: Tussenresultaten van praktijkmetingen op 15 onderzoeksbedrijven. Wageningen Livestock Research. WUR Research
  2. Schep, C.A., et al. (2024). Emissies van ammoniak en methaan uit melkveestallen in het Netwerk Praktijkbedrijven: Tussenresultaten van praktijkmetingen op 15 onderzoeksbedrijven. Wageningen Livestock Research. Edepot
  3. CLM Onderzoek en Advies (2024). Inzicht in de ammoniakemissie op Schiermonnikoog.CLM
  4. Wageningen University & Research (2023). Ammoniakemissie op Koeien & Kansen bedrijven gemiddeld 56 kg NH3 per hectare.WUR
  5. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2017). Bijlage 1 Berekening emissiefactoren open melkveestallen.

Plaats een reactie