De landbouwsector staat onder druk om ammoniakemissies te reduceren vanwege de schadelijke effecten op het milieu en de steeds strenger wordende regelgeving. In dit kader worden mestadditieven gezien als een veelbelovende oplossing. Twee rapporten bieden waardevolle inzichten in deze technologieën. Het eerste rapport, opgesteld door HAS Hogeschool in 2020, richt zich op een brede inventarisatie van additieven die op de Europese markt beschikbaar zijn. Het tweede rapport, gepubliceerd door Wageningen Livestock Research in 2023, gaat dieper in op de effectiviteit van specifieke additieven voor rundveemest. Hoewel de rapporten verschillen in aanpak en focus, bieden ze samen een belangrijk perspectief op de potentie en beperkingen van mestadditieven.
Ammoniakreductie in de Stal: De Rol van Mestadditieven. #stikstofinfo by Wouter de Heij
Read on Substack
Inzichten uit het HAS-onderzoek
Het rapport van HAS Hogeschool heeft tot doel kennis te vergaren over 31 mestadditieven en de claims van producenten te valideren. De onderzoekers verdeelden de additieven in drie categorieën: biologische, chemische en fysische middelen. Ze combineerden literatuuronderzoek met interviews en enquêtes om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen.
Bij de biologische additieven, die meestal gebaseerd zijn op micro-organismen, kwamen veelbelovende claims naar voren, zoals een reductie in ammoniak- en methaanemissies. Echter, het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing zorgde voor twijfel over de betrouwbaarheid van deze claims. Een uitzondering hierop is Multikraft EM, dat in sommige studies een reductie van ammoniakemissies van 20% liet zien, maar de resultaten waren niet consistent.
De chemische additieven, waaronder aanzuurmethoden zoals SyreN en JH acidification NH4+, toonden de grootste belofte. Deze middelen verlagen de pH van mest en voorkomen dat ammoniak ontsnapt naar de atmosfeer. In experimenten werden reducties tot wel 64% in ammoniakemissies bereikt. Fysische additieven zoals Active NS en AMFA lieten ook interessante resultaten zien, met reducties variërend van 30% tot 38%, maar ook hier was er behoefte aan meer bewijs uit de praktijk.
Het rapport concludeerde dat hoewel sommige methoden veelbelovend zijn, de meeste claims van producenten onvoldoende zijn onderbouwd. Dit bemoeilijkt een objectieve beoordeling van de effectiviteit en toepasbaarheid van deze technologieën.
De Wageningen-benadering: Dieper in op Effectiviteit
Het rapport van Wageningen Livestock Research richt zich specifiek op additieven die ammoniakemissies uit rundveemest kunnen verminderen. Wageningen baseerde zich deels op de HAS-inventarisatie, maar voegde ook nieuwe inzichten en experimenten toe.
Bij de biologische additieven bevestigde Wageningen het gebrek aan consistentie in de resultaten. Multikraft EM, een product op basis van effectieve micro-organismen, liet in een enkele proef een reductie zien van 20% in ammoniakemissies bij rundveemest, maar de methodologie van deze studie werd als zwak beoordeeld. Het ontbreken van een duidelijk werkingsmechanisme en reproduceerbare resultaten maakt het moeilijk om het gebruik ervan aan te bevelen.
Chemische additieven kwamen opnieuw naar voren als de meest effectieve oplossing. Het SyreN-systeem, dat mest aanzuurt tijdens het uitrijden, reduceerde ammoniakemissies met 49% bij gebruik van sleepslangen. Het JH acidification NH4+-systeem, dat mest in een externe tank behandelt, behaalde reducties tot 64% in de varkenshouderij en heeft potentieel voor de melkveehouderij. Toch waarschuwt Wageningen voor mogelijke neveneffecten, zoals de ophoping van zwavel in de bodem en risico’s voor oppervlaktewater.
Een opvallende toevoeging in het Wageningen-rapport is de aandacht voor magnesiumchloride als additief. Dit middel vormt struviet, een vaste stof die ammonium bindt en daarmee ammoniakemissies reduceert. Op laboratoriumschaal werden reducties tot 40% gemeten, maar praktische beperkingen, zoals overbemesting van magnesium, maken brede toepassing problematisch.
Een Samenvloeiing van Inzichten
De rapporten bieden een interessant contrast in aanpak. Het HAS-rapport biedt een breed overzicht en plaatst vraagtekens bij de wetenschappelijke onderbouwing van claims, terwijl Wageningen zich richt op diepgaande evaluatie van specifieke additieven en hun effectiviteit. Beiden benadrukken dat chemische additieven, en in mindere mate fysische additieven, de grootste potentie hebben om ammoniakemissies te reduceren.
Toch blijven belangrijke vragen onbeantwoord. Biologische additieven, hoewel populair vanwege hun natuurlijke karakter, kampen met een gebrek aan bewijs. Fysische additieven, zoals magnesiumchloride, tonen potentie, maar moeten verder worden onderzocht op lange termijn effecten op de bodem en waterkwaliteit. Chemische methoden, met name aanzuurtechnologieën, zijn effectief, maar vereisen een zorgvuldige afweging van neveneffecten en praktische toepasbaarheid.
De Weg Vooruit
Op basis van deze rapporten zijn enkele duidelijke aanbevelingen te formuleren. Producenten van mestadditieven zouden strenger gecontroleerd moeten worden op de onderbouwing van hun claims. Er is daarnaast dringend behoefte aan praktijkonderzoek dat laboratoriumresultaten valideert in reële omstandigheden. Hierbij zou speciale aandacht moeten uitgaan naar het minimaliseren van neveneffecten op de bodem en het milieu.
Daarnaast is het van belang economische modellen te ontwikkelen die het gebruik van effectieve additieven aantrekkelijk maken voor boeren. Aanzuurmethoden, bijvoorbeeld, kunnen worden gestimuleerd door subsidies of andere financiële prikkels.
Conclusie
Mestadditieven bieden een kansrijke weg om ammoniakemissies te verminderen, maar het pad is nog bezaaid met uitdagingen. Door wetenschappelijk onderzoek, beleidsontwikkeling en praktijkgericht experimenteren te combineren, kan de landbouwsector een stap zetten naar duurzamere productiemethoden. De inzichten uit de HAS- en Wageningen-rapporten vormen hierbij een waardevolle basis.

Plaats een reactie