Disclaimer: Stikstofinfo.net werkt met het middenveld en vele experts aan een eigen concept plan, dit artikel is geen weergave van de ideeën van stikstofinfo.net.
In een reactie op de stikstofdiscussie, aangewakkerd door de analyse op Foodlog en diens recente inspraak in de Statenzaal van Overijssel, pleit Krijn Poppe (Rli, LEI-DLO (WUR)) voor een fundamentelere herziening van het stikstofbeleid. Zijn benadering richt zich minder op technocratische modelgebruik en meer op waarden, normen, en bestuurlijk management.
Decentralisatie als knelpunt
Poppe betoogt dat de decentralisatie van natuurbeleid, zoals geïnitieerd door Henk Bleker, een belangrijke oorzaak is van de huidige impasse. Het huidige systeem:
- Stimuleert productiegerichte keuzes die ten koste gaan van milieudoelen.
- Faalt in een adequate aanscherping van natuurvergunningen, bijvoorbeeld door het ALARA-principe of het toepassen van Best Available Technologies (BAT).
- Het heeft een unfaire uitwerking: een bedrijf op 24 km afstand van een natuurgebied heeft nooit bezwaar kunnen maken tegen een natuurgebied, noch planschade kunnen claimen.
Volgens Poppe leidt dit tot een gebrek aan rechtvaardigheid. Hij wijst erop dat bedrijven met een eeuwigdurende vergunning nooit bezwaar hebben kunnen maken tegen de oprichting van natuurgebieden, terwijl boeren nu wel individueel verantwoordelijk worden gehouden voor de stikstofproblematiek, zoals bij PAS-melders.
Focus op emissie en rechtvaardigheid
Poppe sluit zich aan bij het idee van de BBB en het huidige kabinet om emissies in plaats van Kritische Depositiewaarden (KDW) centraal te stellen. Ook zegt Poppe “Op korte afstand van 500 meter is er mogelijk sprake van een goed aantoonbare bijdrage aan lokale depositie, op langere afstand is dat veel diffuser.” Hij stelt dat emissierechten een rechtvaardige en praktische oplossing kunnen bieden:
- Boeren zouden ammoniakrechten kunnen krijgen op basis van hun bestaande fosfaat- en dierrechten.
- Het beleid kan worden ontworpen om jaarlijks een percentage van deze rechten af te bouwen (bijvoorbeeld 3-5%), wat leidt tot een geleidelijke krimp van de sector zonder individuele boeren onevenredig te benadelen.
Nationaal beleid en solidariteit
Poppe pleit voor een nationaal beleid dat solidariteit en rechtvaardigheid waarborgt. Hij stelt voor om de stikstofproblematiek op nationaal niveau te benaderen door:
- Geen stallen binnen 500 meter, mogelijk ook minder mest uitrijden?
- Een nationale ‘omgevingsvergunning’ voor ammoniak te introduceren. Kortom, beleid om iets aan de deken te doen.
- Eventueel emissierechten te gaan gebruiken als marktinstrument om boeren te stimuleren in verduurzaming.
- Het stikstofmodel Aerius uit de wetgeving te halen en te vervangen door robuustere meet- en monitoringssystemen.
Pragmatisch én haalbaar
Poppe ziet dit nieuwe beleid als een rechtvaardige, pragmatische aanpak die boeren meer controle geeft over hun emissies. Door het gebruik van marktmechanismen kunnen boeren kiezen tussen verduurzaming, het verkopen van rechten of inkrimping van hun bedrijf. Tegelijkertijd biedt het juridisch houvast om de stikstofdoelen van Nederland op een solidaire manier te realiseren.
Met zijn betoog biedt Krijn Poppe een alternatief dat recht doet aan boeren, natuur en de maatschappij, zonder vast te lopen in technocratische details. Zijn voorstel om emissierechten te introduceren, bouwt voort op eerdere succesvolle instrumenten zoals fosfaatrechten en kan een doorbraak betekenen in het vastgelopen stikstofbeleid.

Plaats een reactie