In het recente artikel over ammoniakemissies en veehouderij heeft professor Jan Willem Erisman beweerd dat de trend in het aantal dieren de concentraties ammoniak niet volledig verklaart. Volgens hem worden de dalende aantallen dieren gecompenseerd door hogere emissies per dier, veroorzaakt door meer eiwit in het voer en genetische aanpassingen. Hoewel deze stelling wetenschappelijk lijkt, blijkt bij nadere beschouwing dat deze bewering ongefundeerd is en in strijd met bestaande data.
Voerspecialist Ronald Zom van Wageningen University & Research heeft deze argumenten grondig weerlegd. In dit artikel analyseren we zowel de beweringen van Erisman als de onderbouwing van Zom, waarbij we ons baseren op CBS-data en wetenschappelijke studies.De Claim: Meer Eiwit en Genetica Leiden tot Hogere Emissies
Erisman’s belangrijkste stelling is dat de dalende ammoniakconcentraties niet recht evenredig zijn met de afname in het aantal dieren omdat emissies per dier zijn gestegen. Dit zou te wijten zijn aan:
- Een hogere eiwitopname via het voer.
- Genetische aanpassingen die leiden tot hogere stikstofexcretie.
Zom stelt terecht: “Wie beweert, die bewijst of citeert.” Erisman’s claim wordt echter niet ondersteund door berekeningen, literatuur of een duidelijke methodologie.
De Werkelijkheid: CBS-Data en Constante N-Excretie
Uit gegevens van het CBS (“Dierlijke mest en mineralen”, 1990-2021) blijkt dat de stikstofexcretie per melkveedier redelijk constant is gebleven. Dit ondanks een toename in melkproductie per dier, wat een hogere voeropname impliceert. Hoe kan dit?
De berekening van stikstofexcretie is gebaseerd op de netto energiebehoefte (VEM), het verschil tussen de behoefte en opname uit krachtvoer en bijproducten (het VEM-gat). Dit VEM-gat wordt voornamelijk aangevuld met graskuil, snijmaïs en weidegras. Data van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en andere bronnen zoals de KringloopWijzer bevestigen dat er geen significante toename is in eiwitrijke voedermiddelen.
Bovendien blijkt uit een recente quickscan van CLM dat op Schiermonnikoog, waar ammoniakdeposities onverwacht lager waren dan voorspeld, de melkureumgehaltes juist zijn gedaald. Dit weerspreekt Erisman’s suggestie dat een hoger krachtvoergebruik automatisch leidt tot hogere ammoniakemissies.
Genetica: Ongegrond en Misleidend
Erisman’s bewering dat genetische aanpassingen leiden tot meer emissies per dier is eveneens ongefundeerd. Zoals Zom opmerkt, is de voerefficiëntie van melkvee juist verbeterd dankzij genetische vooruitgang. Dit wordt ondersteund door de introductie van het VEM2022-systeem, waarbij de energiebehoefte per kg melkproductie is verlaagd van 460 naar 390 VEM. Hoogproductieve koeien hebben hierdoor een relatief lagere energie- en stikstofbehoefte.
Ronald Zom wijst erop dat genetica niet bijdraagt aan een lagere efficiëntie, maar juist zorgt voor betere benutting van voedingsstoffen. Dit weerspreekt direct Erisman’s claim en toont aan dat deze gebaseerd is op speculatie in plaats van feiten.
Genetische manipulatie bij melkvee vereist meerdere generaties om meetbare veranderingen in eigenschappen te realiseren, gezien de lange reproductiecyclus van koeien. Genetische aanpassingen verbeteren voornamelijk voerefficiëntie en melkproductie, terwijl stikstofopname en -excretie relatief constant blijven door fysiologische limieten. De complexiteit, tijdsinvestering en beperkte directe impact op ammoniakemissies maken genetische manipulatie een inefficiënte strategie voor emissiereductie.
De Rol van Modellen: Geen Emotie, maar Realisme
Erisman schreef ook: “Waarom is er zoveel emotie rond het gebruik van modellen binnen de stikstofproblematiek, terwijl de wetenschap notabene aangeeft wat de onzekerheid is?”
Zom noemt dit terecht een retorische truc om discussie te vermijden. Het probleem zit niet in het gebruik van modellen op zich, maar in de juridische en maatschappelijke consequenties die eraan verbonden zijn. Modellen worden vaak ingezet bij beleid, zoals bij de stikstofwetgeving, maar missen soms de robuustheid om als juridisch fundament te dienen. Het Toeslagenschandaal is een schrijnend voorbeeld van de risico’s van blind vertrouwen in modellen zonder democratische controle.
Net als bij autonome wapensystemen, waarbij ethici en juristen langdurig over de toepassing discussiëren, is vergelijkbare terughoudendheid nodig bij het gebruik van modellen in wet- en regelgeving. Zom stelt voor om deze kwesties zorgvuldig te onderzoeken voordat modellen worden toegepast.
Ondersteunend Onderzoek: Wat Laat de Wetenschap Zien?
Recent onderzoek gepubliceerd in Journal of Dairy Science ondersteunt Zom’s beweringen. In een studie naar het effect van eiwitgehaltes in het voer bij melkvee blijkt dat een verlaging van het ruw eiwitgehalte van 170 naar 160 g/kg drogestof de stikstofefficiëntie aanzienlijk verbetert zonder negatieve impact op melkproductie. Het reduceren van eiwit naar 140 g/kg resulteerde in een lichte afname van productie, maar ook in minder stikstofverlies via urine en mest. Dit wijst erop dat zorgvuldig uitgebalanceerde voeders bijdragen aan zowel duurzaamheid als economische prestaties.
Conclusie: Feiten Boven Fictie
Professor Jan Willem Erisman’s beweringen over ammoniakemissies per dier zijn in strijd met beschikbare data en wetenschappelijke inzichten. Ronald Zom heeft terecht aangetoond dat:
- Er geen sprake is van een significante toename in eiwitopname bij melkvee.
- Genetische aanpassingen leiden tot een verbeterde voerefficiëntie en lagere stikstofemissies.
- Modellen, hoewel nuttig, met voorzichtigheid moeten worden toegepast, vooral bij juridisch bindend beleid.
In plaats van te speculeren over genetica en voersamenstelling, moeten discussies over ammoniakemissies gebaseerd zijn op transparante data en gedegen wetenschap. Zoals Zom stelt: “Je hebt geen modellen nodig, maar keiharde euro’s en beleid dat werkt voor zowel de boer als de samenleving.”

Plaats een reactie