De Omgevingswet, van kracht sinds 1 januari 2024, biedt een vernieuwend kader om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren en tegelijkertijd ruimte te scheppen voor economische ontwikkeling. In het whitepaper “Doelsturing met de Omgevingswet”, geschreven door Harm Borgers, Lukas Baars en Laure d’Hondt, wordt uiteengezet hoe deze wet een duurzaam perspectief biedt voor de Nederlandse landbouwsector, met een specifieke focus op veehouderijen. Dit artikel vat de belangrijkste inzichten samen en biedt een kritische reflectie op de voorgestelde oplossingen.
Doelsturing als Kernconcept
Het concept van doelsturing vormt de ruggengraat van dit whitepaper. Waar voorheen wetten zich richtten op middelvoorschriften — specifieke technieken of systemen — legt doelsturing de focus op het behalen van meetbare resultaten. Voor veehouderijen betekent dit dat regelgeving niet langer de toepassing van een specifiek type stalvloer voorschrijft, maar dat emissiegrenswaarden worden vastgesteld, waarbij veehouders zelf bepalen hoe zij deze waarden bereiken.
Voordelen van doelsturing:
- Flexibiliteit: Veerboeren krijgen de ruimte om innovatieve en op maat gemaakte oplossingen te implementeren.
- Effectiviteit: Regels zijn gericht op meetbare resultaten, zoals lagere ammoniakemissies of betere natuurdoelen.
- Samenhang: Door doelsturing te koppelen aan bedrijfs- en gebiedsniveaus wordt integraal beleid mogelijk.
Drie Schalen van Doelsturing
Het whitepaper onderscheidt drie niveaus waarop doelsturing kan worden toegepast:
1. Stalniveau
Doelsturing op stalniveau biedt de mogelijkheid om individuele stalsystemen te beoordelen op basis van daadwerkelijke emissies, gemeten met sensortechnologie. Dit vervangt de traditionele benadering van generieke emissiefactoren en biedt boeren de ruimte om verschillende maatregelen te combineren, zoals innovatieve stalvloeren of nieuwe ventilatietechnieken.
Aanbevelingen voor stalniveau:
- Introduceer doelvoorschriftenvergunningen, waarin emissiegrenswaarden voor individuele stallen worden vastgelegd.
- Maak gebruik van experimenteerbepalingen om nieuwe technologieën snel te testen en te integreren.
- Ontwikkel robuuste meet- en monitoringsystemen om emissies in realtime te kunnen controleren.
2. Bedrijfsniveau
Op bedrijfsniveau biedt de Omgevingswet ruimte om emissies van alle activiteiten binnen een bedrijf — zoals beweiding, mestopslag en stallen — samen te voegen tot een emissieplafond. Dit zogenaamde ‘koepelmodel’ stelt boeren in staat om binnen aanvaardbare bandbreedtes zelf te bepalen hoe zij verduurzamen.
Aanbevelingen voor bedrijfsniveau:
- Introduceer een koepelnorm die als cumulatieve grenswaarde fungeert voor alle emissiebronnen binnen een bedrijf.
- Stimuleer interne saldering, waarbij reducties bij de ene activiteit ruimte scheppen voor emissies elders binnen het bedrijf.
- Verbind milieuregels beter met natuurbeschermingsregels om de juridische complexiteit te verminderen.
3. Gebiedsniveau
Het niveau van gebiedssturing richt zich op een evenwichtige verdeling van de milieugebruiksruimte in een regio. Dit is cruciaal in gebieden met veel veehouderijen en gevoelige natuur, zoals Natura 2000-gebieden. Met instrumenten zoals omgevingsplannen en gebiedsprogramma’s kunnen verschillende functies — landbouw, natuur, wonen en recreatie — in balans worden gebracht.
Aanbevelingen voor gebiedsniveau:
- Stel gebiedsspecifieke regels op in omgevingsplannen om functies effectief te verdelen.
- Maak gebruik van externe saldering tussen bedrijven in een regio om de totale milieudruk te verminderen.
- Ontwikkel integrale gebiedsprogramma’s met concrete maatregelen en financieringsplannen.
De Juridische Knoop Ontwarren
Een centraal thema in het whitepaper is de noodzaak om de complexe juridische knoop tussen milieu- en natuurbeschermingsregels te ontwarren. Momenteel zijn deze regels vaak tegenstrijdig of overlappend, wat leidt tot onzekerheid bij boeren en bevoegde instanties. Het voorstel is om deze samenhang te verbeteren door beoordelingskaders voor milieu en natuur te integreren.
Voorstel:
- Pas artikel 8.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aan om een expliciete koppeling te maken tussen emissienormen en natuurbeschermingsdoelen.
- Introduceer ‘onlosmakelijke samenhang’ tussen omgevingsvergunningen voor milieu en natuur.
Toekomstige Uitdagingen en Aanbevelingen
De auteurs wijzen erop dat de Omgevingswet nog in ontwikkeling is en dat het succes ervan afhankelijk is van hoe overheden en andere betrokkenen omgaan met onzekerheden. Een proactieve en lerende houding is essentieel om de wet verder te optimaliseren.
Belangrijke stappen voor de toekomst:
- Cyclisch werken: Overheden moeten continu beleid monitoren, evalueren en aanpassen.
- Communicatie: Wees transparant naar burgers en bedrijven over toekomstige aanscherpingen van normen.
- Ketenaanpak: Breid doelsturing uit naar de gehele agrarische keten, waarbij ook toeleveranciers, financiers en afnemers worden betrokken.
Conclusie
Het whitepaper “Doelsturing met de Omgevingswet” biedt een vernieuwende visie op hoe Nederland haar landbouwsector duurzamer kan maken. Door doelsturing op stal-, bedrijfs- en gebiedsniveau te combineren met een integrale aanpak van milieu- en natuurregelgeving, ontstaat er een robuust kader dat ruimte biedt voor innovatie, verduurzaming en economische ontwikkeling. Hoewel er nog uitdagingen zijn, zoals het ontwarren van juridische knelpunten en het opzetten van effectieve meet- en monitoringsystemen, biedt de Omgevingswet een veelbelovend perspectief voor de toekomst van de Nederlandse landbouw.

Plaats een reactie