De Nederlandse stikstofcrisis wordt in het NRC-artikel van 19 februari 2025 uitvoerig beschreven. Acht kernvragen over de staat van de natuur, stikstofuitstoot en kabinetsbeleid worden beantwoord. Het artikel geeft daarmee een klein overzicht van de situatie, maar mist op belangrijke punten nuance en diepere analyse. De werkelijkheid is veel complexer en vergt een kritische blik op het beleid, de juridische kaders en de effectiviteit van de gekozen aanpak. In deze opinie licht stikstofinfo.net toe waar het NRC-artikel tekortschiet en wat er daadwerkelijk nodig is voor een realistisch en effectief stikstofbeleid.
1. Hoe staat de natuur ervoor?
De constatering van NRC dat het slecht gaat met de natuur is te simplistisch. Er zijn grote regionale verschillen, en er ontbreekt cruciale data. De Ecologische Autoriteit heeft zelf al gewezen op het ontbreken van goede ‘nulmetingen’ en het feit dat de kwaliteit van bestaande rapportages vaak ondermaats is. Daarnaast is de focus op de Kritische Depositiewaarden (KDW) veel te eenzijdig. Andere drukfactoren zoals verdroging, verkeerd beheer, versnippering en recreatiedruk zijn minstens zo belangrijk. Een bredere, integrale beoordeling van de natuurkwaliteit is noodzakelijk.
2. Is stikstof de belangrijkste oorzaak van natuurschade?
Stikstof speelt een rol, maar is niet dé hoofdoorzaak. De suggestie dat stikstofdepositie alleen samen met verdroging de natuur volledig verklaart, is achterhaald. Recente rapporten, zoals ‘De Natuur in Nederland – Stand van Zaken eind 2023’, laten juist een genuanceerder beeld zien. Op sommige plekken is voorzichtig herstel zichtbaar. Dit bevestigt dat de natuurkwaliteit door meerdere factoren wordt bepaald, en dat het eenzijdig blindstaren op stikstofreductie niet de oplossing is.
3. Is de stikstofuitstoot niet al enorm gedaald?
De uitstoot is sinds 1990 fors gedaald, maar NRC noemt onterecht dat deze daling zou zijn gestagneerd. Natte depositiemetingen laten zien dat de daling ook in de afgelopen tien jaar doorzet, zij het minder snel dan gehoopt. Dat dalingen stagneren komt vooral door juridische en bureaucratische obstakels: bedrijven die willen verduurzamen, kunnen dat vaak niet vanwege het ontbreken van vergunningen. Het beleid werkt vertragend en creëert een kip-ei-probleem. Innovaties in emissiereductie worden bovendien geremd door het trage en dure RAV-toelatingssysteem, waar met name WUR een onhandige rol in speelt. Ook de industrie kampt met vergunningenstress en juridische risico’s, wat verduurzaming belemmert.
4. Wat moet er gebeuren om de stikstofdoelen te halen?
De wettelijke KDW doelen zijn volstrekt onhaalbaar en hadden nooit in de wet mogen staan. Zelfs als de gehele Nederlandse landbouw en industrie zou verdwijnen, worden deze doelen niet gehaald. Het vasthouden aan de KDW als juridische norm is desastreus voor de samenleving en economie. De KDW moet zo snel mogelijk uit de wet. De focus moet verschuiven naar emissiegericht beleid, met maatwerk in bufferzones rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden. Tenslotte moet er een scheiding komen tussen NOx en Ammoniak beleid (en wetgeving).
5. Wat gebeurt er als Nederland de stikstofdoelen niet haalt?
Het NRC-artikel benadrukt Europese boetes en juridische procedures, maar overschat deze dreiging. De eenmalige boete van 10 miljoen euro voor Greenpeace is verwaarloosbaar. Bovendien waait er in Europa een nieuwe politieke wind. Er groeit begrip voor de Nederlandse situatie, mede door de veranderende geopolitiek waarin voedselzekerheid opnieuw belangrijk wordt. De échte blokkade is de Nederlandse juridisering, waarin actiegroepen als MOB vergunningverlening lamleggen, zelfs bij verduurzaming. Dit vraagt om een pragmatische koerswijziging in eigen land.
6. Wat heeft het kabinetsbeleid tot nu toe gekost en opgeleverd?
De vrijwillige opkoopregelingen zijn een kostbare mislukking. Generiek landelijk beleid is duur en ineffectief. Analyses op Stikstofinfo tonen aan dat de LBV-regelingen miljarden kosten, maar slechts beperkte emissiereductie opleveren. Alleen regionaal maatwerk in bufferzones werkt. De miljarden hadden beter kunnen worden besteed aan innovaties in stalsystemen, voermaatregelen en extensivering in kwetsbare gebieden.
7. Wat zijn de stikstofplannen van het huidige kabinet?
De richting – meer focus op emissie en het verhogen van de ondergrens – is goed, maar de plannen zijn traag en onvoldoende intergraal uitgewerkt. Generieke opkoopregelingen blijven een fout. Het kabinet mist een praktische insteek. Hard beleid op basis van ‘zachte wetenschap’ zonder empathie en lokaal draagvlak, frustreert gebiedsprocessen en vergroot het risico op mislukking.
8. Lost het veranderen van de wet het stikstofprobleem op?
Ja, maar alleen als het systeem fundamenteel wordt gewijzigd. Zoals expert Nico Gerrits recent stelde: de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is niet het probleem. De Nederlandse wetgeving is dat wel. De KDW en Aerius vormen een ‘toeslagenaffaire in slowmotion’. Ook NSC wetenschappelijk directeur Rosanne Herzberger maakt zich grote zorgen. De Omgevingswet moet rigoureus worden aangepast: weg met de KDW, weg met Aerius als juridische rekenlat. Emissiegericht beleid, gebiedsgericht natuurbeheer en lokaal maatwerk zijn de enige realistische oplossingen.


Conclusie
Het NRC-artikel biedt een overzicht, maar blijft steken in de bekende narratieven. De realiteit is dat Nederland zichzelf heeft vastgezet met juridisch star beleid en een misplaatst vertrouwen in rekenmodellen. De stikstofcrisis is niet alleen een ecologisch probleem, maar vooral een systeemfout in het beleid. Die fout moet worden hersteld. Dat begint met het schrappen van de KDW, het loslaten van generieke opkoopregelingen, en het omarmen van emissiegericht en gebiedsgericht maatwerk. Alleen zo vinden we een uitweg die natuur, landbouw en samenleving samenbrengt.

Plaats een reactie