Minister Femke Wiersma (BBB) presenteerde recent een advies van de Londense hoogleraar Arthur Petersen over het verhogen van de stikstofrekengrens. Dit advies zou boeren en bouwprojecten meer ruimte geven, omdat kleinere stikstofuitstoten dan niet langer zouden meetellen bij vergunningsaanvragen. Petersen, hoogleraar wetenschap, techniek en beleid aan het University College London, stelt dat het huidige rekenmodel (Aerius) tot op zeer kleine hoeveelheden stikstof (0,005 mol) rekent, terwijl die waarden volgens hem vanwege grote onzekerheden niet betrouwbaar zijn. Hij pleit daarom voor een nieuwe rekengrens van 1 mol, gebaseerd op wat daadwerkelijk meetbaar is.
Volgens Petersen geniet zijn redenering brede wetenschappelijke steun, al is er geen volledige consensus. Vijftien experts beoordeelden zijn advies, en hoewel ze zijn redenatie over het algemeen volgen, waren er ook kritische kanttekeningen. Zo vindt het Planbureau voor de Leefomgeving dat de veiligheidsmarge van een factor tien beter onderbouwd had moeten worden, en stellen andere wetenschappers dat ook een grens van 1 mol nog steeds een vorm van schijnzekerheid is.
Voor publicatie leidde het advies al tot discussie. Het RIVM, beheerder van het stikstofrekenmodel, gaf aan dat er volgens hen geen sluitende wetenschappelijke onderbouwing is voor zo’n harde rekengrens. Kamerleden reageerden boos omdat de minister het rapport aanvankelijk niet openbaar wilde maken. Uiteindelijk werd het toch gepubliceerd, waarna Petersen in een interview met NRC zijn standpunt toelichtte. Hij benadrukte dat zijn oordeel niet politiek is ingegeven, maar voortkomt uit zijn wetenschappelijke verantwoordelijkheid om te wijzen op het verkeerde gebruik van modellen.
De verhoging van de rekengrens kan ertoe leiden dat 92 procent van de vergunningsaanvragen direct wordt goedgekeurd. Dit biedt verlichting voor boeren en de bouwsector, maar kan tegelijkertijd tot meer stikstofuitstoot leiden. Petersen onderkent dit, maar vindt dat dit geen reden is om vast te houden aan een rekenmodel dat volgens hem niet geschikt is voor vergunningsprocedures. Hij pleit ervoor om de focus te leggen op daadwerkelijke reductie van stikstofuitstoot, in plaats van te rekenen met schijnzekerheden.
Het debat over de stikstofgrens laat zien hoe wetenschap, beleid en politiek door elkaar lopen. Petersen vindt dat de Tweede Kamer zich niet zou moeten bezighouden met de hoogte van een rekengrens; dat is volgens hem een wetenschappelijke kwestie. De politiek zou zich vooral moeten richten op maatregelen die de uitstoot structureel terugdringen.

Plaats een reactie