Lees ook eerdere artikelen op deze site: “Hoe bereken je de ammoniaksaldering van een melkveehouderij? Pak je KLW erbij!” en “Een kort Historisch Overzicht van Eerdere Artikelen op Foodlog over Grasland, Stallen en Ammoniak-saldering.“
De stikstofdiscussie in Nederland gaat vaak over uitstoot, vergunningen en modellen. Maar de kernvraag is: waar landt de stikstof daadwerkelijk? En: hoeveel stikstof komt er per hectare grond van een boerenbedrijf weer terug op het eigen land? Wie dat scherp in beeld brengt, ziet dat de depositie op grasland vaak aanzienlijk is — en dus dat een groot deel van de emissie weer terechtkomt waar het vandaan kwam. Dat verandert de beleidsmatige discussie fundamenteel.
Emissie is niet hetzelfde als depositie
Ammoniak (NH₃) en stikstofoxiden (NOₓ) zijn reactieve stikstofverbindingen die via landbouw, verkeer en industrie de lucht in gaan. Maar waar ze neerkomen — de depositie — is minstens zo belangrijk. Volgens metingen, expertinschattingen en literatuur ligt de totale droge en natte depositie tussen de 19 en 25 kg stikstof per hectare per jaar, ook op landbouwgrond.
Veel van die stikstof komt van de boer zelf — en landt dus gewoon weer op zijn of haar eigen land, vooral wanneer dat grasland is. Een melkveebedrijf met veel grasland, weinig mais en relatief weinig buurbedrijven met hoge uitstoot, laat zien dat interne kringlopen een grote rol spelen.
KLW-data bevestigt hoge zelfdepositie
De KringloopWijzer (KLW) is een goed instrument om inzicht te krijgen in die stikstofkringlopen. Uit diverse analyses blijkt dat melkveehouders 19 tot 22 kg stikstofdepositie per hectare zien in hun KLW-resultaten. Dit is in lijn met literatuurwaarden, zoals ook op stikstofinfo.net eerder besproken.
Wanneer deze cijfers gecombineerd worden met emissiegegevens, blijkt vaak dat een groot deel van de ammoniakuitstoot — bijvoorbeeld uit stallen of bij het mest uitrijden — weer op het eigen land neerslaat. Zeker als het bedrijf relatief veel eigen land heeft en er weinig windgevoelige emissiebronnen in de buurt zijn.
Het effect van grasland
Grasland fungeert als een effectieve ammoniakvanger. Dit komt doordat gras een actief groeiseizoen heeft, stikstof efficiënt opneemt en een ruw oppervlak heeft dat ammoniakmoleculen bindt. Uit onderzoek blijkt dat bemesting met drijfmest op grasland slechts een beperkt deel van de stikstof laat vervluchtigen. De rest wordt opgenomen of bindt zich aan de bodem.
Dit verklaart ook waarom in modellen als Gaussian-Plume, de lokale depositie bij graslandrijke bedrijven relatief hoog is. In werkelijkheid bevestigen veldmetingen dit beeld: hoe meer grasland, hoe hoger de herdepositie op het eigen perceel. AERIUS onderschat overigens zowel de depositie van grasland als de gaussian plume lokaal rondom de stal.
Per bedrijf kijken: emissie en depositie per hectare
In plaats van te sturen op landelijke gemiddelden of generieke emissienormen, pleiten steeds meer onderzoekers voor een bedrijfsspecifieke benadering. Daarbij worden niet alleen de emissies van ammoniak en NOx per jaar per bedrijf in beeld gebracht, maar zou ook de depositie op het eigen land, uitgedrukt per hectare en liever per bedrijf onderdeel moeten zijn van de (politieke) discussie. N-saldering is een manier om naar ‘grondgebondenheid’ te kijken zonder direct in GVE per hectare discussies terecht te komen.
Dit geeft een veel eerlijker beeld van de milieu-impact én biedt boeren de kans om te sturen op verbetering — bijvoorbeeld door betere mesttoediening, staltechnieken, of een slimme inrichting van het bedrijf.
Conclusie: focus op netto-uitstoot
Stikstofbeleid dat alléén stuurt op uitstoot zonder rekening te houden met depositie, mist de helft van het verhaal. Netto-uitstoot — dus emissie min herdepositie op eigen land — is een eerlijker maat voor milieubelasting én effectiever voor beleid. Zeker in een land met veel melkvee, veel grasland en relatief kleine bedrijfsafstanden.
Kijk dus per bedrijf. Naar hoeveel er de lucht in gaat, en hoeveel er weer terugvalt op het eigen land. En houd rekening met de bodem, het gewas, de wind en de buren. Zo komen we tot stikstofbeleid dat zowel ecologisch als economisch klopt.

Plaats een reactie