Weg uit de stikstofimpasse: tijd voor realistisch en effectief beleid

Op 10 april publiceerde NRC een krachtig opiniestuk van Marinus den Hartogh, Rosanne Hertzberger en Quinten Pluymaekers. Hun betoog is helder, rationeel en bovenal noodzakelijk: zolang Nederland zich blijft blindstaren op modelmatige stikstofdeeltjes en theoretische risico’s, blijven we ronddraaien in een vicieuze beleidscirkel zonder uitzicht op verbetering van de natuur of van het vertrouwen tussen burger en overheid.

Het stuk stelt terecht fundamentele vragen bij de manier waarop Nederland als enige EU-land de zogeheten kritische depositiewaarde (KDW) als absolute grens hanteert. Alsof we nulrisico’s kunnen en moeten garanderen. Dat klinkt nobel, maar werkt in de praktijk niet. Zoals de auteurs treffend illustreren: het is alsof je kinderen wilt beschermen tegen alcoholschade door zelfs het slokje in een glas appelsap als onaanvaardbaar te bestempelen – en vervolgens ouders straft als hun kind een slok neemt.

De kern van het probleem: modelbeleid in plaats van praktijkbeleid

De afgelopen jaren is het stikstofbeleid in Nederland steeds technocratischer geworden. Vergunningverlening en beleidskeuzes zijn gebaseerd op theoretische modeluitkomsten die vaak geen directe relatie hebben met meetbare milieuschade. Boeren, mkb’ers en burgers worden hierdoor geconfronteerd met juridische onzekerheid, niet vanwege wat zij daadwerkelijk uitstoten, maar vanwege wat een model berekent over hun mogelijke bijdrage aan stikstofdepositie – soms ver buiten hun eigen omgeving.

Ondertussen slagen grote partijen als luchthavens en industrieën er vaak in om met dure consultants en juridische expertise hun belangen wél veilig te stellen. Dit leidt tot een ongelijke verdeling van lasten en verantwoordelijkheden, en ondermijnt het draagvlak voor natuurbeleid.

Een beter stikstofbeleid is mogelijk – én nodig

De auteurs pleiten daarom terecht voor een fundamenteel ander stikstofbeleid. Niet omdat natuur er niet toe doet – integendeel – maar juist omdat we natuur effectief willen beschermen. Dat begint bij beleid dat rechtvaardig, voorspelbaar en uitvoerbaar is. Beleid dat erkent dat kleine bijdragen onder de detectiegrens van meetinstrumenten geen reden kunnen zijn om boerenbedrijven te sluiten of duurzame projecten stil te leggen. En beleid dat beseft dat modellen nooit de echte wereld volledig kunnen vervangen.

In plaats van een abstract cijferfetisjisme, is het tijd voor concreet natuurherstel en doelgerichte emissiereductie. Praktische maatregelen zoals gerichte natuurbeheerplannen, afstandsregels tot kwetsbare gebieden, bronaanpak bij echte piekbelasters, en het verbeteren van mestkwaliteit en -toepassing kunnen wél verschil maken. Deze aanpak sluit bovendien aan bij wat andere EU-landen al jaren doen – zonder daarbij de Europese richtlijnen te overtreden.

Tijd voor lef én rede

De bijdrage van Den Hartogh, Hertzberger en Pluymaekers is hoopgevend. Het is een oproep tot beleid waarin wetenschap, boerenverstand en bestuurlijke redelijkheid hand in hand gaan. Waarin we afstand nemen van modeldogma’s en de regie teruggeven aan het veld, aan mensen met kennis van zaken en aan bestuurders die durven kiezen voor effectiviteit boven schijnzekerheid.

Na zes jaar stilstand, frustratie en juridisch getouwtrek, is het tijd om het roer om te gooien. Niet door terug te keren naar de oude situatie, maar door een nieuwe koers te varen – richting een stikstofbeleid dat natuur en samenleving verenigt in plaats van verdeelt.

Op stikstofinfo.net steunen we deze oproep dus van harte.

Plaats een reactie