De discussie over de toekomst van de Nederlandse landbouw kent een nieuwe scheidslijn: de hectare-norm. Provincies als Zuid-Holland en Utrecht hanteren of overwegen een generieke ondergrens voor hoeveel grond een agrarisch bedrijf moet hebben om in aanmerking te komen voor ontwikkelruimte, vergunningen of deelname aan bepaalde regelingen. Dit idee, deels gevoed door adviesbureau Boerenverstand, lijkt op het eerste gezicht een logische stap: wie boert, heeft grond nodig. Maar wie dieper kijkt, ziet een schijnoplossing die in de praktijk averechts kan uitpakken — en de noodzakelijke transitie naar een toekomstbestendige landbouw eerder belemmert dan versnelt.
Van simpele norm naar complexe werkelijkheid
In de beleidsstukken klinkt het aantrekkelijk: een helder minimumaantal hectares per dier of bedrijfseenheid zou ervoor zorgen dat landbouwbedrijven ‘grondgebonden’ opereren. Het is een reflex uit een tijd waarin schaalvergroting en intensivering losgezongen raakten van de bodem die het veevoedsel levert en de mest opvangt. Terug naar de basis, zo lijkt de boodschap. Maar de werkelijkheid van 2025 is vele malen rijker en genuanceerder. Grond is duur, schaars en onregelmatig verdeeld. Veel ondernemers huren grond, werken in flexibele samenwerkingsverbanden of combineren extensieve begrazing met intensieve teelten. Juist deze variëteit aan bedrijfsmodellen maakt de landbouw weerbaar en innovatief — en laat zich niet vangen in één getal.
Verschraling van ondernemerschap en biodiversiteit
Een generieke hectare-eis heeft als onbedoeld effect dat ze het ondernemerschap versmalt tot de klassieke boer met veel grond en vaste bedrijfsgrenzen. Bedrijven die juist op andere manieren waarde toevoegen, komen in de knel. Denk aan boeren die in gesloten kringlopen werken met beperkte grond maar veel reststromen hergebruiken, of aan collectieven die samen natuur beheren en agrarische productie combineren met landschapsbeheer. Deze vormen van modern agrarisch ondernemerschap passen slecht in een norm die alleen kijkt naar eigen grondbezit of vaste pachtcontracten.
Bovendien kan de biodiversiteit er direct onder lijden. Een extensieve boer met weinig hectare kan lokaal juist een onmisbare schakel zijn in het behoud van soortenrijkdom en gezonde bodems. Door zo’n ondernemer de ontwikkelruimte te ontzeggen, gooit de overheid kind en badwater weg.
Rem op nieuwe toetreders en frisse concepten
Nederland worstelt met het vraagstuk hoe jonge boeren aan een betaalbare start kunnen komen. Grond is schaars en duur; veel starters hebben geen familiebedrijf om over te nemen en beginnen noodgedwongen klein, met huurgrond of via samenwerkingsverbanden. Een harde hectare-norm sluit deze nieuwe generatie uit. Ook innovatieve concepten — zoals multifunctionele boerderijen, agroforestry-initiatieven of samenwerkende burgercollectieven — botsen met het klassieke idee dat ‘één boer één stuk grond’ de norm moet zijn.
Zo ondermijnt de hectare-eis beleidsdoelen op het gebied van verjonging, innovatie en de maatschappelijke inbedding van de landbouw. Er blijft een select groepje grondbezitters over die aan alle vinkjes voldoen — en de rest krijgt het stempel ‘onvoldoende grondgebonden’, hoe duurzaam of vernieuwend hun bedrijfsvoering ook is.
De praktijk zal creatiever zijn dan het beleid aankan
Geschiedenis leert: waar beleid met starre kaders komt, zoekt de praktijk wegen eromheen. De hectare-norm zet de deur wagenwijd open voor schijnconstructies. Denk aan papieren leasecontracten voor een stukje grond dat in de praktijk nauwelijks benut wordt, of aan schijncoöperaties die enkel dienen om ‘aan de norm’ te voldoen. Toezicht op deze constructies is complex en arbeidsintensief. Het echte effect is dus niet minder intensieve landbouw, maar wel meer bureaucratie en juridisering.
De rol van Boerenverstand: advies is geen wetmatigheid
Het bureau Boerenverstand heeft de afgelopen jaren waardevolle bijdragen geleverd aan de discussie over kringlooplandbouw en grondgebondenheid. Hun rekenmodellen en scenario’s hebben politici en ambtenaren geholpen grip te krijgen op complexe materie. Maar een advies is geen wet, en een rekenscenario is geen blauwdruk voor alle bedrijven in elke regio. Wanneer provincies of beleidsmakers een denkmodel van Boerenverstand verheffen tot harde norm, gaat het mis. Het risico is dat beleid verwordt tot een papieren werkelijkheid die haaks staat op de dynamiek van het boerenerf en de praktijk van gebiedsontwikkeling.
Wat is dan wél verstandig?
De hectare-norm zoals die nu in Zuid-Holland en Utrecht op tafel ligt, is een typisch voorbeeld van beleid dat te simpel klinkt om waar te zijn. Het pakt problemen niet bij de wortel aan, maar verplaatst de druk en creëert nieuwe ongelijkheid. Beter is een gebiedsgerichte benadering: maak afspraken met boeren, natuurbeheerders, gemeenten en burgers over wat nodig is voor een gezonde balans tussen productie, natuur en leefbaarheid. Beloon kwaliteit, samenwerking en maatschappelijke meerwaarde — niet louter het bezit van grond.
Combineer dat met realistische instrumenten, zoals emissieloze bufferzones rond kwetsbare natuur, heldere regionale doelen en een robuust meetnet dat echt verschil in de natuur kan aantonen. Zo bouwen we samen aan een landbouw die past bij de realiteit van vandaag én de ambities van morgen.
Tot Slot
Wie de landbouwtransitie serieus neemt, kan niet volstaan met het optellen van hectares en het afvinken van vinkjes. Het vraagt vertrouwen in de boeren die voorop willen lopen, ruimte voor jong talent en lef van overheden om los te komen van starre kaders. Een hectare-norm alleen is geen beleid — het is een bureaucratisch surrogaat voor echte keuzes.

Plaats een reactie