Weg van generiek stikstofbeleid – Waarom een hectare-norm geen goed idee is: stikstofreductie door maatwerk, managementkeuzes en innovatie.

De discussie over stikstofreductie in Nederland is de afgelopen jaren verworden tot een strijd om cijfers, modellen en uniforme normen. Een van de meest besproken beleidsopties is een zogenaamde hectare-norm: een vaste grens voor de hoeveelheid vee per hectare landbouwgrond, die uniform zou moeten gelden voor alle boeren in Nederland. Dit klinkt op papier overzichtelijk en ‘eerlijk’, maar in de praktijk is het een botte bijl die onvoldoende rekening houdt met de enorme diversiteit in bedrijfsvoering, bodem, landschap en innovatieve mogelijkheden.

Ik betoog daarom dat generiek beleid een doodlopende weg is. Wie echt duurzaam stikstofreductie wil realiseren, moet erkennen dat er meerdere paden zijn — en dat boeren zelf het beste weten welke strategie bij hun grond, stal en marktpositie past. Er zijn namelijk ten minste twee managementrichtingen die, mits goed ondersteund, beide substantieel kunnen bijdragen aan lagere emissies zonder dat de hele sector wordt vastgezet in een keurslijf.

1. Grondgebonden veehouderij: bodem en weidegang als fundament

De eerste route is die van de grondgebonden veehouderij. Dit is de klassieke melkveehouder die zijn productie baseert op eigen grasland en zoveel mogelijk weidegang toepast. Het dierenaantal wordt afgestemd op de draagkracht van de grond: hoeveel gras kan er groeien en hoeveel mest kan er verantwoord worden uitgereden zonder overschotten?

Deze aanpak sluit naadloos aan bij principes als kringlooplandbouw en natuurinclusief boeren. Het zorgt voor minder aanvoer van krachtvoer en kunstmest, en benut de lokale mest optimaal op het eigen land. Bij goed management, zoals precisiebemesting en zorgvuldig maaien, is de stikstofkringloop vrijwel gesloten en de emissie minimaal.

Belangrijk hierbij is dat de overheid dit model niet frustreert met onpraktische generieke regels, maar juist stimuleert door ruimte te geven aan maatwerk in de plaatsingsruimte (de hoeveelheid mest die op eigen grond mag worden uitgereden) en door innovaties in beweiding en graslandbeheer te belonen.

2. Niet-grondgebonden veehouderij: innovatie en hoogwaardige meststoffen

Naast de grondgebonden weg is er een tweede route die veel te vaak over het hoofd wordt gezien: die van de innovatieve, niet-grondgebonden veehouderij. Dit zijn bedrijven die relatief veel dieren houden op beperkte grond, maar die moderne technieken gebruiken om mest te scheiden, te verwerken en te verwaarden tot hoogwaardige meststoffen of biogas.

Deze bedrijven kunnen via mestvergisting, stikstofstrippen en andere technologieën de emissies drastisch reduceren en tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de productie van hernieuwbare energie en circulaire mestproducten. Dit sluit goed aan bij de Europese ambitie voor een circulaire economie en de verduurzaming van de kunstmestketen.

In plaats van zulke ondernemers te dwingen om kunstmatig grond aan te kopen — vaak tegen torenhoge prijzen — zou beleid hen juist moeten helpen om via technologie en slimme samenwerkingen klimaatneutraal en emissiearm te produceren. Denk aan regionale mesthubs, waar meerdere veehouders hun mest aanbieden voor verwerking tot minerale meststoffen en biogas, waarmee het stikstofprobleem wordt omgezet in een oplossing voor energie en bodemvruchtbaarheid.

Minder stikstof, meer keuzevrijheid

Beide managementrichtingen hebben een gemeenschappelijk voordeel: ze leveren per saldo lagere stikstofemissies op dan de huidige praktijk. Maar het pad ernaartoe is niet hetzelfde. Een uniforme hectare-norm negeert dit verschil en gooit alles op één hoop. Dat is niet alleen economisch inefficiënt, maar ook maatschappelijk onnodig polariserend.

In plaats daarvan pleit ik voor gebiedsgericht maatwerk en duidelijke beleidskeuzes: laat boeren kiezen voor het pad dat bij hun bedrijfsmodel past, onder voorwaarde dat het bijdraagt aan de gemeenschappelijke reductiedoelen. Zo houd je de sector toekomstbestendig én maatschappelijk draagvlak voor de broodnodige stikstofaanpak.

Conclusie: generiek beleid is een risico, maatwerk een kans

De oproep is helder: schaf de droom van generiek beleid en een keiharde hectare-norm af. Zet in op maatwerk, innovatie en een gezonde balans tussen grondgebondenheid en technologische vernieuwing. Zo komt stikstofreductie niet alleen sneller en goedkoper binnen bereik, maar blijft ook het Nederlandse boerenland divers, veerkrachtig en duurzaam in stand.

Plaats een reactie