Emissiereductie afgestraft? Hoe stikstofboekhouding contraproductief werkt binnen de Nitraatrichtlijn

In het stikstofdebat wordt vaak gesproken over ammoniakemissies en nitraatuitspoeling alsof het gescheiden werelden zijn. Maar voor boeren zijn het communicerende vaten. Melkveehouder John Spithoven verwoordde het treffend: “Elke kilogram minder stikstof de lucht in betekent een toename van de netto excretie.” Wie emissies reduceert, komt boekhoudkundig juist sneller in de knel onder het mestbeleid. Hoe zit dat precies?

Bruto, emissie, netto: drie vormen van stikstof in de mestkringloop

Om te begrijpen waar de schoen wringt, moeten we eerst drie kernbegrippen uit de mestboekhouding uitleggen:

  • Bruto excretie: Dit is alle stikstof die een dier uitscheidt in de vorm van urine en feces. Deze waarde is afhankelijk van het voerniveau, diercategorie en melk- of groeiproductie. Voor administratieve doeleinden wordt deze berekend met excretienormen.
  • Gasvormige emissies: Een deel van deze stikstof vervluchtigt als ammoniak (NH₃) tijdens opslag of uitrijden. Andere verliezen zijn lachgas (N₂O) en stikstofgas (N₂) via denitrificatie. Dit deel verlaat de kringloop via de lucht en komt dus niet op de bodem terecht.
  • Netto excretie: Dit is het restant: de stikstof die niet verdwijnt als gas, maar uiteindelijk op of in de bodem terechtkomt — hetzij direct via uitrijden, hetzij indirect via digestaat of reststromen. En dáár draait het om in de Europese Nitraatrichtlijn.

Artikel 1 van de Nitraatrichtlijn: bescherming van water

De Nitraatrichtlijn van de EU is bedoeld om grond- en oppervlaktewater te beschermen tegen nitraatvervuiling afkomstig uit landbouw. Artikel 1 verplicht lidstaten tot het beperken van stikstofverliezen naar het milieu, in het bijzonder naar het water.

Nederland voert dit uit door te rekenen met de netto stikstofbelasting op landbouwgrond: hoeveel stikstof blijft er achter op of in de bodem? De limiet daarvoor is 170 kg N/ha per jaar (of 230/250 kg onder derogatie voor grasland).

Dus: hoe meer stikstof op je land belandt, hoe minder mest je nog mag aanwenden.

En hier wringt het: emissiereductie = hogere netto belasting

Wat gebeurt er nu als een boer maatregelen neemt om zijn ammoniakemissie te verlagen?

Bijvoorbeeld:

  • Hij injecteert mest dieper in de grond,
  • Hij vernevelt zuren om de pH te verlagen,
  • Hij verdunt de mest met water om emissie te beperken.

Al deze maatregelen leiden tot minder gasvormige verliezen.

Dat lijkt goed nieuws — en dat ís het ook voor de luchtkwaliteit. Maar in de boekhouding betekent het:

Minder verlies via de lucht = méér stikstof blijft in de mest = méér stikstof op de bodem = hogere netto excretie

En dat betekent dat deze boer sneller zijn stikstofplafond op landniveau bereikt. Hij mag dan dus minder mest uitrijden op eigen grond — óók al doet hij dat op een schonere manier.

Het systeem straft emissiereductie af

In theorie wil beleid juist emissies verlagen én uitspoeling naar water beperken. Maar in de praktijk zit er een conflict tussen deze doelen, veroorzaakt door de rekenmethode van Nederland:

  • We rekenen in de uitvoering van de Nitraatrichtlijn met netto excretie,
  • Maar belonen geen boer die zijn emissies verlaagt,
  • Integendeel: hij komt boekhoudkundig sneller in de knel.

Zoals Spithoven het uitlegt: “Het zijn communicerende vaten. Bruto wordt verdeeld. Als je aan de ene kraan draait, gaat de andere automatisch verder open.”

Kan het anders? Ja, andere EU-landen doen het al

De EU Nitraatrichtlijn schrijft níet voor hoe lidstaten hun mestboekhouding precies moeten voeren. Alleen het effect op waterkwaliteit telt. Andere landen pakken dat anders aan:

  • Frankrijk bijvoorbeeld rekent af op organisch gebonden stikstof (die minder snel uitspoelt).
  • Sommige landen hanteren een GVE-norm per hectare in plaats van een stikstofnorm: eenvoudiger en neutraler.

Binnen die kaders zou Nederland slimmere alternatieven kunnen kiezen. Denk aan:

  • Een aangepaste normeringsmethode die emissiereductie meetelt als winst, in plaats van als nadeel;
  • Of een systeem waarbij nitraatbelasting op perceelniveau bepalender is dan de stikstofboekhouding per dier.

Tot slot: boeren willen wel, maar het systeem werkt tegen

Veel boeren zijn bereid hun emissies te verlagen — met techniek, management of aangepaste mesttoediening. Maar als die inzet administratief wordt afgestraft, daalt de motivatie. En dat is zonde, want de doelen van stikstofbeleid zijn legitiem.

Het wordt tijd dat Den Haag dit pijnpunt erkent en het systeem zo aanpast dat emissiereductie niet langer leidt tot boetes, beperkingen of verlies van plaatsingsruimte, maar juist tot beloning. Dat is pas circulair, slim en rechtvaardig.

Plaats een reactie