Samenvatting artikel nieuwe oogst.
Kernpunt: Wouter de Heij is geen “stikstofontkenner”, maar bekritiseert de aannames onder de huidige stikstofwet en het gebruik van AERIUS/OPS in beleid en rechtspraak. Volgens hem is het dossier juridisch vastgelopen en wetenschappelijk te grofmazig voor beslissingen op bedrijfsniveau.
Belangrijkste inzichten en stellingen:
- Ammoniak is lokaal: Bij reële atmosferische concentraties “stijgt” NH₃ niet weg maar slaat vooral dicht bij de bron neer. Uit analyses van tientallen datasets concludeert De Heij dat ±65% van de ammoniak op landbouwgrond terechtkomt en weer in productie wordt opgenomen; AERIUS houdt hier volgens hem onvoldoende rekening mee.
- Bufferzones zijn cruciaal: Rondom stallen is binnen 250–500 meter een duidelijke bronbijdrage zichtbaar. Daarbuiten wordt het moeilijker om een directe, schadelijke natuurimpact aan te tonen; concentraties op de Veluwe zijn laag en de huidige verzuring is mede een erfenis van historische SO₂-belasting. De achtergrondconcentratie (bijv. Waddenzee) zet een technische ondergrens aan verdere verlaging.
- Dieraantallen ≠ directe depositiedaling: Historische “natuurlijke experimenten” (varkenspest 1997, MKZ 2001, fosfaatreductie 2017, Schiermonnikoog-proef) lieten geen waarneembare daling van depositie zien. De luchtconcentratie volgt vooral het weer (lager bij regen, iets hoger bij warmte) en meetnetten staan doorgaans niet dicht bij bronnen.
- Lbv-regelingen weinig doelmatig: Bijna €3 mrd uitgegeven om 1.760 bedrijven te stoppen, ook in regio’s zonder acute natuurdruk. Als je al uitkoop inzet, focus dan uitsluitend op bedrijven binnen 250–500 m van kwetsbare natuur voor kosten-effect.
- Landelijke reductiepercentages zijn ‘denkdwang’: Doelen als 42–46% in 2035 zijn volgens De Heij niet zinvol als nationaal uniform doel. Stuur op hotspots (Gelderse Vallei, De Peel, delen van Oost-NL) in plaats van Friesland of Zuid-Limburg. Het verhogen van de rekenkundige ondergrens is een goede stap, maar politiek momentum dreigt te verslappen.
- Vergunning eerst, dan reduceren: Het RAV-systeem belemmert innovatie (hoge kosten, lange doorlooptijd). Daardoor ontstaat een kip-ei-probleem: banken financieren niet zonder vergunning/RAV-code; boeren investeren niet zonder financiering. Geef vergunningen af zodat bewezen technieken (o.a. mest aanzuren, koelen) schaalbaar kunnen worden toegepast.
- PAS-melders legaliseren kan zonder extra depositie: Het voorzorgsbeginsel is hier niet van toepassing; legalisatie van alle ±3.000 PAS-melders voegt volgens De Heij geen mol depositie toe. In procedures is MOBjuridisch sterk; provincies lopen achter. Advies aan boeren: schakel tijdig goede juridische ondersteuning in.
Conclusie in één zin: Maak stikstofbeleid plaats-specifiek en meetbaar, focus op bufferzones en hotspots, ontgrendel vergunningen zodat technieken snel uitrollen, en laat landelijke, uniforme reductiepercentages plaatsmaken voor doelmatige, natuurgerichte sturing die is onderbouwd met lokale metingen en realistische transport-/depositie-dynamiek van ammoniak.


Plaats een reactie