Samenvatting van scherpe opinie De Heij :
De Nederlandse stikstofcrisis is al jaren een juridisch en politiek mijnenveld. Twee documenten werpen nog steeds een hard licht op de kern van het probleem: het Kamerstuk 36296, nr. 2 – waarin de regering reflecteert op de stikstofproblematiek – en het artikel in Binnenlands Bestuur waarin het RIVM reageert op een kritisch rapport over het stikstofmodel AERIUS. Samen tonen ze een ongemakkelijke waarheid: het huidige stikstofbeleid blijft rusten op een wankele wetenschappelijke grondslagen, en de politiek durft die fundamenten nauwelijks ter discussie te stellen.
Het juridische keurslijf
In Kamerstuk 36296 benadrukt de regering opnieuw dat de Habitatrichtlijn en de jurisprudentie van de Raad van State Nederland binden. Een “harde ondergrens” voor berekende stikstofdeposities wordt daarin expliciet besproken. Het stuk bevestigt dat het huidige beleid nog steeds werkt met een drempelwaarde van 0,005 mol/ha/jaar – een waarde die in geen enkel laboratorium ter wereld betrouwbaar kan worden gemeten. Daarmee wordt beleid niet alleen losgezongen van empirische realiteit, maar ook van gezond verstand.
RIVM onder vuur
Het artikel in Binnenlands Bestuur beschrijft hoe het RIVM recent wetenschappelijke kritiek kreeg van een onafhankelijke auditcommissie onder leiding van prof. Arthur Petersen. Die concludeerde dat het RIVM zich onafhankelijker moet opstellen en duidelijker moet communiceren dat de onzekerheden in AERIUS veel te groot zijn om het als basis voor vergunningverlening te gebruiken. Met andere woorden: het instituut dat het model beheert, erkent impliciet dat de onderbouwing van het vergunningenstelsel tekortschiet.
De kloof tussen recht en werkelijkheid
De crux zit in de spanning tussen juridisch formalisme en wetenschappelijke nuance. De Raad van State eist een bijna mathematische zekerheid over elke gram stikstof, terwijl de wetenschap waarschuwt dat zulke precisie niet haalbaar is. Het resultaat: een juridisch gecreëerde fictie waarin een emissie van 0,005 mol/ha/jaar even zwaar telt als honderden kilo’s meetbare depositie. Daarmee wordt beleid een papieren exercitie zonder draagvlak in de realiteit.
Politiek opportunisme
Minister Femke Wiersma probeert in te grijpen met een ondergrens voor berekening, maar komt daarmee in botsing met de juridische orthodoxie. Het Kamerstuk laat zien dat het kabinet huivert om die stap voluit te zetten: men vreest dat elke afwijking van de rekenorthodoxie door de rechter wordt afgestraft. Zo gijzelt de Raad van State feitelijk de politiek, terwijl het RIVM wetenschappelijk geen dekking meer biedt.
Conclusie: hervormen of vastlopen
De combinatie van deze twee bronnen legt een explosieve waarheid bloot. Zolang Nederland blijft vasthouden aan niet-meetbare drempels en juridisch absolutisme, zal de stikstofcrisis niet verdwijnen. Integendeel: het beleid blijft hangen in een systeem van schijnzekerheden dat noch natuurherstel, noch juridische stabiliteit garandeert. Een hervorming – waarin beleid weer wordt gebaseerd op meetbare realiteit en proportionele ondergrenzen – is onvermijdelijk. De vraag is alleen: wie durft de juridische fictie te doorbreken?

Plaats een reactie