De stikstofcasus is exemplarisch voor een bredere maatschappelijke misvatting. Zij laat zien hoe wij, als zogenaamd hoogopgeleide samenleving, zijn gaan geloven in de illusie dat data, modellen en wetenschap onze toekomst konden vormgeven. Alsof ruimtelijke ordening en politieke keuzes konden worden vervangen door rekenregels en simulaties. Daarmee is niet alleen de wet vastgelopen, maar in zekere zin ook ons bestuur en het wetenschappelijke discours.

Zelfs Jan Willem Erisman erkent inmiddels dat Aerius “niet geschikt is voor vergunningverlening”. Toch wordt het systeem nog altijd als fundament onder beleid en rechtspraak gelegd. Het bestuur is lamgeslagen, omdat het te lang vertrouwde op het idee dat “de wetenschap het wel zou weten”. Daarmee verdwijnt visieontwikkeling, belangenafweging en het maken van keuzes uit beeld. Het wetenschappelijke debat zelf is verengd en gesloten geraakt, terwijl juist diversiteit en tegenspraak de motor zijn van kennisontwikkeling.
Precies om die reden blijf ik mij vastbijten in dit dossier. Want stikstof gaat voor mij niet alleen over ecologie of landbouw; het gaat over de manier waarop wij als samenleving omgaan met onzekerheid, kennis en besluitvorming. Het stikstofdossier is een spiegel. Het laat zien dat we te veel vertrouwen hebben gesteld in technocratische blauwdrukken, en te weinig in politiek leiderschap dat durft te erkennen dat de werkelijkheid complex is en dat keuzes altijd waarden en belangen raken.

Twee fundamentele problemen
Wat ik daarbij keer op keer zie, zijn twee grote problemen:
- We zijn vergeten tolerant te zijn, en blijven dus polariseren.
- We zijn vergeten dat een monocultuur in kennis en media funest is voor een democratie.
Zonder tolerantie en zonder diversiteit in perspectieven blijft een samenleving hangen in echokamers en loopgraven. We reduceren elkaar tot karikaturen, in plaats van dat we met elkaar zoeken naar verstandige compromissen en werkbare oplossingen.
De zesjesmaatschappij
Onderliggend speelt er nog iets groters. We zijn zo egalitair geworden – zogenaamd allemaal hoogopgeleid – dat kennis, opleiding en senioriteit juist in waarde zijn gedevalueerd. Johan Cruijff had er een treffende term voor: de zesjesmaatschappij. De zevens zoeken liever zesjes om zich heen om niet bedreigd te worden, terwijl de echten – de achten – zich bewust omringen met negens en tienen.
Het resultaat zien we dagelijks. Neem iemand als Christianne van der Wal: in het bedrijfsleven zou zij nooit in aanmerking zijn gekomen voor een hoge managementfunctie, maar in Den Haag kreeg ze het moeilijkste dossier van allemaal. Of kijk naar de Algemene Politieke Beschouwingen: een zaal vol roeptoeters die roepen in plaats van analyseren, en al helemaal niet met doordachte ideeën komen.
De prijs van middelmatigheid is hoog. Bedrijven vertrekken, innovatiekracht droogt op, en onze welvaart gaat sluipenderwijs achteruit. Een samenleving die genoegen neemt met zesjes, kan geen negens en tienen meer voortbrengen.
Mijn motivatie
Dat is waarom ik volhard. Niet omdat stikstof alleen zo’n groot thema is, maar omdat het symbool staat voor de bredere staat van ons land. Het gaat over de waarde van kennis, over het belang van open debat, over moed in politiek leiderschap, en over de vraag of wij bereid zijn onzekerheid onder ogen te zien.
Ik wil blijven laten zien dat vooruitgang niet ontstaat door blind vertrouwen in modellen en rekenregels, maar door visie, moed en erkenning van onzekerheid. Daarom blijf ik schrijven, onderzoeken en me mengen in dit debat – tegen de stroom in, en vaak tegen de polarisatie in.
Want alleen een samenleving die ruimte geeft aan nuance, diversiteit en echte kwaliteit kan weer vooruit.
PS dit artikel is geïnspireerd door de discussie op Foodlog bij het artikel “Nog even en AI voorspelt heel precies jouw kans op 1258 ziekten”.


Plaats een reactie