Nieuwe berekening: ammoniakdepositie nabij veestallen is vele malen hoger dan RIVM-model voorspelt

De recente metingen van Lô et al. (2025, Atmospheric Environment) vormen een belangrijke stap in het begrijpen van hoe ammoniak (NH₃) zich werkelijk gedraagt in het Nederlandse landschap. In dat onderzoek, uitgevoerd in de Regio Deal Foodvalley, werden tientallen ammoniaksensoren geplaatst rond melkvee- en pluimveebedrijven. De meetgegevens tonen forse concentraties op korte afstand van stallen, tot boven de 40–60 µg/m³ als jaargemiddelde.

In dit artikel passen we die concentraties toe op een realistische droge-depositiesnelheid (Vd), om de feitelijke lokale depositie te schatten — en die blijkt een orde van grootte hoger te liggen dan de waarden waarmee het RIVM momenteel rekent.

1. De korte basisformule

De flux van droge depositie (in kg N per hectare per jaar) wordt berekend als:

F = 259,7 x V_d x C

met:

  • V_d = depositiesnelheid [m/s],
  • C = ammoniakconcentratie in lucht [µg/m³],
  • de constante 259,7 volgt uit tijd, oppervlak en molaire omzetting van NH₃ naar N.

2. Realistische depositiesnelheid bij stallen

Uit veldstudies en literatuur blijkt dat boven nat gras en staloppervlakken Vd tussen 0,85 en 1,25 cm/s ligt (oftewel 0,0085–0,0125 m/s).

Deze hogere waarde ten opzichte van de DEPAC-standaard (0,002–0,004 m/s) komt door:

  • warme, vochtige lucht direct boven de bron,
  • ruwe oppervlakken (gras, muren, daken),
  • hoge concentratiegradiënten die de flux versterken.

3. Concentraties volgens Lô et al. (2025)

In de Foodvalley werden de volgende jaargemiddelde NH₃-concentraties gemeten:

Afstand tot bronGemiddelde C (µg/m³)Toelichting
50 m40–80nabij stal en erf
200 m20–40overgangszone agrarisch
500 m10–20gemengd agrarisch/natuur
>1000 m5–10achtergrond

4. Berekening van de droge depositie

We combineren deze meetwaarden met de genoemde Vd-range.

Afstand tot bronC (µg/m³)Vd = 0,0085 m/sVd = 0,0125 m/sBereik (kg N/ha/jaar)
50 m40–8088–177130–26090–250
200 m20–4044–8865–13045–130
500 m10–2022–4432–6520–65
1000 m5–1011–2216–3210–30

(Droge depositie; natte component nog niet inbegrepen.)

5. Totale depositie (droog + nat)

Natte depositie — via regenwater — bedraagt in deze gebieden typisch 10–30 kg N/ha/jaar.

Opgeteld levert dit (dit is inclusief de achtergronddepositie):

Afstand tot bronTotale depositie (kg N/ha/jaar, geschat)
50 m100–280
200 m60–160
500 m30–90
1000 m20–60

6. Vergelijking met RIVM-model

Het RIVM (via AERIUS/DEPAC) hanteert voor dezelfde afstanden veel lagere waarden, hierbij moet wel opgemerkt worden dat hierbij geen rekening is gehouden met de achtergrondconcentratie, dus RIVM probeert het effect van de stal zonder achtergrond te bepalen:

AfstandRIVM (mol/ha/jaar)Omgerekend (kg N/ha/jaar)Verschilfactor
50 m1000 mol14 kg×7–20 lager
500 m20 mol0,3 kg×100–200 lager
2000 m1 mol0,015 kg×500–1000 lager

7. Wat betekent dit?

De conclusie is onontkoombaar:

het meeste ammoniak slaat lokaal neer, binnen enkele honderden meters van de bron, en niet tientallen kilometers verderop zoals de huidige modelverdeling suggereert.

Een droge-depositiesnelheid van 1 cm/s gecombineerd met gemeten concentraties uit Lô et al. levert een flux op die 7–20 keer hoger is dan de huidige aannames van het RIVM bij 50 meter afstand. Daarmee is het aannemelijk dat DEPAC structureel de lokale neerwaartse flux onderschat.

8. Beleidsimplicatie

  • Modellen moeten herijkt worden op basis van echte metingen, niet aannames uit de jaren ’90.
  • De ruimtelijke verdeling van ammoniakdepositie is scheef: minder ver weg, veel meer dichtbij.
  • Een beleid dat vergunningen baseert op “molletjes op 1 km afstand” is wetenschappelijk onhoudbaar als de modelbasis zelf niet klopt.

9. Slot

De metingen van Lô et al. bevestigen wat boeren al jaren ervaren: de ammoniak blijft grotendeels in de buurt.

Wat AERIUS “vermist” aan depositie op afstand, is in werkelijkheid allang neergeslagen op het erf zelf.

 Bronnen

Plaats een reactie