Handhaving dreigt voor duizenden veehouders: waarom het plan van LTO en NAJK juridisch niets oplost – oproep van Jan Cees Vogelaar.

Door de aanhoudende juridische impasse rond stikstof dreigt een nieuwe fase van onzekerheid voor Nederlandse veehouders. Volgens voormalig Mesdag-bestuurder, huidig bestuurder SSC en belangenbehartiger Jan Cees Vogelaar staan duizenden bedrijven, inclusief paardenhouders, juridisch “vogelvrij”. In een scherpe analyse waarschuwt hij dat het plan van LTO Nederlanden NAJK — dat uitgaat van een geborgde emissiereductie van 42 tot 46 procent — juridisch geen enkel soelaas biedt. “Wie denkt dat dit plan handhaving voorkomt of vergunningverlening lostrekt, begrijpt niet hoe het juridisch werkt,” stelt Vogelaar.

Terug naar 1994 of 2004: het ‘laatst vergunde’ moment bepaalt

De kern van het probleem ligt bij de juridische basis waarop handhaving kan plaatsvinden. Wanneer een bedrijf geen geldige natuurbeschermingswetvergunning heeft — vaak door fouten of traagheid van de overheid zelf — kan een organisatie als MOB eisen dat de provincie handhaaft op de “laatst vergunde situatie” ten tijde van de aanwijzing van het betreffende Natura 2000-gebied.

Dat betekent dat teruggegrepen wordt op de situatie zoals die gold in 1994 of 2004 — afhankelijk van het gebied.

“Had je toen 60 melkkoeien, dan mag je nu 60 houden. Had je er nul, dan wordt het nul,” legt Vogelaar uit.

Met andere woorden: bedrijven die na 2004 zijn uitgebreid, lopen het risico dat hun huidige veestapel juridisch als illegaal wordt beschouwd. Voor PAS-melders ligt dat iets genuanceerder, omdat zij in veel gevallen een uitbreiding op een bestaande vergunning hadden, waarbij de extra stikstofdepositie marginaal was.

De grootste risico’s lopen volgens Vogelaar interimmers (bedrijven die tussen beleidsregimes in zaten) en bedrijven die met emissiearme technieken werken. Die laatste categorie dacht met innovatieve stalvloeren of luchtwassers juist aan de regels te voldoen, maar staat nu juridisch op losse schroeven.

Handhaving dreigt, overheid zwijgt

Volgens Vogelaar is de overheid — zowel provinciaal als landelijk — momenteel niet in staat om dergelijke handhavingsverzoeken effectief te weerstaan. “Er zijn de afgelopen maanden meerdere keren concrete voorstellen gedaan door Stikstofclaim om deze impasse te doorbreken,” zegt hij. “ Maar tot op heden is daar geen enkele zichtbare reactie op gekomen.”

De stilte vanuit Den Haag en de provinciehuizen noemt hij onbegrijpelijk, zeker nu duidelijk is dat de huidige juridische lijn onhoudbaar is. Zodra MOB of een andere actiegroep om handhaving verzoekt, is de provincie juridisch verplicht daarop te reageren. De kans dat dat in het voordeel van de boer uitpakt, is klein.

Het LTO/NAJK-plan: juridisch waardeloos

Het veelbesproken reductieplan van LTO en NAJK, waarin vrijwillige of geborgde emissiereductie tot 46% wordt voorgesteld, noemt Vogelaar ronduit “waardeloos”.

“Autonome reducties tellen juridisch niet. En bij iedere technische reductiemaatregel die via stalbouw of aanpassing wordt gerealiseerd, moet een bedrijf een nieuwe vergunning aanvragen,” legt hij uit.

En juist bij die nieuwe aanvraag komt de beruchte ‘additionaliteitstoets’ om de hoek kijken. Dat betekent dat het bevoegd gezag (meestal de provincie) moet beoordelen of de stikstofruimte van een bedrijf nodig is voor herstel van natuur die nu overbelast is.

Met andere woorden: zelfs als een bedrijf zijn emissie halveert door innovaties of managementmaatregelen, kan het zijn dat die reductie niet meer “voor het bedrijf zelf” geldt — maar juridisch wordt toegekend aan de natuur.

“Dat risico wil geen enkel ondernemer lopen,” aldus Vogelaar. “Want de natuur gaat in deze afweging altijd vóór.”

De enige juridisch houdbare reductie: minder dieren

Volgens Vogelaar rest er onder de huidige wetgeving slechts één juridisch sluitende manier om stikstofreductie te realiseren: krimp van de veestapel (ook indirecte via afroming) of bedrijfsbeëindiging.

“Dat is het bittere gevolg van een systeem dat zich volledig vastgelopen heeft in juridische zelfbinding,” zegt hij. “De overheid heeft zichzelf klemgezet tussen modelonzekerheid, Europees recht en binnenlandse politieke angst.”

Des te schrijnender vindt hij het dat juist het plan van LTO en NAJK, dat juridisch geen enkele borging kent, is omarmd door de minister van LNV en door meerdere politieke partijen. “Daarmee zijn alle dierhouders — inclusief paardenbedrijven — vogelvrij verklaard,” stelt hij.

De enige die nog vechten

In zijn analyse noemt Vogelaar slechts twee organisaties die de juridische en politieke strijd nog echt voeren: Agractie Nederland en Stikstofclaim.

“Deze clubs houden het hoofd koel, kennen de dossiers tot in detail en durven te zeggen waar het op staat,” aldus Vogelaar. “Ze zijn niet bezig met windowdressing, maar met echte rechtsbescherming voor boeren.”

Zijn oproep aan veehouders is dan ook helder:

“Iedere ondernemer die nog toekomst wil, doet er goed aan LTO en NAJK duidelijk te laten weten dat ze dit plan niet steunen — en zich aan te sluiten bij Agractie en Stikstofclaim.”

Doelsturing: het nieuwe gevaar

Naast handhaving en vergunningverlening ziet Vogelaar een nieuw gevaar opdoemen: doelsturing. In meerdere verkiezingsprogramma’s, en zelfs in de begroting van LNV, wordt dit concept als toekomstig beleidsinstrument gepresenteerd. Voor de invoering van doelsturing staat maar liefst een miljard op de begroting; voor wie of waar dit aan besteed zal gaan worden is onbekend.

Het idee: niet langer regels of technieken voorschrijven, maar boeren zelf laten kiezen hoe ze een bepaald milieudoel (zoals stikstofreductie) halen. Klinkt aantrekkelijk — maar volgens Vogelaar is het juridisch én praktisch onuitvoerbaar.

“Hoe wil je doelsturing invoeren als emissies van ammoniak of lachgas (N₂O) in huidige stallen niet betrouwbaar meetbaar zijn?” vraagt hij zich af.

Systemen als KringloopWijzerBEP en BEX, waarop de overheid nu leunt, zijn volgens hem modelmatig, niet controleerbaar en juridisch onhoudbaar. Ze bevatten forse marges en afwijkingen ten opzichte van wat in de praktijk gemeten wordt.

“Doelsturing klinkt sympathiek, maar is in werkelijkheid een groter gevaar voor de dierhouderij dan het hele PAS-debacle,” waarschuwt Vogelaar.

Een stem op doelsturing is een stem tegen jezelf

Met de verkiezingen in zicht richt Vogelaar zijn boodschap niet alleen tot beleidsmakers, maar ook tot boeren zelf.

“Iedere veehouder die stemt op een partij die doelsturing in het programma heeft staan, stemt bewust voor zijn eigen ondergang,” zegt hij onomwonden.

Hij noemt het “dom” van partijen die het waarschuwingssignaal negeren — maar “nog dommer” als boeren er zelf op stemmen.

Zijn conclusie is scherp: de toekomst van de Nederlandse veehouderij hangt niet alleen af van Den Haag, maar ook van de keuzes van boeren zelf. “Zolang de sector geen juridische realiteit onder ogen ziet, zal de handhaving doorgaan. Niet omdat de overheid dat wil, maar omdat ze juridisch niet anders kan.”

Nawoord

Vogelaars analyse sluit aan bij de bredere kritiek die binnen het landbouwveld leeft: modellen, beleidsambitie en juridische realiteit zijn losgezongen van de praktijk. Boeren die ooit met de beste bedoelingen investeerden in emissiearme technieken of stalinnovaties, blijken juridisch slechter af dan wie niets deed.

De vraag blijft hoe lang politiek Den Haag die spanning kan negeren.

Want zolang het stikstofbeleid niet fundamenteel hervormd wordt — richting juridische duidelijkheid, meetbare realiteit en uitvoerbare doelen — zal handhaving de facto neerkomen op afbouw van veehouderij via de achterdeur.

En dat, zo waarschuwt Vogelaar, “zal niet alleen boeren raken, maar ook het vertrouwen in de rechtsstaat zelf.”

Plaats een reactie

Eén reactie

  1. […] Artikel gebaseerd op het evaluatierapport van Berenschot (2020), meer weten over doelsturing? Gebruik de zoekfunctie en vul in “doelsturing”. Een zeer duidelijke opinie van Jan Cees Vogelaar staat hier. […]

    Like