De discussie over het stikstofbeleid binnen de landbouwsector is in korte tijd geëscaleerd. Aanleiding was de scherpe analyse van Jan Cees Vogelaar, die stelde dat het plan van LTO Nederland en NAJK juridisch waardeloos is en boeren niet beschermt tegen handhaving. Zijn bericht verspreidde zich razendsnel via appgroepen en zorgde voor ongekende ophef.
In de dag daarna reageerden achtereenvolgens LTO Nederland, John Spithoven en Agractie Nederland. Hun verklaringen laten zien dat er meningsverschillen bestaan over de juiste weg uit het stikstofmoeras — niet over de doelen, maar over de volgorde en vooral over de juridische haalbaarheid.
LTO Nederland: tweesporenbeleid biedt uitweg
LTO Nederland reageerde fel op de kritiek, die volgens de organisatie “onrust creëert op basis van pertinente onjuistheden”. In een uitgebreide verklaring stelt LTO dat het breed gedragen plan van LTO en NAJK — opgesteld met provincies, gemeenten en waterschappen — de enige realistische route vormt.
Centraal in het LTO betoog staat de tweesporenaanpak:
- Aanpassing van het wettelijk kader (zoals de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet).
- Gelijktijdige emissiereductie in de landbouw.
Volgens LTO is er onder juristen, wetenschappers en ook binnen het ministerie van LNV brede consensus dat deze combinatie de enige juridisch houdbare route is. Ze verwijzen nadrukkelijk naar een analyse van advocatenkantoor Houthoff, die in februari 2025 werd gepubliceerd in de notitie Meer dan papier.
“Partijen die beweren dat Nederland van het stikstofslot kan komen zonder emissiereductie én aanpassing van het juridisch kader, verkopen illusies,” aldus LTO.
Op basis van het Houthoff-advies werkte LTO het Bouwstenendocument emissiereductie landbouw uit. Dat document bevat maatregelen waarmee boeren zelf kunnen bijdragen aan reductie, zonder dat de overheid van bovenaf ingrijpt. Volgens LTO is dit plan inmiddels (deels) overgenomen in verkiezingsprogramma’s van “partijen die de landbouw goed gezind zijn” — en grotendeels omarmd door de minister van LVVN.
“Wij blijven ons hard maken voor een uitweg uit het stikstofslot op zo’n manier dat boeren zelf aan het stuur staan, toekomstperspectief krijgen en vergunningverlening weer loskomt.”
De boodschap van LTO is duidelijk: wie zegt dat emissiereductie niet nodig is, leeft in een juridische fictie. Alleen door aanpassing van wetgeving én reductie in de praktijk kan Nederland uit de impasse komen.
John Spithoven: ‘Doelsturing wordt het nieuwe PAS-debacle’
Boerenbelangenbehartiger John Spithoven, bekend zijn jarenlange strijd tegen het PAS, reageerde fel op LTO’s verweer. In zijn ogen is het beleid dat nu wordt voorbereid niet wezenlijk anders dan het mislukte Programma Aanpak Stikstof (PAS) dat in 2019 door de Raad van State werd vernietigd.
“Het is niemand minder dan de huidige LTO-voorzitter die tussen 2013 en 2015 het PAS-systeem heeft helpen bedenken,” schrijft Spithoven. “Tegen alle waarschuwingen in is toen een plan geïntroduceerd om enerzijds stikstofruimte voor vergunningen uit te geven en anderzijds te reduceren. We weten waar dat toe heeft geleid.”
Volgens Spithoven herhalen LTO en BBB nu dezelfde fout — maar “met nog grotere gevolgen en in kortere tijd”. Hij richt zijn pijlen vooral op het concept van doelsturing, waarin boeren zelf reductiedoelen krijgen opgelegd in plaats van middelvoorschriften.
Hij noemt drie fundamentele problemen:
- Vergunningverlening komt niet los. Zonder vergunningen is bedrijfsontwikkeling onmogelijk en ontstaat een “sterfhuisconstructie”.
- Verdeling van emissierechten leidt tot interne strijd. “Je creëert een burgeroorlog waarin boeren tegen elkaar worden uitgespeeld.”
- Borging betekent in de praktijk krimp. Doelsturing zal volgens hem onvermijdelijk leiden tot gedwongen inkrimping van veestapels.
Daarbij wijst Spithoven op de juridische gevolgen van individuele beschikkingen. Zodra elke boer een doelreductie opgelegd krijgt, ontstaat volgens hem een situatie waarin boeren tegen elkaar kunnen procederen. Door het Aarhus-verdrag en het Varkens in Nood-arrest mag immers iedere belanghebbende bezwaar maken tegen emissiebeschikkingen van anderen.
“Ik kan straks procederen tegen mijn buurman, simpelweg omdat hij dichter bij een Natura 2000-gebied zit en dus meer moet reduceren. Wat een eenheid.”
Agractie: niet tegen reductie, maar voor een andere volgorde
Agractie Nederland nam een meer diplomatieke positie in, maar maakt wel duidelijk dat zij de LTO-lijn niet volledig kan steunen. De organisatie voelt zich “genoodzaakt om te reageren, omdat leden erom vragen” en wil de eigen visie helder uiteenzetten.
Agractie stelt, net als LTO, dat zowel emissiereductie als aanpassing van het juridisch kader noodzakelijk zijn. Maar het verschil zit in de volgorde en de manier waarop.
“Wij kiezen nadrukkelijk voor een andere route – een route die wél perspectief biedt voor boeren én recht doet aan de werkelijke staat van de natuur,” aldus het bestuur.
Volgens Agractie zit Nederland niet op slot door gebrek aan emissiereductie, maar door een te strikte interpretatie van de Habitatrichtlijn. De kernbegrippen significante effecten en additionaliteit worden volgens hen zó rigide toegepast dat zelfs minimale emissies de vergunningverlening blokkeren.
De oplossing ligt volgens Agractie in een snelle aanpassing van de regelgeving via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Daarin zouden significantiedrempels of “significantiestroken” moeten worden vastgelegd.
Binnen die stroken — meestal de directe omgeving van kwetsbare Natura 2000-gebieden — blijft landbouw mogelijk, maar met stimulering van reductiemaatregelen. Buiten die stroken komt de vergunningverlening weer op gang.
“Binnen de stroken kan emissiereductie met geld worden gestimuleerd. Buiten de stroken kan vergunningverlening weer los. Zo blijft innovatie mogelijk, mét steun van de overheid.”
Belangrijk is dus de volgtijdelijkheid:
- Eerst vergunningverlening losmaken zodat bedrijven weer kunnen bewegen.
- Daarna reductie stimuleren op plekken waar het ecologisch verschil maakt.
Agractie verwijst naar recente analyses van het Planbureau voor de Leefomgeving en een ambtelijke technische briefing in de Tweede Kamer, waarin volgens hen wordt erkend dat doelsturing de vergunningverlening niet lostrekten “beleidstechnisch zeer complex” is.
Het PBL spreekt in dit verband zelfs van “beleidsfalen”.
“Na jaren van stilstand is dat onacceptabel,” stelt Agractie. “Het lostrekken van vergunningverlening is nú nodig.”
Een interne discussie in de agrarische politiek
De drie reacties laten zien dat de fundamentele scheidslijn in het stikstofdebat niet loopt tussen ‘reductie’ of ‘geen reductie’, maar tussen juridisch realisme en beleidsvolgorde.
- LTO vertrouwt op een geleidelijke aanpak met juridische én technische sporen, gebaseerd op consensus en samenwerking met overheden.
- Spithoven wantrouwt dat model volledig en waarschuwt dat doelsturing juridisch averechts uitpakt.
- Agractie pleit voor een juridisch-hermeneutische herziening van de omgevingswet zelf, voordat reductie kan worden afgedwongen.
De inzet is hoog: voor duizenden veehouders bepaalt deze discussie letterlijk hun toekomst.
Analyse: drie visies, één patstelling, maar ook voldoende overeenkomsten
De drie standpunten illustreren het kernprobleem van het Nederlandse stikstofbeleid: de spanning tussen juridische borging, bestuurlijke uitvoerbaarheid en economisch realisme.
- LTO’s tweesporenaanpak is op papier de evenwichtige, maar blijft afhankelijk van politieke wil én van emissiemodellen waarvan de betrouwbaarheid ter discussie staat. Bovendien is er nog geen concreet pad om daadwerkelijk vergunningverlening los te trekken zolang de Habitatrichtlijn niet wordt aangepast.
- Spithoven’s waarschuwing is juridisch niet helemaal onzinnig maar wellicht wat te uitgesproken. Zijn verwijzing naar het Varkens in Nood-arrest raakt een gevoelig punt: zodra individuele reductiedoelen worden opgelegd, wordt het juridisch strijdtoneel opengesteld voor eindeloze bezwaarprocedures.
- Agractie’s voorstel is politiek risicovol maar juridisch het zuiverst: aanpassing van de drempelwaarde via een AMvB is de enige directe route om de huidige blokkade te doorbreken. De vraag is echter of het kabinet en de Europese Commissie bereid zijn die ruimte te accepteren.
Slotbeschouwing: de juridische werkelijkheid wint altijd
Het stikstofdebat binnen de landbouw is niet langer een kwestie van ‘voor’ of ‘tegen’ emissiereductie. Het gaat om de vraag wie het juridisch beter begrijpt — en wie boeren daadwerkelijk perspectief kan bieden binnen het Europese kader.
Wat de afgelopen week pijnlijk duidelijk werd:
De verdeeldheid binnen de sector is er nog, terwijl de juridische realiteit onverbiddelijk blijft.
Of, zoals een van de betrokkenen het kernachtig verwoordde:
“De natuur gaat juridisch altijd voor — tenzij we het recht zelf veranderen.”
Lees verder:

Plaats een reactie