Achtergrond: eerste brief van SSC, Reactie van LTO, Reactie van Agractie. Dit stuk is ook weer een verslag / samenvattingen en geen (juridische) opinie van Stikstofinfo. Dit artikel is dus geen directe weergave van de ideeën cq opinie van stikstofinfo.net.
De discussie over het stikstofbeleid blijft de landbouwsector verdelen. Na de felle uitwisseling van standpunten tussen LTO Nederland, Agractie en verschillende boerenvertegenwoordigers heeft nu ook Stichting Stikstofclaim (SSC) onder leiding van Jan Cees Vogelaar opnieuw gereageerd.
In een brief van 10 oktober 2025 verwerpt SSC de kritiek van LTO op eerdere uitlatingen over het gezamenlijke stikstofplan van provincies, gemeenten, waterschappen, LTO, NAJK en VNO-NCW. Volgens SSC is er geen sprake van “het creëren van onrust”, maar van het benoemen van reële juridische risico’s.
“Het doel van deze reactie is niet het creëren van onrust, maar het voorkomen van beleidsfouten die de sector opnieuw jarenlang zullen achtervolgen,” aldus Vogelaar.
Eens over wetsaanpassing, verdeeld over volgorde
SSC onderschrijft dat het huidige wettelijke kader – waaronder de Kritische Depositiewaarden (KDW) en het gebruik van AERIUS – aanpassing behoeft. Volgens de stichting is dat een gedeeld inzicht met LTO. Waar de meningen uiteenlopen, is de volgorde en de onderbouwing van maatregelen.
LTO stelt dat er eerst emissiereductie moet plaatsvinden om de vergunningverlening weer mogelijk te maken. SSC noemt die redenering juridisch onjuist.
“Ervaren stikstofjuristen en advocaten, en wij werken met een zestal van de meest ervaren stikstofadvocaten, onderschrijven dit niet,” schrijft Vogelaar.
Volgens SSC volgt uit uitspraken van de Raad van State – onder meer op 18 december 2024 – dat generieke stikstofreductie niet automatisch leidt tot nieuwe ontwikkelruimte. Iedere vergunningaanvraag moet afzonderlijk worden getoetst op zogeheten additionaliteit: of de emissieruimte niet nodig is om bestaande overschrijdingen van de KDW te herstellen.
Kritiek op Houthoff-rapport en doelsturing
SSC stelt verder dat het door LTO aangehaalde Houthoff-rapport nauwelijks over landbouw gaat.
Het woord ‘veehouderij’ zou slechts één keer voorkomen, in een voetnoot. De analyse zou zich vooral richten op woningbouw en stedelijke ontwikkeling.
Daarnaast bevat het rapport volgens SSC geen inhoudelijke beschouwing over doelsturing, terwijl dit volgens de stichting een kernpunt is van het actuele beleid. SSC uit ernstige zorgen over de invoering van doelsturing — waarbij boeren een stikstofplafond of referentiehoeveelheid toegewezen krijgen.
“Hoe doelsturing juridisch geborgd, meetbaar en handhaafbaar moet worden, is volstrekt onduidelijk,” schrijft Vogelaar.
Volgens SSC dreigt doelsturing uit te lopen op een juridisch mijnenveld. Bedrijven die een dergelijke referentie of quotum krijgen, zouden “op het hakblok bij MOB” belanden, omdat die gegevens onder de Wet open overheid (Woo) vallen en daardoor openbaar kunnen worden opgevraagd. Dit zou handhavingsverzoeken en rechtszaken juist kunnen vermenigvuldigen in plaats van verminderen.
Stikstofquotum en rechtszekerheid
Het Houthoff-rapport spreekt over de mogelijkheid van een stikstofquotum per bedrijf.
SSC vraagt zich af of zo’n quotum verhandelbaar wordt, en of het gekoppeld wordt aan bestaande fosfaatrechten.
Volgens SSC zou zo’n systeem de overheid in staat stellen om zonder compensatie te korten op emissierechten. Vogelaar verwijst hierbij naar het NVV-arrest, waarin is bepaald dat de staat tot 10 procent mag korten op uitgegeven rechten zonder schadevergoeding.
“Een linkse coalitie zal daartoe niet schromen,” aldus Vogelaar.
De stichting vreest dat de koppeling van stikstof aan fosfaatrechten een nieuwe vorm van waardeverlies en krimp zal inluiden, zonder dat dit juridisch zekerheid oplevert.
Doelsturing leidt niet tot vergunningverlening
SSC verwijst naar recente uitspraken van de Raad van State (november 2022, april 2023 en december 2024) waaruit zou blijken dat vergunningverlening niet afhankelijk is van generieke reductiedoelen, maar van projectspecifieke toetsing onder artikel 6, lid 3, van de Habitatrichtlijn.
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en eerdere adviescommissies (Remkes, Hordijk) zouden volgens SSC hebben vastgesteld dat generieke emissiereductie geen nieuwe ontwikkelruimte schept zolang KDW-overschrijdingen blijven bestaan.
Daarmee concludeert SSC dat doelsturing en quotering juridisch niet bijdragen aan het losmaken van vergunningverlening en bovendien nieuwe juridische risico’s creëren.
Openbaarheid en handhaving
Een belangrijk punt van zorg is volgens SSC de openbaarmaking van stikstofgegevens.
Doordat de minister van LNV de emissiegegevens per UBN als milieu-informatie heeft aangemerkt, kunnen deze via een Woo-verzoek openbaar worden gemaakt.
SSC waarschuwt dat deze informatie — in combinatie met stikstofplafonds per bedrijf — zal leiden tot een toename van handhavingsverzoeken door milieuorganisaties.
“De stikstofreferentie van ieder boerenbedrijf komt dus openbaar. Dat is één van de ingrediënten voor succesvolle handhavingsverzoeken door de MOB,” aldus Vogelaar.
Vergelijking met het buitenland
In de brief verwijst SSC naar ervaringen in Duitsland, Denemarken en Ierland, waar vergelijkbare systemen van doelsturing en digitale emissieregistratie zijn ingevoerd. In die landen leidde dit volgens de stichting tot datalekken, hoge administratieve lasten en rechterlijke uitspraken over schending van het evenredigheidsbeginsel.
Vogelaar concludeert dat “politieke doelsturing de druk verplaatst van overheid naar ondernemer, met verlies van rechtszekerheid en vertrouwen als gevolg.”
Alternatieven en oplossingsrichtingen
Stichting Stikstofclaim sluit de brief af met een aantal voorstellen voor maatregelen die volgens haar wel juridisch houdbaar zijn en snel uitvoerbaar binnen de bestaande wetgeving:
- Invoering van een ondergrens van 1 mol (of iets hoger) om kleine emissies buiten vergunningplicht te houden.
- Aanpassing van parameters voor droge depositie in AERIUS om realistischere berekeningen te krijgen.
- Meer meten, minder rekenen: directe metingen van depositie in plaats van louter concentratiemodellen.
- Gebiedsgerichte reductie op vrijwillige basis dicht bij stikstofgevoelige natuur, vergelijkbaar met het plan van Agractie.
- Natuurherstelmaatregelen zoals plaggen, steenmeeltoepassing en begrazing met afrekenbare beheerplannen.
Op langere termijn pleit SSC voor wetswijzigingen waarbij de KDW geen centrale rol meer speelt en AERIUS wordt vervangen door beoordelingen op basis van daadwerkelijke instandhoudingsdoelen en satellietwaarnemingen.
“De PAS is uitgelopen op een drama voor de PAS-melders. De invoering van doelsturing wordt een drama voor alle veehouders. Zeg later nooit dat er niet is gewaarschuwd,” besluit Vogelaar.
Conclusie
Met deze brief positioneert Stichting Stikstofclaim zich nadrukkelijk tegenover de lijn van LTO Nederland.
Waar LTO inzet op een tweesporenaanpak met gelijktijdige reductie en wetswijziging, ziet SSC daarin een herhaling van fouten uit het verleden.
De stichting pleit voor snelle, technisch uitvoerbare stappen zoals de invoering van de 1-molgrens (LTO pleit hier ook voor), gecombineerd met een fundamentele herziening van het juridisch kader.
De komende weken zal blijken of deze waarschuwing politieke weerklank krijgt, of dat de invoering van doelsturing ondanks de bezwaren doorgaat.

Plaats een reactie