Vooroplopend op de verkiezingen : Drie politieke routes uit de stikstofklem

Meer weten over de indivuele standpunten van de partijen? Kijk naar dit artikel.

Nu de verkiezingen van oktober 2025 voor de deur staan, rijst opnieuw de vraag hoe Nederland uit de stikstofimpasse kan komen. De crisis die in 2019 begon met het arrest van de Raad van State is inmiddels zes jaar oud. Boeren, bouwers en bestuurders snakken naar duidelijkheid, maar het politieke landschap is diep verdeeld. Wie de partijprogramma’s leest, ziet dat stikstofbeleid niet langer slechts een milieuthema is; het is een spiegel van de politieke cultuur geworden.

Op basis van de meest recente peilingen tekenen zich drie realistische machtsopties af. Elk van die mogelijke coalities kiest een andere route om de vergunningverlening weer op gang te brengen, de relatie tussen ammoniak en NOx te herzien, en het juridisch moeras rond KDW en AERIUS te doorbreken.

Scenario 1 – De rechtse hervorming

Het eerste scenario is dat de PVV met ruime voorsprong wint en, gesteund door BBB, JA21, VVD, SGP en mogelijk FvD, een kabinet vormt. De toon is dan uitgesproken anti-bureaucratisch. De kern van dit beleid is herstel van ondernemerszekerheid en beperking van wat deze partijen zien als juridisch overgereguleerd natuurbeleid.

De vergunningverlening zou in dit scenario snel worden vlotgetrokken door invoering van een wettelijke rekenkundige ondergrens van 1 mol N/ha/jaar. Alles wat daaronder valt, wordt niet langer als relevant beschouwd voor natuurbeoordeling. Het kabinet zou daarnaast vrijwel direct overgaan tot legalisatie van alle PAS-melders.

Een tweede pijler is de scheiding tussen ammoniak (NH₃) en stikstofoxiden (NOx). Die twee stoffen hebben volgens deze partijen een totaal ander karakter: ammoniak is agrarisch, lokaal en oplosbaar; NOx is industrieel, stedelijk en grensoverschrijdend. Door de emissies te scheiden kan landbouw weer eigen beleid voeren, los van luchtvaart en verkeer.

Van gedwongen uitkoop zal onder dit kabinet geen sprake zijn. Boeren die willen stoppen, krijgen financiële compensatie, maar innovatie heeft de voorkeur boven sanering. Provincies worden de hoofdregisseur; Den Haag beperkt zich tot het bewaken van de grote lijnen.

Het kabinet zou ook een streep zetten door de kritische depositiewaarde (KDW) als juridische norm. In plaats daarvan komt een systeem van trendmeting en real-time monitoring, waarbij het RIVM en provincies veel meer meetpunten inrichten. AERIUS blijft hoogstens een hulpmiddel, geen beslisgrond meer.

Kortom: scenario 1 levert waarschijnlijk snelheid en duidelijkheid, maar neemt een juridisch risico tegenover Brussel.

Scenario 2 – Het midden-rechtse compromis

Het tweede scenario is een coalitie van VVD, BBB, CDA, D66, JA21 en SGP. Een pragmatisch bestuur, gericht op herstel van vertrouwen tussen stad en platteland. Hier is het uitgangspunt niet het afschaffen van regels, maar het verbeteren van hun uitvoerbaarheid.

Ook in dit midden-rechtse programma wordt de RKO van 1 mol ingevoerd, maar niet halsoverkop. De Raad van State krijgt een adviserende rol bij de juridische inbedding. Het kabinet wil tegelijk de legalisatie van PAS-melders versnellen en een nieuw investeringsfonds openen voor emissiearme technieken, mestverwerking en monitoring.

De partijen erkennen de verschillen tussen NOx en NH₃, maar kiezen voor een gedeeltelijke scheiding. De industrie krijgt aparte emissieplafonds voor NOx, terwijl de landbouw zich richt op ammoniak. Beide stromen blijven echter rapportageplichtig onder één nationaal emissieplan, om te voldoen aan de Europese richtlijn NEC.

Uitkoop van boeren blijft vrijwillig en gericht; alleen bij aanhoudende overschrijding van doelen kan een beëindigingsregeling volgen. De provincies blijven verantwoordelijk voor gebiedsprocessen, maar rapporteren jaarlijks aan het Rijk via een uniforme meet- en rekenmethode.

De KDW wordt niet geschrapt maar herijkt. Wetenschappers van WUR, PBL en RIVM krijgen de opdracht om per habitattype een bandbreedte vast te stellen, inclusief onzekerheidsmarges. In die opzet wordt AERIUS gekoppeld aan meetdata, zodat model en meting elkaar kunnen controleren.

Het resultaat is een compromis tussen juridische zekerheid en bestuurlijke haalbaarheid: minder symboolpolitiek, meer meetbare vooruitgang.

Scenario 3 – De natuur-eerst coalitie

Het derde denkbeeldige kabinet wordt gevormd door GL-PvdA, D66, VVD, CDA, SP en DENK. Hier schuift het accent terug naar natuurherstel als primair doel. De toon is gematigder dan in 2021, maar de koers blijft groen-progressief.

In dit scenario wordt de vergunningverlening pas hervat zodra de natuur stabiel herstellend is. Nieuwe projecten moeten aantonen dat er geen significant effect optreedt, ongeacht de omvang van de emissie. De RKO verdwijnt dus van tafel totdat de Raad van State die wetenschappelijk verdedigbaar acht.

Uitkoop van boeren blijft grotendeels vrijwillig, maar bij bedrijven binnen een straal van vijfhonderd meter van Natura-2000-gebieden kunnen verplichte beëindigingen plaatsvinden. De financiële middelen gaan vooral naar omschakeling: grondgebonden, biologisch of extensief.

Er komt geen splitsing tussen NOx en NH₃, omdat de som van beide bepalend blijft voor de depositie op kwetsbare natuur. De sturing blijft nationaal; provincies voeren uit onder toezicht van een Nationale Stikstofcommissaris.

De KDW blijft het juridische anker, al wordt erkend dat er onzekerheden bestaan. De regering wil meer metingen, maar het model AERIUS blijft leidend bij vergunningverlening. Wel krijgt het RIVM de opdracht tot open-data-publicatie, zodat de wetenschap onafhankelijk kan toetsen.

Dit scenario zet de natuur op één, maar het tempo van vergunningverlening en economische ruimte zal beperkt blijven.

Vergelijking van de drie scenario’s

De verschillen tussen de drie denkbare richtingen zijn aanzienlijk. De ene kant van het spectrum kiest voor juridische verlichting, de andere voor ecologische zekerheid. Onderstaand overzicht laat zien waar de lijnen precies lopen.

ThemaScenario 1 – RechtsScenario 2 – Midden-rechtsScenario 3 – Links
VergunningverleningSnel via 1 mol RKO, PAS-melders gelegaliseerdRKO met juridische borgingAlleen na natuurherstel, geen RKO voorlopig
NOx / NH₃-scheidingVolledigGedeeltelijkGeen
Uitkoop boerenVrijwilligVrijwillig + gerichtVrijwillig + verplicht bij piek
Lokaal / LandelijkDecentraal, provincies leidendGebiedsgericht binnen landelijke kadersLandelijke doelen, strakke regie
RKO / drempelwaarde1 mol vastgelegd in wet1 mol + uitzonderingenAfwijzend
KDW & AERIUSAfschaffen → meten leidendHerijken + combineren met metingenHandhaven en versterken

De tabel maakt zichtbaar hoe het stikstofdossier niet langer draait om één model of één waarde, maar om fundamenteel verschillende bestuursfilosofieën.

De onderliggende spanningen

Achter de technische keuzes schuilen diepere politieke vragen. De rechtse partijen stellen het primaat van de economie voorop: Nederland moet bouwen, boeren en produceren. De overheid moet zich beperken tot de grote lijnen en het vertrouwen herstellen in menselijke maat. De natuur herstelt volgens hen vooral door beter beheer en realistisch beleid, niet door rekenkundige grenzen.

Het midden-rechtse blok zoekt balans. Hier overheerst het inzicht dat Nederland niet kan doorgaan met juridisch stilstand, maar evenmin de rechtsstaat kan negeren. In deze visie wordt stikstofbeleid hervormd tot een ‘doelsturing met bandbreedtes’: sturen op trends, niet op komma’s.

Het linkse scenario beschouwt de stikstofcrisis als een symptoom van een dieper ecologisch tekort. De focus ligt op herstel van biodiversiteit en het naleven van Europese verplichtingen. Het vertrouwen moet komen uit meetbare verbeteringen in de natuur, niet uit versoepelde regels.

Wat betekent dit voor 2026 – 2030?

Welke coalitie er ook komt, duidelijk is dat de stikstofproblematiek de komende kabinetsperiode opnieuw centraal zal staan. Alle partijen erkennen inmiddels dat de huidige modellen niet onfeilbaar zijn en dat er meer moet worden gemeten. Ook is er brede steun voor het idee dat beleid gebiedsgericht moet blijven.

De echte scheidslijnen lopen langs drie assen:

  1. De juridische vraag of een RKO verenigbaar is met Europese rechtspraak;
  2. De economische vraag hoeveel ruimte Nederland wil reserveren voor landbouw en bouw;
  3. De maatschappelijke vraag hoeveel vertrouwen er nog is in overheid en wetenschap.

Scenario 1 kiest voor maximale vrijheid en snelheid, met het risico op nieuwe rechtszaken. Scenario 2 probeert juridisch evenwicht te vinden en tegelijkertijd ruimte te scheppen. Scenario 3 houdt vast aan zekerheid voor de natuur, ook als dat betekent dat vergunningverlening nog jaren stokt.

Een kwestie van cultuur

Wie de afgelopen jaren het stikstofdebat heeft gevolgd, ziet dat de inhoudelijke kloof niet alleen gaat over mol per hectare, maar over de manier waarop Nederland bestuurd wil worden. Rechts ziet in het stikstofbeleid het toonbeeld van technocratische overreach; links ziet er juist een test in van de bereidheid om de natuur eindelijk serieus te nemen.

Daartussenin groeit een groep bestuurders, wetenschappers en boeren die de meetlat realistischer wil maken. Zij erkennen dat modellen nuttig zijn, maar dat onzekerheid nooit nul wordt. Het debat over de rekenkundige ondergrens (RKO) is daarom niet alleen technisch, maar ook symbolisch: het is de vraag hoeveel precisie de samenleving verlangt voordat zij durft te handelen.

Slotbeschouwing

Als er iets duidelijk is geworden sinds 2019, is het dat stikstofbeleid nooit meer een puur milieudossier zal zijn. Het is een maatschappelijk verdelingsvraagstuk geworden, waar juridische, economische en culturele dimensies samenkomen.

Of Nederland kiest voor versoepeling (scenario 1), voor een bestuurlijk compromis (scenario 2) of voor juridisch purisme (scenario 3), één conclusie is onvermijdelijk: zonder vertrouwen in de kennisbasis en zonder een heldere koppeling tussen meten, rekenen en handelen, blijft het land verlamd.

Wie straks aan tafel zit bij de formatie van 2025, beslist dus niet alleen over stikstof, maar over de bestuursstijl van een hele generatie.

Plaats een reactie