Er lijkt in Nederland een nieuw journalistiek genre te zijn ingeburgerd: het hit piece. Een artikel dat niet bedoeld is om te informeren, maar om te beschadigen. Niet om nuance te brengen, maar om een afwijkende stem in diskrediet te brengen. De logica is simpel: wie het heersende narratief uitdaagt, vormt een risico voor de consensus – en moet dus worden geneutraliseerd.
In de Verenigde Staten is dit fenomeen al langer zichtbaar in de gepolariseerde strijd tussen “narrative” en “counter-narrative”. Ook daar geldt: niet de inhoud telt, maar de positionering. Wie te veel vragen stelt bij het dominante verhaal – of dat nu over klimaat, migratie of stikstof gaat – wordt niet bestreden op argumenten, maar op karakter.
Inmiddels hebben ook Nederlandse ‘kwaliteitskranten’ deze praktijk overgenomen.
De heilige waarheid van AERIUS
Het stikstofdossier is bij uitstek een voedingsbodem voor hit pieces. Het combineert ingewikkelde wetenschap, hoge maatschappelijke inzet, en een bijna religieus geloof in modellen en cijfers.
Wie, zoals ik, stelt dat het AERIUS-model van het RIVM onnauwkeurig is – of dat de gehanteerde deposities op hectareniveau wetenschappelijk niet hard te maken zijn – wordt niet tegemoet getreden met tegenargumenten, maar met wantrouwen.
Dat wantrouwen komt niet uit de boerenhoek, maar uit de journalistiek zelf.
De toon: “Wie bent u om de wetenschap in twijfel te trekken?”
De suggestie: als je het model bekritiseert, dan ben je “anti-wetenschap”, “politiek gekleurd” of “gevaarlijk”.
Het gevolg: de inhoud verdwijnt uit beeld, en de boodschapper wordt onderwerp van het verhaal.
De anatomie van een hit piece
Een hit piece heeft altijd hetzelfde patroon. Eerst belt een journalist, vaak correct en beleefd, met de vraag of je wat context wilt geven bij je werk. Er volgen uitgebreide mails, soms met complimenten over de zorgvuldigheid van je rapport. Vervolgens verschijnt een artikel dat niet gaat over de inhoud van je onderzoek, maar over jou: je netwerk, je toon, je onafhankelijkheid.
De kernboodschap wordt verdraaid tot een karikatuur.
Wie meet dat de gemodelleerde ammoniakdepositie in duingebieden tientallen mol per hectare te hoog ligt, ziet dat terug als: “Onderzoeker betwijfelt stikstofprobleem.”
Wie wijst op de onnauwkeurigheid van de OPS-berekeningen, leest: “Ingenieur zonder peer review ontkent wetenschap.”
Zo wordt het debat niet verrijkt, maar verarmd.
Het is geen toeval dat juist onafhankelijke onderzoekers doelwit zijn. Zij passen niet in het institutionele kader van universiteiten, adviesbureaus en door het Rijk gefinancierde kennisconsortia. Ze schrijven zonder subsidie, zonder redactieraad, en dus zonder de sociale bescherming van het systeem.
Dat maakt hen kwetsbaar – en tegelijk gevaarlijk voor de machtsbalans van het verhaal.
De moraliteit van het gelijk
Het hit piece heeft een morele motor. Het pretendeert de lezer te beschermen tegen desinformatie, maar in werkelijkheid is het een instrument van moreel zelfbehoud.
De auteur overtuigt zichzelf dat hij “de wetenschap verdedigt”, terwijl hij in feite de grens van de wetenschap bewaakt: hierbinnen mag je praten, daarbuiten niet.
Zo wordt kritiek op een model niet gezien als een bijdrage aan kennis, maar als een aanval op de Waarheid.
Het doet denken aan wat Simon Rozendaal recent “de Heilige Schrift van de wetenschap” noemde. Wetenschap als dogma, niet als proces.
In dat licht is het begrijpelijk dat journalisten die jarenlang blind op RIVM-cijfers hebben vertrouwd, moeite hebben met nuance. Toegeven dat de modellen onzeker zijn, voelt als verraad aan de moraal.
Het bredere probleem: verenging van debat
De schade van deze journalistieke reflex reikt verder dan één persoon of één rapport.
Door elke afwijkende stem te problematiseren, verschraalt het debat.
Er ontstaat een gesloten kring waarin dezelfde mensen elkaar citeren, dezelfde cijfers herhalen en elkaar bevestigen in de illusie dat het “de wetenschap” is.
In werkelijkheid is het vaak slechts een consensus binnen een beperkte groep — een epistemisch kartel dat zichzelf als objectief beschouwt.
Voor het stikstofbeleid is dat fataal. De rekenmodellen bepalen vergunningen, rechterlijke uitspraken, en zelfs het voortbestaan van boerenbedrijven. Juist daarom moet de onderliggende wetenschap openstaan voor kritiek, controle en correctie.
Wie kritiek op AERIUS of de KDW-systematiek afdoet als “cherry picking” of “activisme”, verdedigt niet de wetenschap, maar haar vervorming.
Een oproep tot volwassen journalistiek
De oplossing is niet moeilijk te formuleren, maar wel lastig te realiseren: journalistiek moet weer nieuwsgierig durven zijn.
In plaats van het model te aanbidden, zouden redacties moeten vragen: “Hoe zeker zijn deze cijfers?”
In plaats van een onderzoeker te framen, zouden ze moeten vragen: “Wat betekent deze foutenmarge voor beleid?”
En in plaats van het debat te sluiten, zouden ze moeten bijdragen aan open kennisuitwisseling.
Het stikstofdebat verdient volwassen journalistiek — geen morele zuivering.
Want wetenschap floreert niet door bescherming tegen kritiek, maar juist door het toelaten ervan.
Slot
Een hit piece zegt vaak meer over de angst van de schrijver dan over het onderwerp van zijn aanval.
De angst dat een zorgvuldig opgebouwde overtuiging niet bestand blijkt tegen twijfel.
Maar twijfel is geen bedreiging. Twijfel is de kern van wetenschap.
Wie dat vergeet, schrijft niet meer over stikstof, maar over geloof.
En geloof hoort in de kerk — niet in de krant.

Plaats een reactie