Een deze dagen volgt nog een longread op http://www.food4innovations.nl
Nederland voert al jaren een intensief debat over stikstof, mest en kringlooplandbouw. We spreken over emissiereductie, mestnormen, derogatie, RENURE en technologieën om stikstofverliezen te beperken. Maar één element blijft opvallend buiten beeld: de menselijke mest. Terwijl we ieder jaar miljoenen tonnen dierlijke mest produceren en grote sommen geld besteden aan kunstmestimport, spoelen we tegelijkertijd onze meest waardevolle nutriëntenstroom—urine en feces van 17,5 miljoen mensen—via het riool weg, om deze vervolgens in zuiveringsinstallaties grotendeels als afval te behandelen.
Steeds meer onderzoekers, ondernemers en beleidsmakers beginnen te zien dat het sluiten van de stikstof- én fosfaatkringloop onmogelijk is zolang we menselijke mest blijven behandelen alsof het iets is waar we vanaf moeten. Uit recente analyses op Foodlog, aangevuld met werk van onder andere Wouter van der Weijden en de inzichten uit de Humanure-beweging, ontstaat een helder beeld: wie een circulair landbouwsysteem wil, moet vroeg of laat praten over het hergebruik van menselijke nutriënten in de landbouw.
De vergeten stroom: hoeveel P en N produceren mensen eigenlijk?
De omvang van de menselijke meststroom wordt in Nederland zelden genoemd in beleidsdocumenten, maar de cijfers zijn indrukwekkend. Uit berekeningen op Foodlog (“Hoeveel poepen en plassen zoogdieren in Nederland?”) blijkt dat Nederlanders jaarlijks ongeveer:
- 140–150 miljoen kg stikstof (N) uitscheiden
- 15–20 miljoen kg fosfor (P)
- ongeveer 700–750 miljoen kg droge stof
Deze hoeveelheden zijn vergelijkbaar met de totale mestproductie van een substantiële veehouderijsector. Mensen zijn in termen van stikstofproductie—hoe verrassend het ook klinkt—ong. gelijkwaardig aan de gehele Nederlandse varkenshouderij.
Toch wordt deze nutriëntenstroom nauwelijks benut. Via rioolwaterzuivering wordt een deel omgezet in slib (dat in Nederland meestal wordt verbrand) en een deel gaat verloren als emissie, bijvoorbeeld in de vorm van stikstofgas of lachgas. De mineralen die achterblijven worden niet teruggebracht naar landbouwgrond, terwijl Nederland tegelijkertijd structureel fosfaat importeert en afhankelijk blijft van industriële kunstmest.
Waarom we niet zonder Humanure kunnen
a. De kringloop is nu per definitie open
Het basisprincipe van kringlooplandbouw is dat nutriënten binnen het systeem blijven. Dat lukt nooit zolang menselijke mest verloren gaat. Mensen eten plantaardig en dierlijk voedsel dat op landbouwgrond is geproduceerd. Als de mineralen uit dat voedsel via het riool worden afgevoerd, ontstaat een structureel gat dat alleen kan worden gedicht door kunstmest of mestimport.
Het gevolg: we blijven afhankelijk van externe bronnen, terwijl we binnenlands een volledig herbruikbare stroom van nutriënten hebben die jaarlijks toeneemt door bevolkingsgroei.
b. De stikstofopgave wordt eenvoudiger wanneer je alle stromen meeneemt
Het huidige stikstofbeleid richt zich uitsluitend op landbouwemissies, terwijl slechts een deel van de nationale stikstofkringloop uit dierlijke mest komt. Een volledig systeemoverzicht laat zien dat menselijke mest juist een lage-emissiestroom kan worden wanneer deze wordt gescheiden, verwerkt en direct (bij voorkeur in geconcentreerde vorm) wordt toegepast op landbouwgrond.
In tegenstelling tot drijfmest in stallen vindt de omzetting van ureum naar ammoniak bij mensen grotendeels buiten de landbouwketen plaats. Door slimme verwerking (bijvoorbeeld zuur toevoegen, drogen of verhitten) zijn emissies bij opslag en aanwending minimaal.
c. Fosfaat wordt schaarser – Humanure bevat precies wat landbouw nodig heeft
Fosfaat is een eindige grondstof. Europa importeert vrijwel al zijn fosfaat uit mijnen in Marokko en Rusland. Tegelijkertijd produceert de Nederlandse bevolking genoeg fosfor om een aanzienlijk deel van de landbouwbehoefte te dekken. Humanure zou dus strategisch gezien een grondstoffenpolitiek dossier moeten zijn, niet slechts een milieuvraagstuk.
Technologie is geen probleem – beleid wel
In de recente Foodlog-analyse “Van RENURE naar Humanure” wordt een belangrijk punt aangehaald: wanneer Europa nadenkt over herwonnen stikstof uit dierlijke mest (RENURE), ligt het voor de hand om ook menselijke stromen te betrekken. De technologie bestaat al:
- Vacuümtoiletten die urine en feces gescheiden afvoeren
- Struvietreactoren die fosfaat terugwinnen
- Droog- en hygiënisatieprocessen die Humanure veilig maken
- Decentrale sanitatieconcepten (o.a. uit Zweden, Duitsland, Japan)
Toch behandelt de EU menselijke mest juridisch nog steeds als afval, niet als grondstof. Dat maakt hoogwaardige toepassing in de landbouw vrijwel onmogelijk. Nederland loopt daarbij extra achter vanwege strikte afvalstoffenwetgeving: elk restproduct uit rioolwaterzuivering is per definitie een afvalstroom, tenzij zwaar wordt bewezen dat het een product is.
Die houding staat op gespannen voet met de Europese circulaire ambities én met de logica van een gesloten stikstofkringloop.
Het taboe: menselijke mest is politiek lastig
Het grootste obstakel is geen technische of juridische, maar een culturele: de mens wil niet denken aan zijn eigen ontlasting als landbouwmest. In stedelijke context is het een gevoelig onderwerp. Veel beleidsmakers vrezen publieke weerstand, terwijl dezelfde burgers probleemloos voedsel eten dat afhankelijk is van kunstmest uit fosfaatmijnen en aardgas.
Daar komt bij dat de landbouwsector nu volledig verantwoordelijk wordt gehouden voor de stikstofopgave. Door Humanure in de discussie te brengen verschuift het frame: stikstof wordt zichtbaar een maatschappelijke kringloop, niet uitsluitend een agrarisch probleem. Dat raakt aan politieke belangen en machtsposities—en verklaart waarom het onderwerp vaak uit beleidsnota’s wordt gehouden.
Hoe groot kan de impact van Humanure zijn?
Wanneer menselijke mest wordt omgezet naar landbouwgeschikte nutriënten (bijvoorbeeld als struviet, gedroogde fecale compost of ammoniumzout), kan dit:
- 20–30% van de Nederlandse fosfaatbehoefte dekken
- 10–20% van de stikstofbehoefte leveren
- de import van kunstmest drastisch verminderen
- kringlopen regionaal sluiten
- emissies bij mesttransport en mineralenproductie reduceren
- bijdragen aan een stabielere mestboekhouding in Nederland
Bovendien kan het de druk op veehouders verminderen. Wanneer een deel van de fertiliserende werking wordt geleverd door Humanure, kan beleid veel beter sturen op efficiëntie, niet op dieraantallen. De landbouw wordt minder afhankelijk van dure kunstmest en minder kwetsbaar voor internationale grondstoffenprijzen.
De toekomst: van Humanure naar een echte circulaire landbouw
Internationaal ontstaan al voorbeelden van succesvolle implementatie:
- In Zweden worden urine en feces gescheiden ingezameld en gebruikt als meststof.
- In Duitsland draait inmiddels een keten van urban toilets die struviet produceren.
- In ontwikkelingslanden zijn “ecosan”-toiletten vaak al de standaard.
Voor Nederland ligt de weg open voor pilotprojecten, vooral in nieuwbouwwijken waar vacuümtoiletten of gescheiden systemen eenvoudig te installeren zijn. De landbouwsector kan hierbij juist partner zijn: boeren hebben behoefte aan stabiele, emissiearme bemesting met voorspelbare samenstelling.
De stap naar Humanure betekent echter wél dat Nederland opnieuw moet nadenken over het juridische onderscheid tussen afval, mest en grondstof. De huidige Meststoffenwet is volledig ontworpen rondom dierlijke mest en kunstmest, niet rondom menselijke nutriëntenstromen. Als kringlooplandbouw serieus is, is het aanpassen van deze wetgeving onvermijdelijk.
Wie stikstof wil oplossen, moet het hele systeem zien
Het debat over RENURE laat zien dat Europa langzaam erkent dat circulaire stikstofstromen essentieel zijn. De volgende logische stap is Humanure.
Zonder hergebruik van menselijke mest blijven de Nederlandse kringlopen per definitie open en blijven we kunstmest importeren terwijl we waardevolle nutriënten verbranden of wegspoelen. Humanure is geen exotisch idee, maar een onmisbaar onderdeel van een rationeel en modern mestbeleid.
Wil Nederland werkelijk een circulaire landbouw realiseren én de stikstofopgave verminderen, dan moeten we durven erkennen: de kringloop sluit pas als ook de mens wordt meegenomen.

Plaats een reactie