Eerste Kritische blik op Science-studie: Multispecies graslanden en stikstofreductie

Inleiding

Een recente studie in het gerenommeerde tijdschrift Science, gepubliceerd op 4 december 2025, trekt de aandacht in de agrarische wereld. De onderzoekers analyseerden data van 26 locaties wereldwijd en concludeerden dat multispecies graslanden – mengsels van grassen, vlinderbloemigen (legumes) en kruiden – hogere opbrengsten kunnen leveren met aanzienlijk minder stikstofbemesting dan monoculturen of eenvoudige gras-klaver mengsels.

Specifiek produceerde een zes-soorten mengsel gemiddeld 12,3 ton droge stof per hectare per groeiseizoen, wat een stijging van 11% betekent ten opzichte van een grasmonocultuur met meer dan dubbel zoveel stikstof, en 18% meer dan een gras-klaver combinatie. 

Dit zou een doorbraak kunnen betekenen voor duurzame landbouw, vooral in het licht van de stikstofcrisis in Nederland. Maar is dit echt zo revolutionair? Ronald Zom, onderzoeker bij Wageningen University & Research met expertise in rundveevoeding, beweiding en biodiversiteit in kruidenrijk grasland, plaatst kritische kanttekeningen bij deze bevindingen in een reactie op X (voorheen Twitter).

De studie in vogelvlucht

De studie, getiteld “Multispecies grasslands produce more yield from lower nitrogen inputs across a climatic gradient”, toont aan dat diversere graslanden profiteren van synergieën tussen grassen, legumes en kruiden. Legumes fixeren stikstof uit de lucht, waardoor minder kunstmest nodig is, en in warmere klimaten neemt dit voordeel zelfs toe. De onderzoekers testten dit op proefvelden over een breed klimaatgradient, van koud tot warm, en concludeerden dat multispecies mengsels de afhankelijkheid van stikstofbemesting kunnen verminderen zonder opbrengstverlies – sterker nog, met winst. Dit sluit aan bij bredere trends in ecologische landbouw, waar biodiversiteit wordt gezien als sleutel tot veerkracht en efficiëntie.

Kritiek van Ronald Zom: Niet alles is wat het lijkt

Zom, die reageerde op een post van ir. Wouter de Heij over deze studie, benadrukt dat we voorzichtig moeten zijn met de interpretatie. Zijn punten, gebaseerd op jarenlange ervaring in de Nederlandse context, werpen licht op beperkingen die de studie mogelijk over het hoofd ziet:

  1. Proefvelddata vs. praktijkrealiteit: De resultaten zijn gebaseerd op proefvelden (plot data), niet op grootschalige boerenpraktijken. Zom wijst erop dat oogst-, veld- en inkuilverliezen in de studie niet worden meegerekend. In de Nederlandse praktijk, waar opbrengsten inclusief deze verliezen worden gemeten, zitten we al aan de bovenkant van de gerapporteerde range (4,7 tot 14 ton droge stof per hectare). Dit betekent dat de theoretische voordelen in de echte wereld kleiner kunnen uitpakken.
  2. Opbrengst is meer dan droge stof: De studie focust op kilo’s droge stof (DS), maar Zom benadrukt dat graslandopbrengsten draaien om het optimum tussen verteerbaarheid (uitgedrukt in VEM – Voeder Eenheid Melk) en kwantiteit. Een hogere DS-opbrengst zegt weinig als de voedingswaarde voor vee afneemt. In de melkveehouderij is kwaliteit cruciaal voor diergezondheid en productiviteit.
  3. Oude wijn in nieuwe zakken: De voordelen van multispecies mengsels met vlinderbloemigen zijn geen nieuws, aldus Zom. Hij verwijst naar proefschriften van René Schils en Egbert Lantinga uit 25-30 jaar geleden, die al aantoonden hoe stikstoffixatie door legumes de opbrengst boost. “Ja duh… stikstofbinding,” vat hij het samen – een reminder dat veel van deze inzichten al lang bekend zijn in de Nederlandse landbouwkunde.

Deze kritiek onderstreept dat systeemontwerp inderdaad belangrijk is, zoals de studie claimt, maar dat we niet blind moeten varen op laboratorium- of proefveldresultaten zonder ze te toetsen aan de dagelijkse praktijk van Nederlandse melkveehouders.

Overige X- reactie op het Artikel

  • Jos Verstraten (@jos_verstraten): “Mais haalt een nog hogere opbrengst met nóg minder N. Maw het is ook appels en peren. Je teelt gras om eiwit te produceren en de protein yield lees ik niet terug net zo min als voederwaarde. Daarbij is vochtvoorziening essentieel voor grasopbrengst. Als die hapert winnen kruiden.”Dit sluit naadloos aan bij Zoms punt over voederwaarde (VEM, ruw eiwit) versus alleen droge stof (DS). Verstraten benadrukt dat grasland primair voor eiwitproductie is (voor melkkoeien), en dat de studie daar niets over zegt. Daarnaast wijst hij op het ‘appels en peren’-vergelijk: mais is efficiënter bij lage N-input, maar dat is een ander gewas.Andere reacties die de kritiek versterken:
  • Joost van Kasteren: Studie kijkt alleen naar DS-opbrengst, niet naar voedingswaarde.
  • Ben Apeldoorn (melkveehouder): “Boeren willen veel VEM, snel gegroeid gras… Alle gras is groen maar niet alle gras is koeienvoer.”
  • Robert Wargers: Praktijkprobleem met oogsten van fijnere kruiden (verliezen met gangbaar machinepark).
  • Ronald Zom zelf breidt zijn thread verder uit met punten over persistentie van mengsels, maaitiming, droogte/nat jaren, en risico’s zoals trommelzucht bij hoog aandeel vlinderbloemigen.

Implicaties voor de Nederlandse stikstofdiscussie

In Nederland, waar de stikstofuitstoot een heet hangijzer is, biedt de studie hoop op reductie zonder productieverlies. Maar Zoms reactie herinnert ons eraan dat overstappen op multispecies graslanden niet zomaar een quick fix is. Boeren moeten rekening houden met lokale bodemomstandigheden, machinepark (aangepast op gras, niet op fijnere kruiden), en economische factoren zoals verliezen tijdens oogst en opslag. Experimenten in Nederland, zoals die met kruidenrijk grasland, laten zien dat diversiteit kan werken, maar vereist aanpassingen in management en mogelijk ondersteuning vanuit beleid.Voor melkveehouders: het is waardevol om te experimenteren, maar baseer beslissingen op robuuste, praktijkgerichte data. Organisaties als NMV en ZuivelNL kunnen hierin een rol spelen door meer veldproeven te initiëren.

Conclusie

De Science-studie is een welkom pleidooi voor biodiversiteit in graslanden, maar Ronald Zom’s genuanceerde reactie toont aan dat we verder moeten kijken dan de headlines. Het probleem zit inderdaad in systeemontwerp, maar ook in de vertaling van wetenschap naar boerenpraktijk. Voor stikstofreductie in Nederland biedt dit kansen, mits we leren van het verleden en realistisch blijven over uitdagingen. Laten we dit zien als uitnodiging tot dialoog tussen onderzoekers, boeren en beleidsmakers.

Plaats een reactie

Eén reactie

  1. Herman Krebbers Avatar

    1 aspect bij leguminosen nog onderbelicht. Stikstofbinding door rhyzobium baceterie alleen goed bij laag niveau van kunstmest stikstof bemesting. Bij dit in totaal lagere bemestingsniveau is de totaalopbrengst in drogestof en eiwit wel lager dan bij groot aandeel kunstmest die op juiste moment in juiste hoeveelheid is bemest. Die onderzoeksdata er ook nog bijpakken

    Like