Ik leg het nog één keer uit hoe het zit. Over de Gordiaanse Stikstofknoop, verjuridisering en gebrek aan moreel leiderschap.

Van een elegante Europese natuurrichtlijn naar verjuridisering, rekenfetisjisme en een amoreel stikstofdossier

De afgelopen dagen heb ik vier artikelen geschreven over de stikstofcrisis. Niet omdat ik het leuk vind om het dossier nog eens over te doen, maar omdat het nodig is. Te veel mensen praten langs elkaar heen. Te veel besluiten worden genomen zonder dat de kern van het probleem nog wordt begrepen.

Daarom dit artikel. Eén keer overzicht. Vier blokken. En aan het eind een conclusie die ongemakkelijk is, maar onvermijdelijk.

De rode draad: de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is ooit ontworpen als een elegant, bestuurlijk en ecologisch instrument. In Nederland is zij veranderd in een juridisch en moreel moeras waarin niemand meer verantwoordelijkheid neemt.

1. Een elegante richtlijn uit Brussel – en onze eigen systeemfout

De Vogel- en Habitatrichtlijn is geen monster. Wie de tekst leest, ziet iets anders: een nuchter Europees kader dat lidstaten verplicht om natuur te beschermen, verslechtering te voorkomen en zorgvuldig om te gaan met nieuwe activiteiten.

De richtlijn werkt met twee duidelijke sporen:

  • Spoor 1: natuurbeheer, instandhouding en herstel. Dat is een overheidstaak. Structureel, gebiedsgericht, adaptief.
  • Spoor 2: toetsing van plannen en projecten. Dat gaat over individuele vergunningen en juridische zorgvuldigheid vooraf.

In Brussel zijn die twee sporen logisch gescheiden. In Nederland niet.

Wij hebben een collectief probleem – decennia van stikstofdruk, hydrologische fouten, versnipperd natuurbeheer – vertaald naar individuele vergunningverlening. Daarmee hebben we spoor 2 belast met iets wat spoor 1 had moeten oplossen.

En dan gebeurt iets typisch Nederlands: we geven Brussel de schuld. Terwijl deze verknoping onze eigen systeemfout is.

De VHR vraagt geen nuldepositie. Geen rekenkundige ondergrens. Geen AERIUS. Ze vraagt dat je aantoont dat natuur niet verslechtert en dat nieuwe projecten geen significant effect hebben. Hoe je dat doet, is aan de lidstaat.

Nederland koos voor maximale juridisering. Niet omdat het moest, maar omdat we dat bestuurlijk veiliger vonden.

2. Jurisprudentie als blokkade in plaats van vangrail

In het tweede artikel zoomde ik in op de juridische praktijk. Want daar wringt het nu het meest.

Het is te makkelijk om te zeggen dat “rechters het verpest hebben”. Maar het is ook te makkelijk om te doen alsof jurisprudentie neutraal is gebleven. Dat is ze niet.

Het significant-effect-criterium is door de jaren heen steeds strenger uitgelegd. Begrippen als “geen redelijke wetenschappelijke twijfel” zijn veranderd van een zorgvuldigheidsnorm in een absolute zekerheidseis.

Het gevolg:

  • elke theoretische bijdrage wordt potentieel significant;
  • elke modeluitkomst wordt beslissend;
  • elke onzekerheid werkt tegen de aanvrager.

Zo is de projecttoets verworden tot een juridische fuik. Niet omdat dat de bedoeling was, maar omdat spoor 1 onvoldoende functioneert. Rechters toetsen wat er ligt. En wat er ligt, is dun.

Zonder geloofwaardig natuurherstelbeleid blijft de rechterlijke macht doen wat ze moet doen: risico’s vermijden. Daarmee is jurisprudentie niet langer een vangrail, maar een blokkade geworden.

Dat is geen verwijt aan rechters. Het is een diagnose van een falend systeem.

3. Wetenschap die het niet kán waarmaken – maar wel moet

In het derde artikel werd het ongemakkelijker. Daar ging het over wetenschap.

Niet omdat wetenschap onzin is. Integendeel. Maar omdat we haar iets laten doen wat ze niet kan.

We doen alsof modellen tot op 0,005 mol per hectare per jaar betrouwbare uitspraken kunnen doen over ecologische effecten. Alsof atmosferische processen, deposities, bodemreacties en vegetatieresponsen zich laten vangen in decimalen die juridisch bindend zijn.

Dat is niet wetenschappelijk voorzichtig. Dat is wetenschappelijke overbelasting.

Modellen zijn hulpmiddelen, geen waarheidsmachines. Ze geven indicaties, bandbreedtes, scenario’s. In Nederland zijn ze verheven tot juridische orakels. En zodra wetenschap dat podium krijgt, kan ze alleen maar falen.

Het recht vraagt zekerheid. De wetenschap kan die op dit detailniveau niet leveren. En toch doen we alsof dat wel zo is. Dat is geen kennisgedreven beleid meer, dat is schijnzekerheid.

Het resultaat: beleid dat niet robuust is, vergunningen die niet houdbaar zijn, en een groeiend wantrouwen bij boeren en ondernemers die wél in de echte wereld werken.

4. Van millimol naar moraal – en het ontbreken van leiderschap

Het vierde artikel ging niet over recht of wetenschap, maar over moraal. En dat is misschien wel het moeilijkste onderdeel.

Want wat is hier eigenlijk gebeurd?

We hebben:

  • verantwoordelijkheid verschoven van overheid naar individu;
  • systeemfalen afgewenteld op vergunninghouders;
  • natuurherstel verengd tot rekenkundige afwezigheid van activiteit;
  • en bestuurlijke keuzes vermomd als juridische noodzaak.

Dat is geen neutraal proces. Dat is een morele keuze. Of beter gezegd: het vermijden van morele keuzes.

Moreel leiderschap zou betekenen:

  • erkennen dat natuurherstel een collectieve overheidstaak is;
  • erkennen dat niet elk probleem via vergunningen is op te lossen;
  • erkennen dat boeren niet het probleem zijn, maar onderdeel van het landschap;
  • en keuzes maken die uitlegbaar, eerlijk en proportioneel zijn.

In plaats daarvan hebben we een systeem gebouwd waarin niemand nog eigenaar is. Alles is “juridisch onvermijdelijk”, “wetenschappelijk noodzakelijk” of “Europees verplicht”. En dus doet niemand iets.

Dat is misschien wel de meest amorele uitkomst denkbaar.

Conclusie: het probleem is niet stikstof, maar bestuur

Als je deze vier artikelen samenneemt, blijft één conclusie overeind.

Nederland zit niet vast door Brussel.
Niet door boeren.
Niet door rechters.
Niet door modellen.

Nederland zit vast omdat we:

  • spoor 1 (beheer, herstel, verantwoordelijkheid) hebben verwaarloosd;
  • spoor 2 (vergunningen) hebben overbelast;
  • wetenschap hebben misbruikt als juridisch schild;
  • en moreel leiderschap hebben ingeruild voor procedurele dekking.

Zolang we blijven sleutelen aan drempeltjes, rekenregels en uitzonderingen, verandert er niets. De enige uitweg is structureel én eerlijk:

  1. Investeer serieus in natuurherstel en gebiedsgericht beheer.
  2. Normaliseer de projecttoets tot wat hij hoort te zijn.
  3. Gebruik wetenschap als hulpmiddel, niet als alibi.
  4. Durf bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Dat is geen gemakkelijke weg. Maar wel de enige die uit deze impasse leidt.

En ja — dat had Brussel waarschijnlijk nooit zo ingewikkeld bedoeld.

Plaats een reactie