Disclaimer: Bijgesloten plaatjes zijn gemaakt met een prototype stukje software.
Introductie
Nederland bevindt zich al jaren in een stikstofcrisis. De overmatige neerslag van stikstofverbindingen, voornamelijk uit landbouw en verkeer, vormt een lokaal soms een bedreiging voor de biodiversiteit in kwetsbare natuurgebieden. Om de stikstofuitstoot te verminderen en tegelijkertijd economische ontwikkelingen mogelijk te maken, heeft de overheid een reeks maatregelen geïntroduceerd. Een van de complexere instrumenten in dit beleid zijn de stikstofbanken. Dit artikel biedt een analyse van de werking, de verschillende soorten en de uitdagingen van de Nederlandse stikstofbanken.
Wat is een Stikstofbank?
Een stikstofbank is in essentie een registratiesysteem waarin stikstofdepositieruimte wordt beheerd. Deze ‘ruimte’ ontstaat wanneer een activiteit die stikstof uitstoot, wordt verminderd of beëindigd. De vrijgekomen stikstofruimte kan vervolgens worden opgeslagen in een stikstofbank en onder strikte voorwaarden worden toegewezen aan nieuwe of gewijzigde projecten die stikstofdepositie veroorzaken.
Het doel van de stikstofbanken is tweeledig: enerzijds het faciliteren van maatschappelijke en economische ontwikkelingen, zoals woningbouw en infrastructuurprojecten, en anderzijds het waarborgen dat de totale stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden afneemt.
De werking van een stikstofbank is gebaseerd op het principe van extern salderen. Er zijn twee manieren waarop stikstofruimte in een bank kan terechtkomen: door ‘vrijgemaakte ruimte’ en ‘vrijgevallen ruimte’. Vrijgemaakte ruimte ontstaat door actieve overheidsinterventie, zoals het opkopen van landbouwbedrijven. De stikstofrechten van deze bedrijven worden dan (gedeeltelijk) in de stikstofbank geplaatst.
Vrijgevallen ruimte is een overschot dat kan ontstaan bij extern salderen, waarbij een project stikstofruimte overneemt van een ander bedrijf. Omdat de locaties van de projecten verschillen, kan er een verschil in depositie zijn, wat resulteert in een ‘restruimte’ die in de bank wordt gestort .


Soorten Stikstofbanken
Het Nederlandse stikstofbeleid kent een gedifferentieerd systeem van stikstofbanken, elk met een eigen doel en beheer. De drie belangrijkste soorten zijn de Rijksbanken, de provinciale doelenbanken en de microdepositiebank.
Rijksbanken: Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS)
De meest prominente stikstofbank is de landelijke Rijksbank, beter bekend als het Stikstofregistratiesysteem (SSRS). Het SSRS is in maart 2020 operationeel geworden en wordt beheerd door het Rijk. De stikstofruimte in deze bank is afkomstig van landelijke maatregelen, zoals de verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen en de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). De ruimte uit het SSRS is primair bedoeld voor projecten van groot maatschappelijk belang, waaronder de legalisatie van PAS-melders (projecten die voorheen onder het Programma Aanpak Stikstof vielen), grootschalige woningbouw en belangrijke infrastructuurprojecten .
De toewijzing van ruimte uit het SSRS is aan strikte regels gebonden. Projecten moeten aantonen dat ze hun stikstofuitstoot zo veel mogelijk hebben beperkt en dat er geen andere mogelijkheden zijn om de benodigde stikstofruimte te verkrijgen, zoals intern of extern salderen. De uitgifte van de ruimte verloopt via het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’, maar er is ook een prioriteringsregeling voor specifieke doelen, zoals woningbouw en het legaliseren van PAS-meldingen .
Provinciale Doelenbanken
Naast de landelijke Rijksbank hebben de provincies de mogelijkheid om hun eigen stikstofbanken op te richten, de zogenaamde provinciale doelenbanken. Deze banken worden gevuld met stikstofruimte die vrijkomt door provinciaal beleid, zoals het opkopen van bedrijven of het intrekken van vergunningen. De provincies kunnen de ruimte in hun doelenbanken inzetten voor specifieke provinciale doelen, zoals de ontwikkeling van lokale bedrijventerreinen of natuurherstelprojecten. Op dit moment zijn er 15 van zulke banken, verspreid over 9 provincies. Hoe en wie toegang heeft is onduidelijk.
De Microdepositiebank
De microdepositiebank is een landelijke bank die is opgericht voor projecten met een zeer geringe stikstofdepositie (maximaal 0,05 mol per hectare per jaar). Voor dergelijke kleine projecten is het vaak moeilijk en kostbaar om zelf stikstofruimte te organiseren via extern salderen. De microdepositiebank biedt een oplossing door deze projecten van de benodigde kleine hoeveelheid stikstofruimte te voorzien. De bank wordt gevuld met de ‘vrijgevallen ruimte’ die overblijft bij extern salderen .
De Uitdagingen: Additionaliteit en de Staat van de Natuur
Hoewel de stikstofbanken een instrument zijn in het stikstofbeleid, zijn er ook aanzienlijke uitdagingen en beperkingen. De belangrijkste horde is het zogenaamde ‘additionaliteitsvereiste’. Dit houdt in dat stikstofruimte alleen mag worden uitgegeven als deze ‘additioneel’ is, wat betekent dat de stikstofreductie niet al noodzakelijk is om de verslechtering van de natuur tegen te gaan en te voldoen aan de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Met andere woorden, de natuur moet eerst ‘in de plus’ staan voordat er ruimte kan worden uitgegeven.
In de praktijk blijkt dit een (te) grote opgave. De staat van veel Nederlandse natuurgebieden is dermate slecht aldus AERIUS/KDW beoordelingssystematiek dat een aanzienlijk deel van de vrijgemaakte stikstofruimte direct nodig is voor natuurherstel. Dit betekent dat vrijwel geen ruimte die in de stikstofbanken wordt geregistreerd, ook daadwerkelijk kan worden uitgegeven. Een deel – waarschijnlijk het grootste gedeelte – van de ruimte wordt ‘geparkeerd’ in een apart instrument, het Stikstof Parkeerinstrument (SPIN), totdat kan worden aangetoond dat de uitgifte ervan de natuur niet schaadt .
Een recent voorbeeld hiervan is de vrijgave van stikstofruimte uit de Srv-regeling in februari 2026. Hoewel er een aanzienlijke hoeveelheid stikstofruimte is vrijgekomen, is slechts een beperkt deel direct beschikbaar voor vergunningverlening. De rest is in het SPIN geplaatst in afwachting van een positieve beoordeling van de additionaliteit .

Conclusie
De stikstofbanken zijn een complex instrument in de Nederlandse aanpak van de stikstofcrisis. Ze bieden een mechanisme om stikstofruimte te herverdelen en zo maatschappelijke en economische ontwikkelingen mogelijk te maken, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan de reductie van de totale stikstofdepositie. Het gedifferentieerde systeem van Rijksbanken, provinciale doelenbanken en de microdepositiebank maakt een doelgerichte inzet van stikstofruimte mogelijk.
De grootste uitdaging blijft echter de ongunstige staat van de Nederlandse natuur en het daaruit voortvloeiende additionaliteitsvereiste. Dit beperkt de hoeveelheid stikstofruimte die daadwerkelijk kan worden uitgegeven en zorgt voor onzekerheid bij initiatiefnemers van projecten. Een succesvolle werking van de stikstofbanken is dan ook onlosmakelijk verbonden met een voortvarende aanpak van de stikstofcrisis als geheel, waarbij forse investeringen in natuurherstel en brongerichte maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen, cruciaal zijn.
Referenties
[1] BIJ12. (z.d.). Stikstofbanken.
Plaats een reactie