Liever ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Beste Ger, Jos, Merel en Amber: neem nu afstand, voordat het te laat is.
Beste Ger, Jos, Merel en Amber,
Enkele keren per jaar schrijf ik een open brief. Vrijwel altijd aan een bewindspersoon. Al weken loop ik rond met de gedachte om ook jullie zo’n brief te schrijven. Een formele open brief wordt dit niet. Wel een persoonlijk artikel met een rechtstreekse oproep. Dat doe ik zelden, maar inmiddels vind ik het noodzakelijk.
Neem afstand van jullie eigen bouwstenenplan. Neem expliciet afstand van emissienormen per fosfaatrecht, van generieke normen per dier en per hectare, en van een landelijke reductieopgave die over heel Nederland wordt uitgerold. Doe dat de komende dagen. Publiekelijk.
Waarom deze persoonlijke oproep? Omdat jullie meegaan in een denkrichting die naar mijn wetenschappelijke overtuiging onvoldoende oplevert voor de natuur, veel te duur is voor de belastingbetaler en desastreus kan uitpakken voor de landbouwsector.
Jullie plan gooit een hele sector voor de bus. Het doet onvoldoende recht aan regionale verschillen en aan de enorme diversiteit in bedrijfsvoering. Jullie noemen jullie inzet politiek bedrijven. Ik vraag me steeds nadrukkelijker af welke strategie daarachter zit en wie daar uiteindelijk beter van wordt. Als er een strategie is, klopt er niks van.
De biologische sector helpen jullie er niet mee. Jullie vergroten de druk tot schaalvergroting — waar ik op zichzelf niet tegen ben — en bemoeilijken tegelijk de ontwikkeling van veel efficiëntere gebiedsprocessen. Ondertussen helpen jullie de politieke agenda van D66, met flink minder dieren als inzet, verder aan een uitvoeringsroute.
Dat een politieke partij aan de linkerkant zo’n agenda nastreeft, kan ik volgen. Dat belangenbehartigers van de landbouw daaraan op deze manier meewerken, begrijp ik niet.
Ik spreek jullie af en toe. Juist door die gesprekken krijg ik steeds sterker de indruk dat dit dossier jullie boven het hoofd is gegroeid. De samenhang tussen normen, rechten, bedrijfsontwikkeling, regionale verschillen en natuurbeleid is onvoldoende doordacht.
Dat is een hard oordeel. Toch schrijf ik het op.
We maken allemaal fouten. Ook ik. De vraag is vervolgens of we bereid zijn die te herstellen. Ik verwacht daarom dat jullie de komende dagen in de pers expliciet afstand nemen van ten minste de generieke beleidsroute en de voorgestelde koppeling tussen emissie en fosfaatrechten. Gerben heeft die stap begin deze week gezet. Nu jullie nog.
Blijven jullie deze koers steunen, dan dragen jullie verantwoordelijkheid voor een onnodige afbraak van een sector die Nederland mede heeft gemaakt tot wat het is.
Wees de belangenbehartigers die jullie achterban verdient. Kom voor die achterban op. Stop met politiek bedrijven op basis van een strategie die haar zo hard kan raken.
Jullie stapelen krimp op reductie
Gisteren heb ik jullie opnieuw uitgelegd waar het volgens mij misgaat bij emissie per fosfaatrecht.
Een emissienorm per fosfaatrecht staat niet los van de omvang van de fosfaatruimte en de veestapel. Wanneer die ruimte krimpt en het aantal dieren met tientallen procenten wordt teruggebracht, heeft dat gevolgen voor de emissieruimte die voor bedrijven overblijft. Die koppeling kan zo een aanvullende krimp afdwingen.
Daarbovenop komt in de besproken route voor de overblijvers nog een emissiereductie van 45 procent op stalniveau want dat betekent 0,164 ammoniak per fosfaat.
Jullie kunnen die onderdelen afzonderlijk presenteren, maar op het boerenerf komen ze bij elkaar. Een ondernemer moet met het geheel verder: minder dieren, minder ruimte, aanvullende investeringen en opnieuw onzekerheid over de toekomst van het bedrijf.
Mijn verwachting is dat deze route voor de veehouderij leidt tot een afname van de dieraantallen met 8 tot 20 procent, met daarbovenop een emissiereductie van 45 procent op stalniveau voor de overblijvende melkveehouders, verspreid over heel Nederland. Ik verwacht dat er in 2035 nog ongeveer 8.000 tot 10.000 melkveebedrijven over zijn.
Dat zijn mijn prognoses. Maar juist over zulke gevolgen zouden jullie als belangenbehartigers moeten doorvragen voordat jullie je aan een plan verbinden. Welke bedrijven kunnen dit betalen? Welke bedrijven kunnen het technisch realiseren? Wie stopt? Wie moet groeien om de investeringen terug te verdienen? En wat levert die hele operatie aantoonbaar op voor de natuur?
Ik vind deze koers megalomaan duur en onvoldoende effectief. Mijn verwachting is dat de natuur van een groot deel van die generieke inspanning nauwelijks iets zal merken. Jullie vertrouwen wat mij betreft veel te gemakkelijk op de modelmatige onderbouwing van AERIUS en PBL. Een berekende emissiereductie is nog geen aangetoond natuurherstel.
Nederland is geen uniform stikstofgebied
Ook de verdeling van de opgave deugt niet.
Rond hotspots kan een grotere en gerichte inspanning nodig zijn. In delen van Friesland of Noord-Holland kan de situatie wezenlijk anders zijn. De lokale belasting, de aanwezige bronnen, de staat van de natuur en de mogelijkheden van bedrijven verschillen per gebied.
Dan kun je toch niet doen alsof een vergelijkbare reductieopgave voor iedere boer, overal in Nederland, een verstandige oplossing is?
Een generieke aanpak kan op de ene plek veel geld kosten voor nauwelijks aantoonbaar resultaat, terwijl op een andere plek onvoldoende gebeurt. Ondertussen beperk je de ruimte om per gebied tot een betere oplossing te komen.
Juist daarom pleit ik voor gebiedsprocessen waarin bedrijven gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen en waarin de maatregelen passen bij de lokale situatie.
Wie die regionale verschillen niet serieus neemt, heeft wat mij betreft de essentie van Van verwarring naar verbinding niet begrepen. Ook de juridische betekenis van lid 2 wordt dan onvoldoende onderkend.
Herstel de koers
Ik zal mijn analyse en argumenten opnieuw op een rij zetten in de komende twee dagen. Veel daarvan staat al in mijn rapporten en in de honderden artikelen op http://www.stikstofinfo.net. Maar op dit moment hebben we ook een duidelijke keuze van jullie nodig.
Neem publiekelijk afstand van de verkeerde onderdelen van het bouwstenenplan en van de onhandige voorstellen uit de brief van Jaimi.
Laat de koppeling tussen emissie en fosfaatrechten los. Verzet je tegen een generieke landelijke reductieopgave. Voorkom dat voor de hokdiersectoren dezelfde route wordt ingeslagen via de ambtelijke discussie over emissie per dier.
Ga serieus werken aan gebiedskoepels, een richting die ook bij CDA en VVD terugkomt. Zorg dat verschillen tussen gebieden en bedrijven daadwerkelijk meewegen. Geef ondernemers de ruimte om binnen zo’n gebied gezamenlijk tot uitvoerbare oplossingen te komen.
Herpak jullie rol. Omarm een strategie die recht doet aan de hele landbouwsector en aan de diversiteit van jullie achterban.
En stop met deze gesprekstactiek. Wanneer de gekozen route verkeerd uitpakt, helpt het niet om nog wat langer aan tafel te blijven zitten zonder de uitgangspunten ter discussie te stellen.
Liever ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
Ook mijn inzet heeft een grens
Tot slot iets persoonlijks.
Ik vind dit dossier inhoudelijk en politiek doodziek geworden. Ieder halfjaar vraag ik mezelf af of ik mij ervoor blijf inzetten. Met zoveel onhandigheid vanuit een grote vertegenwoordiger als LTO en het kleinere NAJK komt die vraag opnieuw hard binnen: waarvoor doe ik dit eigenlijk nog?
Beste boeren, ik overweeg serieus om mijn inzet voor dit dossier te beëindigen. Rond de kerst zal ik daar opnieuw een besluit over nemen.
Mijn hypotheekverstrekker wordt niet betaald van mijn betrokkenheid bij jullie toekomst. Mijn thuisfront wil het woord stikstof nauwelijks nog horen. Mijn zakelijke partners vragen wanneer ik weer terugkom bij mijn gewone werk.
En eerlijk gezegd schiet het ook niet op wanneer ik vervolgens moet aanzien hoe bij LTO en bij enkele boerenleiders aan de rechterkant inhoudelijke scherpte en strategisch inzicht tekortschieten.
Ik heb mij jarenlang in dit dossier vastgebeten. Omdat de onderbouwing moet kloppen. Omdat beleid uitvoerbaar moet zijn. Omdat ik vind dat boeren recht hebben op een eerlijke behandeling. Omdat ik vind dat beleid rationeel moet zijn, en we zuinig op de gemeenschappelijke portemonnee moeten zijn. Beleid moet betaalbaar en effectief zijn.
Maar ik kan niet eindeloos blijven uitleggen waar het misgaat, terwijl vertegenwoordigers van de sector blijven meewerken aan een koers die hun eigen achterban ernstig en vooral onnodig beschadigt.
Er komt een moment waarop ik moet stoppen met gekke Henkie zijn.
Ger, Jos, Merel en Amber: neem publiekelijk expliciet afstand van bouwstenen, generiek beleid en emissie per fosfaatnorm. Spreek je uit. Herstel de koers.
Jullie achterban verdient het. En jullie hebben nu – de komende dagen doel ik dan op – nog de mogelijkheid om het te doen.