GVE vindt u op pagina 3 van de KringloopWijzer. NH₃/GVE op pagina 4 (BASIS > Milieu & Klimaat).
* = voorlopige factor of onder discussie (RvS).
Bron: Kamerbrief 26 juni 2026. De norm geldt voor stal + mestopslag.
Selecteer maatregelen per ketenstap. Reducties worden multiplicatief doorgerekend binnen en tussen stappen (WUR-methodiek Ros & De Vries 2026).
| Aantal melkkoeien | – |
| Fosfaatforfait per koe | – |
| NH₃ per 1.000 kg melk | – |
| CO₂-eq per kg melk | – |
| Temperatuurcorrectie | – |
| Melkureumcorrectie | – |
| NH₃ jongvee | – |
| NH₃ bedrijf (melkvee + jongvee) | – |
| Melkproductie | kg P₂O₅/koe/jaar |
|---|
Ketenmodel. Gebaseerd op de NEMA-methodiek zoals beschreven in WUR-rapport Ros & De Vries (2026). N stroomt sequentieel door het systeem: excretie → stalemissie → opslagemissie → veldemissie. Referentie-emissiefactoren: EF_stal = 15% van N-excretie, EF_opslag = 5% van resterende N, EF_aanwending = variabel (2–74% van TAN, afhankelijk van methode). TAN (Totaal Ammoniakaal Stikstof) ≈ 60% van totale N in mest.
Multiplicatieve stapeling. Maatregelen worden per ketenstap multiplicatief doorgerekend: (1−r₁)×(1−r₂)×... Bronmaatregelen (eiwitverlaging) verlagen de N-pool voor alle latere stappen automatisch.
Monte-Carlo onzekerheidsanalyse. 10.000 iteraties. Elke maatregelreductie wordt getrokken uit N(μ, σ²) met afkapping bij [0, 2μ]. Standaarddeviaties uit WUR-rapport Tabel 2.1. Output: P5, P50, P95 percentiel.
Temperatuurcorrectie. E(T) = E₀·exp(0,050·(T−10)). Poteko, Zähner & Schrade (2019), n=74, p<0,001, R²=0,20.
Melkureumcorrectie. +5% per 10 mg/L. Schrade et al. (2023); Van Duinkerken et al. (2011).
Veldemissie. Emissiefactoren per aanwendmethode: zodenbemester 19%, sleepvoet 26%, diepe injectie 2%, bovengronds 74% van TAN. Bron: NEMA/CBS.
Referenties: