Erisman en De Vries pleiten voor een eenvoudiger stikstofbeleid met bufferzones rondom stikstofgevoelige n2k gebieden.

Dit is een samenvatting van het interview met professor Erisman en professor De Vries in de NRC waarin ze pleiten voor vereenvoudiging (11 april 2023)

In het interview met NRC benadrukken stikstofexperts Jan Willem Erisman en Wim de Vries de noodzaak om het Nederlandse stikstofbeleid te vereenvoudigen. Volgens hen is de huidige kritische depositiewaarde (KDW), die bepaalt hoeveel stikstofdepositie natuurgebieden mogen ontvangen, te complex en te onduidelijk voor individuele boeren. Dit gebrek aan duidelijkheid maakt het voor boeren moeilijk om te begrijpen waar hun verantwoordelijkheid ligt en welke maatregelen zij moeten nemen. Erisman en De Vries, beiden hoogleraar op het gebied van milieuwetenschappen en duurzaamheid, hebben de opdracht gekregen van minister Christianne van der Wal om te onderzoeken of er een eenvoudiger alternatief bestaat voor de KDW. Volgende maand worden hun bevindingen verwacht, hoewel de minister heeft besloten om een voorlopige versie van hun essay al openbaar te maken.

Een van hun belangrijkste kritiekpunten is dat de KDW niet praktisch toepasbaar is op bedrijfsniveau, waardoor boeren niet goed begrijpen hoe zij hun stikstofuitstoot kunnen reduceren. De Vries vergelijkt het met een situatie waarin honderd mensen gevraagd wordt een rapport te schrijven zonder duidelijke taakverdeling. Deze metafoor onderstreept hoe onpraktisch en verwarrend de huidige stikstofnorm kan zijn voor individuele boeren. Om deze situatie te verbeteren, pleiten Erisman en De Vries voor een systeem waarbij boeren worden geconfronteerd met een heldere en meetbare grens in de vorm van een uitstootplafond. Dit zou boeren de ruimte geven om hun bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat ze binnen deze grens blijven, wat hen meer autonomie geeft om zelf oplossingen te vinden.

Naast dit uitstootplafond stellen de hoogleraren ook voor om ‘randzones’ in te richten rondom kwetsbare natuurgebieden. Binnen deze zones zou slechts een minimale stikstofuitstoot toegestaan zijn, wat de bescherming van deze gebieden zou versterken. Uit een analyse van de Veluwe blijkt dat een bufferzone van 500 meter rond dit natuurgebied gevolgen zou hebben voor ongeveer 400 veehouderijen. Voor gebieden buiten de randzones zien Erisman en De Vries verschillende mogelijkheden. Zo kan er voor heel Nederland één uniforme uitstootnorm gelden, die streng maar duidelijk is. Een andere optie is om per regio specifieke normen in te stellen, die flexibeler zijn en beter rekening houden met de regionale situatie. In beide gevallen is het essentieel dat er helder wordt gecommuniceerd over de consequenties, zodat boeren goed geïnformeerd zijn en weten waar ze aan toe zijn. Erisman benadrukt dat beleidsmakers goed moeten uitleggen of ze kiezen voor een uniforme norm of een gebiedsspecifieke aanpak. Dit laatste kan betekenen dat sommige boeren, vooral diegenen met bedrijven dichtbij natuurgebieden, hun uitstoot meer moeten beperken dan anderen.

Erisman en De Vries stellen dat het opstellen van een uniforme norm eenvoudiger en transparanter is, maar dat het gebiedsgerichte alternatief uiteindelijk effectiever en kostenefficiënter kan zijn. De Vries wijst erop dat er al veertig jaar te veel stikstof op de natuurgebieden neerkomt, wat een gerichte aanpak noodzakelijk maakt om verdere schade te voorkomen. De huidige KDW-norm heeft als nadeel dat deze vooral kijkt naar de stikstofdepositie op natuurgebieden en niet naar de stikstofuitstoot zelf. Erisman en De Vries stellen voor dat de overheid deze norm blijft gebruiken als richtlijn, zodat er een koppeling blijft bestaan tussen de stikstofuitstoot en de impact op natuurgebieden. Zij benadrukken echter dat de KDW bedoeld is voor overheidsgebruik en niet als directe maatstaf voor boeren. Dit voorkomt dat boeren worden afgerekend op een norm waar zij moeilijk invloed op kunnen uitoefenen.

De discussie over de KDW is niet nieuw. Vorig jaar gaf regeringsadviseur Johan Remkes aan dat deze norm “een onbevredigend instrument” is voor individuele boeren, omdat zij er zelf weinig sturing op hebben. Remkes adviseerde de overheid daarom om op zoek te gaan naar een alternatief systeem dat juridisch houdbaar is en de landbouwsector meer houvast biedt. Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging (BBB) pleit ervoor om de KDW helemaal uit de wet te schrappen, een standpunt dat zij eerder deze week nog besprak met Eurocommissaris Timmermans.

Erisman en De Vries zijn van mening dat de KDW als beleidsinstrument kan blijven bestaan, maar dat er betere handvatten nodig zijn voor de landbouwsector. Door het instellen van uitstootplafonds en randzones kunnen boeren beter inspelen op de eisen van het stikstofbeleid zonder afhankelijk te zijn van een norm die moeilijk te interpreteren is. Tegelijkertijd zorgt de koppeling met de KDW ervoor dat het overheidsbeleid gericht blijft op de bescherming van de natuur, omdat deze waarde een wetenschappelijke basis biedt voor het bepalen van maximale stikstofniveaus die natuurgebieden kunnen verdragen. Het voorstel van Erisman en De Vries lijkt zo een poging om zowel de belangen van de natuur als die van de landbouw in balans te brengen, door middel van een eenvoudiger en beter uitvoerbaar beleid dat zowel rechtvaardig als effectief is.

Geef een reactie op Professor Wim de Vries (WUR) over AERIUS: wanneer een model zijn doel voorbijschiet en ONGESCHIKT is voor vergunningverlening. – StikstofInfo.net – Alles over Ammoniak en stikstofverbindingen Reactie annuleren

Eén reactie

  1. […] aan Wageningen University & Research (Eerder op Stikstofinfo: Link1, Link2, Link3, Link4 en vooral de (kleine) verschillen in visie tussen WdH en WdV). In zijn essay “Politiek en het […]

    Like