Bij de verlening van natuurvergunningen gebruiken we het stikstofmodel AERIUS om te berekenen waar de stikstof die door een bepaalde activiteit wordt veroorzaakt, neerkomt. Wanneer AERIUS berekent dat er meer dan 0 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaatsvindt in een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, kan dit leiden tot het weigeren van een vergunning. Dit gebeurt zelfs bij minimale waarden, zoals 0,01 mol/ha/jaar. De vraag is of het juridisch mogelijk is een ondergrens in te voeren, zodat kleine deposities, onder 1 mol/ha/jaar, buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Dit lijkt haalbaar, mits deze grens zorgvuldig wordt onderbouwd met wetenschappelijke gegevens. En deze bewijzen zijn volop aanwezig.
Het hanteren van een ondergrens kan om verschillende redenen wenselijk zijn. Ten eerste omdat het rekenmodel AERIUS geen nauwkeurige uitspraken kan doen over zulke kleine deposities ***. Dit is niet zozeer een tekortkoming van het model, maar het gevolg van onzekerheden in de onderliggende fysische processen en gebrek aan praktijk-experimenten waardoor niet alle model-parameter waarden correct zijn. Kleine berekeningen zeggen in feite weinig over de realiteit (en hebben dus geen betekenis) en het is problematisch om op basis daarvan beslissingen te nemen. Ten tweede laten onderzoeken zien dat zulke kleine hoeveelheden stikstof geen significante effecten hebben op stikstofgevoelige vegetatie. Pas bij extra deposities van ongeveer 50 tot 100 mol/ha/jaar zijn de effecten duidelijk waarneembaar.
Daarnaast leidt de focus op het berekenen van zulke kleine stikstofdepositie tot hoge kosten en juridisering van het vergunningenproces, zonder dat er noemenswaardige positieve effecten voor de natuur tegenover staan waar vooral kleine ondernemingen onevenredig de dupe van zijn. Het huidige systeem, met zijn gedetailleerde modelberekeningen, heeft de stikstofreductie zelfs niet versneld. Integendeel, sinds de invoering van strengere stikstofregels is de daling van stikstofdepositie gestagneerd.
Hoewel critici stellen dat een rekenkundige ondergrens in strijd zou zijn met Europese regelgeving, is dat dus niet het geval. De Europese regels eisen weliswaar dat het voorzorgsbeginsel **** wordt toegepast, maar dit betekent niet dat er moet worden gestreefd naar een nulrisico, en dat kan natuurlijk ook niet. Het doel van het voorzorgsbeginsel is om risico’s zo veel mogelijk te beperken, niet om volledig risicoloos beleid te voeren. Bovendien kan het model ook bij zeer lage berekeningen, zoals 0,00005 mol/ha/jaar, geen betrouwbare uitspraken doen, wat het nut van het opnemen van zulke kleine getallen in de besluitvorming beperkt en uiteindelijk ook niet tot verbetering van de natuur in de praktijk zal zorgen.
De Raad van State heeft in een eerdere uitspraak bepaald dat modeluitkomsten die onvoldoende zeggen over de werkelijkheid buiten beschouwing kunnen of zelfs moeten worden gelaten. Dit betrof berekeningen van stikstofdepositie verder dan 25 kilometer van de bron (op lage bronnen zou een grens van 10 kilometer gehanteerd kunnen worden). Hetzelfde principe zou toegepast kunnen worden op kleine deposities onder 1 mol/ha/jaar, omdat ook hiervoor wetenschappelijke onderbouwing voorhanden is. Een grens op 10 of zelfs 21 mol/ha/jaar is echter ook goed verdedigbaar.
Andere EU-landen hanteren immers ook soortgelijke ondergrenzen. Duitsland, bijvoorbeeld, heeft een ondergrens van 21 mol/ha/jaar. Deze grens is zorgvuldig juridisch getoetst en houdt stand. Veel Europese landen hebben daarnaast hogere drempelwaarden voor stikstofdepositie, afhankelijk van het type natuurgebied, zonder dat dit in strijd is met de Europese regels.
Samenvattend lijkt een ondergrens van 1 mol/ha/jaar (of 10 of 21 mol/ha/jaar) juridisch goed verdedigbaar, zeker in vergelijking met de veel soepelere normen in andere EU-lidstaten. Dit zou niet alleen bijdragen aan een efficiënter vergunningenproces, maar ook aan een betere balans tussen natuurbehoud en economische belangen.
Randvoorwaarde bij deze korte termijn wetswijziging is natuurlijk wel dat de totale ammoniakemissies niet mogen stijgen, sterker nog deze zullen op termijn natuurlijk moeten gaan dalen. Op termijn is de overgang naar een emissiebeleid in combinatie met een afstandsregel (250 a 500 meter vanaf stikstofgevoelige N2k gebieden) ook de enige juiste richting om in te slaan. Ook rondom de contouren van dit hele nieuwe beleid moeten snel stappen conceptueel gezet gaan worden.
Er is al veel teveel tijd verloren in dit dossier.
*** Onnauwkeurigheid natte depositie is +/- 60 mol, onnauwkeurigheid op droge depositie is veel hoger dan +/- mol. KDW bepaling is ook onnauwkeurig met minimaal +/-70 mol. Rapportage hierover is bijna Klaar.
**** Volgens expert Nico Gerrits ZIJN het tweede en derde lid van artikel van de HR HET voorzorgsprincipe.

Geef een reactie op Het Sweetman-arrest en de betekenis voor de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR): Een juridische analyse – StikstofInfo.net – Alles over Ammoniak en stikstofverbindingen Reactie annuleren