In Nederland speelt de discussie rondom stikstof een steeds grotere rol in het politieke en maatschappelijke debat. Een belangrijk punt van discussie is het verschil tussen de vergunde emissie en de feitelijke emissie. Terwijl de vergunde emissie vaak wordt gebruikt als uitgangspunt in vergunningverlening en juridische procedures, weerspiegelt de feitelijke emissie wat er daadwerkelijk in de praktijk plaatsvindt. Dit verschil is niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk om flexibiliteit en realisme in het systeem te behouden. In dit artikel leggen we uit waarom.
Wat is vergunde emissie en waarom is het belangrijk?
Vergunde emissie is bedoeld als een juridisch vastgelegde bovengrens. Dit concept is historisch ontstaan om boeren en bedrijven de benodigde flexibiliteit te bieden, terwijl tegelijkertijd een duidelijke limiet werd gesteld om milieuschade te voorkomen. Door deze grens vast te stellen, ontstaat er minder weerstand en wordt een balans gezocht tussen economische en ecologische belangen. Wanneer een boer bijvoorbeeld een vergunning aanvraagt voor 200 koeien, wordt daarbij een passende beoordeling uitgevoerd om te bepalen of deze activiteit geen significante schade toebrengt aan nabijgelegen natuurgebieden. De vergunde emissie omvat in dit geval het maximale stikstofuitstootscenario, inclusief een veiligheidsmarge. Dit biedt zekerheid aan de boer en de overheid: de boer weet binnen welke grenzen hij mag opereren, terwijl de overheid kan garanderen dat de uitstoot binnen controleerbare limieten blijft.
In de praktijk ligt het aantal dieren echter vaak lager dan het vergunde maximum. Een veehouder met een vergunning voor 200 koeien kan in een bepaald jaar bijvoorbeeld slechts 190 koeien houden, vanwege natuurlijke fluctuaties zoals sterfte of een strategische keuze om de veestapel kleiner te houden. Dit resulteert in een feitelijke emissie die lager is dan de vergunde emissie.
Latente ruimte: een buffer, geen bedreiging
De zogenaamde “latente ruimte” – het verschil tussen de vergunde en feitelijke emissie – wordt door critici vaak gezien als een probleem. Dit is een misvatting. Latente ruimte biedt boeren de noodzakelijke flexibiliteit om hun bedrijfsvoering aan te passen zonder telkens opnieuw door een complex vergunningentraject te moeten. Denk hierbij aan:
- Seizoensgebonden fluctuaties: Een boer kan in het voorjaar meer dieren hebben door jongvee dat nog niet is afgevoerd.
- Strategische aanpassingen: Het aanhouden van latente ruimte maakt het mogelijk om in de toekomst uit te breiden binnen de vergunde limieten.
- Natuurlijk verloop: Sterfte, aanwas of tijdelijke reductie van de veestapel zorgen voor fluctuaties die niet elk jaar precies hetzelfde zijn.
Latente ruimte heeft geen feitelijke invloed op natuurgebieden zolang deze niet wordt benut. Een voorbeeld hiervan is een melkveehouder die een vergunning heeft voor 200 koeien, maar gemiddeld slechts 190 koeien houdt. De latente ruimte van 10 koeien biedt hem flexibiliteit om te anticiperen op natuurlijke fluctuaties, zoals sterfte of aanwas van jongvee. Dit betekent dat zijn feitelijke emissies lager blijven dan het vergunde maximum, zonder enige impact op de natuur. Het is daarom misleidend om deze ruimte te framen als een ecologische bedreiging. Het probleem ontstaat pas wanneer modellen en beleidsmakers deze ruimte gaan interpreteren als ‘virtuele uitstoot’, die wordt meegerekend alsof deze daadwerkelijk plaatsvindt.
De belemmering van rigide regelgeving
De huidige interpretatie van regelgeving rondom intern salderen – waarbij een boer emissies binnen zijn eigen bedrijf probeert te compenseren – toont hoe ver we zijn afgedwaald van de praktijk. Het is absurd dat een veehouder die binnen zijn feitelijke emissiegrenzen blijft, toch tegen juridische barrières aanloopt als hij veranderingen of verbeteringen wil doorvoeren. Bijvoorbeeld, een boer die een innovatief stalsysteem installeert om emissies te reduceren, kan alsnog verplicht worden een nieuwe vergunning aan te vragen, puur vanwege bureaucratische regels – zelfs wanneer zijn uitstoot hierdoor feitelijk afneemt. Dit ontmoedigt innovatie en verduurzaming.
Een voorbeeld: een boer die zijn stal aanpast om emissies te verminderen, zou volgens sommige interpretaties van de regels een nieuwe vergunning moeten aanvragen, zelfs als zijn totale uitstoot gelijk blijft of zelfs daalt. Dit maakt het vrijwel onmogelijk om verbeteringen door te voeren zonder in een bureaucratisch moeras terecht te komen. Het resultaat? Boeren kiezen ervoor om niet te bewegen, niet te innoveren en alles bij het oude te laten. Hierdoor wordt de daadwerkelijke emissiereductie in de praktijk belemmerd.
Een pragmatische aanpak voor het stikstofdossier
Het stikstofdossier wordt gedomineerd door modellen, juridische interpretaties en theoretische rekenmethodes. Om dit dossier eenvoudiger en effectiever te maken, zouden beleidsmakers kunnen overwegen om meer focus te leggen op directe metingen van feitelijke emissies in plaats van te vertrouwen op complexe modellering. Dit kan worden aangevuld met praktische controles op het terrein, zodat de regelgeving beter aansluit bij de realiteit. Deze aanpak heeft geleid tot een complexe sector van rapportenschrijvers en juristen die het probleem eerder in stand houden dan oplossen. Het verschil tussen vergunde en feitelijke emissie wordt hierin misbruikt als een politieke stok om mee te slaan, in plaats van een praktische realiteit die juist de stabiliteit van het systeem garandeert.
Zoals Nico Gerrits treffend uitlegt op Foodlog: “Blijf met je vingers van mijn latente koeien af.” Deze latente ruimte is een logisch gevolg van een goed functionerend vergunningensysteem. Het intrekken of herinterpreteren van deze ruimte leidt alleen maar tot onzekerheid, frustratie en een sector die steeds verder wordt lamgelegd.
De weg vooruit: terug naar de tekentafel
Om het stikstofprobleem daadwerkelijk op te lossen, moeten we terug naar de tekentafel. Dit betekent dat we:
- Modellen ondergeschikt maken aan praktijkervaringen: Gebruik modellen als hulpmiddel, niet als leidraad.
- De nadruk leggen op feitelijke emissies: Beoordeel de impact op basis van wat daadwerkelijk wordt uitgestoten, niet op theoretische maxima.
- Innovatie en verduurzaming stimuleren: Maak het voor boeren eenvoudig om verbeteringen door te voeren zonder angst voor juridische complicaties.
Het is tijd om het stikstofdossier te ontdoen van theoretisch geneuzel en terug te keren naar een aanpak die gebaseerd is op praktische en haalbare oplossingen. Alleen dan kunnen we daadwerkelijk vooruitgang boeken – voor de natuur, de landbouw en de samenleving als geheel.

Geef een reactie op De gamechanger in het stikstofdossier: implicaties van de recente uitspraak. En waarom het kabinet haar kerstvakantie moet opgeven. – Food4Innovations (NL) – ir. Wouter de Heij Reactie annuleren