Op 22 januari deed de Rechtbank Den Haag uitspraak in de Greenpeace-stikstofrechtszaak. De zaak werd gepresenteerd als een overwinning voor de natuur, maar in werkelijkheid heeft Greenpeace slechts de minst vergaande eis toegekend gekregen. De rechtbank oordeelde dat de Staat zich moet houden aan het bestaande wettelijke stikstofdoel: in 2030 moet minimaal 50% van het Natura 2000-gebied onder de Kritische Depositiewaarde (KDW) vallen. Momenteel is dit slechts 28%. De rechtbank stelde vast dat de huidige stikstofmaatregelen onvoldoende zijn om dit doel te halen en legde de Staat een dwangsom van 10 miljoen euro op als de uitspraak niet wordt nageleefd. Valentijn Wösten (MOB) schreef hierover een opinie op Foodlog “Minister Wiersma politiek schaakmat?”, hier een samenvatting van zijn artikel.
Uitspraak en betekenis
Greenpeace had veel verdergaande eisen gesteld, zoals een reductie van 100% van het ‘urgente’ natuurareaal onder de KDW in 2025 en 90% in 2030. De rechtbank wees deze af omdat:
- Ze buitenwettelijk waren en de rechter de regering geen nieuw beleid kan opleggen.
- De eis praktisch niet uitvoerbaar was binnen de gestelde termijn.
- Er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing was voor een ‘point of no return’.
De rechtbank concludeerde dat de Staat zijn geloofwaardigheid op stikstofgebied had verloren en dat er sprake was van “constitutionele hoffelijkheidsschending”: een rechter zou normaal gesproken niet hoeven te oordelen dat de regering zich aan de wet moet houden.
Politieke gevolgen
De uitspraak zorgt voor politieke opschudding. De coalitiepartijen, inclusief BBB en PVV, hadden in het regeerakkoord vastgelegd zich aan het 50%-reductiedoel te houden. Toch lijkt BBB nu afstand te nemen van deze afspraak, wat parallellen oproept met de CDA-draai in 2022. Dit roept vragen op over de betrouwbaarheid van BBB als regeringspartner.
Ondanks de politieke onrust is de juridische winst beperkt: de uitspraak bevestigt slechts het bestaande wettelijke doel. De werkelijke impact ligt in het zichtbaar maken van de politieke verdeeldheid binnen de coalitie en het opnieuw onder de aandacht brengen van de stikstofproblematiek. Ondertussen zijn de boeren en de natuur nog steeds de klos.
Hoger beroep en toekomst
Het instellen van hoger beroep lijkt voor Greenpeace onverstandig, omdat een rechter waarschijnlijk geen strengere doelen zal opleggen aan de overheid. Ook voor de Staat is hoger beroep riskant, omdat het moeilijk te betwisten is dat de wet moet worden nageleefd. Eventueel hoger beroep zou vooral politieke redenen hebben.
Minister Wiersma lijkt zich in een lastige positie te bevinden. Zonder het intrekken van vergunningen lijkt de noodzakelijke stikstofreductie onhaalbaar, terwijl zij heeft aangegeven dit een ‘persoonlijk taboe’ te vinden. Daarmee zet ze zichzelf politiek vast.
Het bredere stikstofprobleem
De werkelijke stikstofuitdaging ligt bij de vele megastallen dichtbij Natura 2000-gebieden. Tot nu toe konden deze zich verschuilen achter de Staat, maar met deze uitspraak ontstaat mogelijk ruimte om directer naar grote emissiebronnen te kijken. Tegelijkertijd roept de uitspraak vragen op over de rol van natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, die niet altijd even actief lijken op te treden in de juridische strijd.
Conclusie aldus Valentijn Wösten (MOB): De uitspraak is niet de ‘hoofdprijs’ voor Greenpeace, maar heeft mogelijk wel een politieke impact. Het stikstofdebat is opnieuw op scherp gezet, en de komende maanden zullen uitwijzen hoe de regering hiermee omgaat.

Plaats een reactie