Samenvatting CCE Status Rapport 2022: KDW en Luchtvervuiling in Europa: Naar een Effectiever Beleid voor Eutrofiëring en Verzuring

Samenvatting en Inleiding

Luchtverontreiniging vormt een ernstige bedreiging voor planten, ecosystemen en de samenhang van ecosystemen. Door menselijk veroorzaakte emissies van luchtverontreinigende stoffen lopen biodiversiteit en natuurgebieden groot risico. Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (UNECE Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution – CLRTAP) werd in 1979 opgezet als reactie op het waargenomen verband tussen menselijke luchtvervuiling en de verzuring van bodems en wateren. Dit verdrag is sindsdien van essentieel belang geweest voor het terugdringen van schadelijke emissies.

Een belangrijk uitvoeringsinstrument van de emissiereductiedoelen binnen het CLRTAP is het Gothenburg Protocol, dat gericht is op de vermindering van specifieke luchtverontreinigende stoffen om verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau tegen te gaan. In het kader van de integrale beoordelingen die onder dit protocol worden uitgevoerd, worden ecosysteem-specifieke kritische depositiewaarden (Critical Loads, CL, in het Nederlands KDW) voor verzuring en stikstofdepositie vastgesteld. De overschrijdingen van deze waarden worden gebruikt om kosteneffectieve oplossingen voor emissiereductie te bepalen.

Wat zijn Critical Loads (KDW)?

Critical Loads (KDW) zijn kwantitatieve schattingen die aangeven bij welke depositieniveaus van verschillende luchtverontreinigende stoffen schade aan ecosystemen kan optreden. Deze waarden worden gebruikt om beleidsbeslissingen binnen het CLRTAP te ondersteunen. Naast de kosten van emissiereductie speelt ook de ruimtelijke spreiding van ecosysteemgevoeligheid (uitgedrukt in Critical Loads) een doorslaggevende rol in de samenstelling en ontwikkeling van (Europese) luchtverontreinigingsmaatregelen.

De Critical Loads-methodiek wordt niet alleen binnen het CLRTAP toegepast, maar ook op EU-niveau in de context van de NEC-richtlijn 2016/2284. Deze richtlijn stelt emissiereductiedoelen voor luchtverontreinigende stoffen vast, zodat de concentraties en deposities van verzurende, vermestende en ozonvormende stoffen onder de kritische waarden en niveaus van het CLRTAP blijven. Daarnaast worden overschrijdingen van Critical Loads voor eutrofiëring ook gebruikt als indicator binnen andere beleidskaders voor natuurbescherming, zoals de EU-biodiversiteitsstrategie (EEA kernindicator).

Naast deze grootschalige toepassingen zijn er ook specifieke regionale en lokale toepassingen van Critical Loads in verschillende landen. Hier dienen ze ter ondersteuning van besluitvorming over nieuwe en bestaande emissiebronnen nabij beschermde natuurgebieden. In beoordelingen voor natuurbescherming worden Critical Loads bovendien gebruikt bij de rapportage over de instandhoudingsstatus van ecosystemen en habitats.

Monitoring en risicoanalyse onder CLRTAP

Binnen het CLRTAP worden de effecten van luchtvervuiling en de risico’s voor ecosystemen en vegetatie regelmatig beoordeeld door de Working Group on Effects (WGE) en haar Internationale Samenwerkingsprogramma’s (ICPs). Directe effecten van luchtverontreinigende stoffen op vegetatie zijn vastgesteld voor stoffen als stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH₃), zwaveldioxide (SO₂) en ozon (O₃). Daarnaast kunnen zware metalen, die zich via atmosferische verspreiding verplaatsen, gevoelige vegetatie aantasten.

De risico’s op eutrofiëring en verzuring, veroorzaakt door de emissie en depositie van stikstof- en zwavelhoudende gassen, worden op twee manieren gekwantificeerd:

  1. Oppervlakte-dekkende modelkaarten, geproduceerd door ICP Modelling & Mapping (ICP M&M).
  2. Monitoringdata van geselecteerde meetlocaties, verzameld door ICP Forests (ICP F) en ICP Integrated Monitoring (ICP IM).

Dit rapport richt zich op de modelmatige, gebiedsdekkende risicoanalyse voor eutrofiëring en verzuring, uitgevoerd door het Coordination Centre for Effects (CCE). Dit centrum is een van de twee programmacentra van ICP M&M.

Rol van het CCE

De taken van het CCE zijn vastgelegd in het mandaat van het ICP en de programmacentra onder de Working Group on Effects (ECE/EB.AIR/2019/9). Het CCE is verantwoordelijk voor de coördinatie van het technische werk met betrekking tot Critical Loads-rapportage en de bijbehorende methodologische ontwikkelingen binnen ICP M&M. Het CCE ontwikkelt en beheert databases voor de berekening van Critical Loads, hun overschrijdingen en de bijbehorende kaarten voor het werkgebied van de verdragspartijen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met nationale contactpunten (National Focal Centres).

In dit rapport wordt de opzet van de huidige CLRTAP Critical Load-databases beschreven. Deze databases bestaan uit:

  • Door landen gerapporteerde nationale Critical Loads-gegevens.
  • Gemodelleerde aanvullingen voor ontbrekende data.
  • Empirische Critical Loads (CLempN) op basis van wetenschappelijke studies.

Update van empirische Critical Loads (CLempN)

Hoofdstuk 1 vat het internationale proces samen voor de herziening van de kennis en waarden van CLempN. Deze herziening van de CLempN-database uit 2010 werd tussen 2020 en 2022 gecoördineerd door het CCE. De geactualiseerde lijst bevat Critical Loads voor 51 verschillende gevoelige ecosystemen. Voor 9 nieuwe ecosystemen is voldoende bewijs gevonden om deze op te nemen, en voor 36 bestaande ecosystemen zijn de waarden aangepast. De meeste herziene waarden zijn verlaagd op basis van recente wetenschappelijke inzichten.

Gebruik van Critical Loads in het Gothenburg Protocol

De beleidsrelevante Critical Load-database, die is gebruikt voor de herziening van het Gothenburg Protocol, wordt besproken in hoofdstuk 2 en 3. Nationale Critical Load-data zijn in 2019 verzameld bij de nationale contactpunten van ICP Modelling & Mapping via een oproep tot gegevenslevering (Call for Data). De landenspecifieke rapportages en nationale datasets zijn te vinden in hoofdstuk 2 en bijlage A (p. 62).

Voor landen die geen nationale data hebben aangeleverd, vult het CCE de hiaten op met gegevens uit de zogenaamde achtergronddatabase. Deze database maakt het mogelijk om Critical Loads te modelleren voor Europese landen die geen eigen data aanleveren. De achtergronddatabase is recentelijk herzien en wordt besproken in hoofdstuk 3.

Risicoanalyses en tijdreeksen van overschrijdingen

Ter ondersteuning van de huidige herziening van het Gothenburg Protocol onder het CLRTAP, heeft het CCE de risico’s op verzuring en eutrofiëring berekend voor de Europese verdragspartijen. Dit werk is uitgevoerd in nauwe samenwerking met andere CLRTAP-organen, waaronder het Centre for Emission Inventories and Projections (CEIP), het Centre for Integrated Assessment Modelling (CIAM) en het Meteorological Synthesizing Centre-West (MSC-W). De resulterende tijdreeksen van overschrijdingen van Critical Loads zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

Marine ecosystemen en luchtverontreiniging

Hoofdstuk 5 beschrijft de eerste stappen om mariene ecosystemen te betrekken in de effectgerichte benadering van het CLRTAP. Het CCE leverde een bijdrage aan de Ad-hoc Expert Group on Marine Protection (AMP), die in 2021 werd opgericht in het kader van de herziening van het Gothenburg Protocol. Deze groep onderzoekt of luchtvervuilingseffecten op de Oostzee kunnen worden opgenomen in de integrale beoordelingsmethodiek van het CLRTAP. De eerste resultaten zijn verkregen door samenwerking tussen AMP, de Reduction Scheme Core Drafting Group (RedCore DG) van HELCOM, EMEP MSC-West, ICP Waters, de Task Force on Integrated Assessment Modelling en het CCE.

Slotopmerkingen

Met dit rapport voldoet het CCE-team aan zijn verantwoordelijkheid om informatie te publiceren over methoden en resultaten van de beoordeling van luchtvervuilingseffecten op ecosystemen op UNECE-schaal. Dit is het eerste CCE-statusrapport sinds 2017, na de overdracht van het programmacentrum van Nederland (RIVM) naar Duitsland (UBA) in 2018. Het nieuwe CCE-team dankt zijn voorgangers bij het RIVM voor hun ondersteuning tijdens deze overgangsperiode. De resultaten van het werk in de eerste drie jaar (2019-2021) van het nieuwe CCE-team worden in dit rapport voor het eerst gepresenteerd. Eerdere rapporten van het CCE (RIVM) zijn nog steeds beschikbaar via de CCE-website.

Plaats een reactie

Eén reactie

  1. buttery2ea0a54afb Avatar

    Nederland kan dus helemaal niet van de KDW af. Alleen van Aurius als daar een goed alternatief voor komt.

    Like