In Nederland wordt het natuurbeleid vereenvoudigd tot stikstofbeleid dat grotendeels bepaald wordt door computermodellen zoals Aerius en normen als de Kritische Depositiewaarde (KDW). Maar hoe betrouwbaar zijn deze instrumenten eigenlijk? Stel je voor dat een dokter een patiënt behandelt met een thermometer die onnauwkeurig meet, en vervolgens medische beslissingen neemt op basis van cijfers met tientallen decimalen achter de komma. Dat klinkt absurd, toch? Toch is dat precies wat er gebeurt in het stikstofbeleid. Dit korte artikel geeft een samenvatting van het oorspronkelijke artikel uit januari 2024 op Foodlog met de titel “Stikstof wordt gemeten met een heel gebrekkige thermometer”
Wat is de Kritische Depositiewaarde (KDW)?
De KDW is een grenswaarde die aangeeft hoeveel stikstof een natuurgebied kan verdragen voordat er mogelijk schade ontstaat. Maar hoe nauwkeurig is deze waarde eigenlijk? Experts, zoals ecoloog Roland Bobbink, hebben de KDW gebaseerd op experimenten waarin planten onder verschillende hoeveelheden stikstof groeien. Dit onderzoek gebeurt vaak in gecontroleerde omgevingen zoals bloempotten of kleine testvelden en niet in de echte natuur.
Bovendien wordt stikstof vaak toegediend in stappen van bijvoorbeeld 5 of 10 kg per hectare, waardoor de uiteindelijke KDW slechts één significant cijfer heeft. Een KDW van 6 kg/ha/jaar betekent dus eigenlijk 6 ± 1 kg. Omgerekend naar molen stikstof betekent dit een onnauwkeurigheid van minimaal 40 tot 70 mol per hectare per jaar of nog groter als er in stappen van 5 of 10 kg per hectare wordt gemeten (350-700 mol). Toch wordt in het politieke debat vaak gesproken over minieme hoeveelheden stikstof van 0,005 mol per hectare als basis voor vergunningverlening. De wetenschappelijke realiteit en de politieke besluitvorming liggen mijlenver uit elkaar.
Aerius: het computermodel als thermometer
Omdat het meten van stikstofdepositie in de praktijk moeilijk is, gebruikt de overheid het model Aerius om te berekenen hoeveel stikstof er op een bepaald natuurgebied neerslaat. Aerius rekent met gegevens over uitstoot, weersomstandigheden en andere factoren. Maar net als een onnauwkeurige thermometer kan Aerius wél getallen genereren, maar betekent dat niet automatisch dat die getallen ook de werkelijkheid correct weergeven.
Droge stikstofdepositie is bijvoorbeeld zeer lastig te meten. Wetenschappelijke studies tonen aan dat verschillende modellen hier grote afwijkingen laten zien, soms wel een factor 2 tot 4. Daarnaast zijn de metingen van natte depositie – stikstof die via regen neerslaat – ook niet nauwkeuriger dan twee significante cijfers. Dit betekent dat de totale depositie, zoals berekend door Aerius, een wetenschappelijke onnauwkeurigheid heeft van minimaal ±25 tot 140 mol per hectare per jaar. Dat is veel ruwer dan de schijnbare precisie waarmee beleidsmakers met Aerius-data omgaan. Uit het rapport van Food4innovations Deel 1, bleek echter dat deze nauwkeurigheid wel eens kan oplopen naar honderden molen en dat er systematische fouten in het model zitten.
Wat betekent dit voor het stikstofbeleid?
Nederland hanteert extreem lage drempelwaarden voor stikstof. Bouwprojecten en boerenbedrijven kunnen stilgelegd worden op basis van rekenkundige verschillen van slechts 0,005 mol per hectare, terwijl de wetenschappelijke onnauwkeurigheid tientallen molen bedraagt. Ter vergelijking: in Duitsland wordt een grenswaarde van 21 mol per hectare gehanteerd – een benadering die mogelijk realistischer en wetenschappelijk correcter is.
Het probleem is dat Aerius niet alleen onnauwkeurig is, maar waarschijnlijk ook systematisch een te hoge stikstofdepositie op meerdere landtypen berekent en een onderschatting naar alle waarschijnlijkheid op boerenland. Dit betekent dat natuurgebieden als ‘ziek’ worden bestempeld op basis van rekenmodellen die niet met de werkelijke meetgegevens overeenkomen. Als een dokter zo’n thermometer zou gebruiken, zou hij mogelijk gezonde mensen onnodig behandelen en de verkeerde medicijnen voorschrijven.
Conclusie: investeren in betere wetenschap, niet in luchtkastelen
De stikstofdiscussie wordt gedomineerd door cijfers die een wetenschappelijke precisie suggereren die er in werkelijkheid niet is. De commissie-Hordijk heeft al vastgesteld dat Aerius niet geschikt is als juridisch instrument voor vergunningverlening. Toch blijft de Nederlandse overheid miljarden euro’s steken in beleid dat gebaseerd is op modellen met grote onzekerheden. Dit moet stoppen!
Terug naar een rekenkundige ondergrens van 1 mol ipv 0,005 mol is daarom vooral een eerste en logische stap in dit politieke proces, maar de volgende stap moet bestaan uit het spoedig herkennen van de grote mate van onnauwkeurigheid van elke Aerius berekening lokaal. Als Den Haag ook dit gaat zien dan kan het niet anders dan snel stoppen met inzet van Aerius t.b.v. vergunningen voor projecten. Om het eenvoudig te stellen “Aerius kan niks” in dat soort trajecten en hoe langer we hiermee doorgaan hoe grote de schade wordt.
Investeren in natuurherstel en milieubeleid is belangrijk, maar dan wel op basis van wetenschappelijk verantwoorde metingen en modellen. Het wordt tijd dat we erkennen dat we nu met een veel te onnauwkeurige thermometer meten en daar de juiste conclusies uit trekken!

Geef een reactie op Q&A: Kritische reflecties op het stikstofadvies van de Raad van State (RvS, 22 mei 2025) – StikstofInfo.net – Alles over Ammoniak en stikstofverbindingen Reactie annuleren