De discussie over de staat van de Nederlandse natuur is de afgelopen jaren sterk gepolariseerd. Volgens de heersende opvatting is de natuur in Nederland ernstig verzwakt door stikstofdepositie en moet er met spoed worden ingegrepen om verdere achteruitgang te voorkomen. Maar is dat beeld wel terecht? Henk Rampen, voormalig regiohoofd bij Natuurmonumenten, deelt een ander perspectief op de huidige staat van de natuur. In een recent gesprek met Dick Veerman (Foodlog.nl) nuanceert hij de gangbare opvattingen en stelt hij dat de natuur in Nederland zich in veel opzichten juist heeft verbeterd.
Van Crisis naar Herstel
Rampen kijkt terug op de toestand van de natuur in de jaren ’70 en schetst een beeld van een ecologisch dieptepunt. De waterkwaliteit was dramatisch, luchtvervuiling wijdverspreid, en intensieve landbouw en ruilverkaveling hadden veel schade toegebracht aan het landschap. In die tijd stond de natuur daadwerkelijk op instorten. Dat besef leidde tot de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een ambitieuze strategie om natuurgebieden te verbinden en versterken. Inmiddels zijn vrijwel alle natuurgebieden vergroot, verbeterd en met elkaar verbonden. Ook de milieukwaliteit is sterk verbeterd: lucht, water en bodem zijn schoner dan in de vorige eeuw.
“Als je decennialang werkt aan natuurherstel, kan het niet zo zijn dat dat geen resultaat oplevert,” stelt Rampen. “De natuur heeft hier enorm van geprofiteerd.”
Rampen benadrukt dat beleidsmakers zich bewust moeten zijn van de langetermijnontwikkeling. Hoewel veranderingen niet van de ene op de andere dag zichtbaar worden, is het effect van tientallen jaren natuurbeleid inmiddels goed merkbaar. “Een natuurgebied kan zich niet binnen een paar jaar herstellen, maar na decennia van inspanning zien we nu de positieve effecten.”
De Rol van Modellen en Perceptie
Toch overheerst het beeld dat de natuur achteruit holt, mede door de stikstofmodellen die bepalen of natuurgebieden in een ‘goede staat’ verkeren. Rampen betoogt dat de focus op kritische depositiewaarden (KDW’s) de dynamiek van de natuur miskent. “We hebben de natuur nooit als statisch ervaren. Soorten komen en gaan, vegetatie verandert, dat is normaal.” Hij stelt dat de huidige natuurwetgeving te rigide is en te veel vasthoudt aan een momentopname uit het verleden. “De natuur is niet statisch, en dat moeten we erkennen in ons beleid.”
De afhankelijkheid van modellen heeft er volgens hem toe geleid dat de realiteit in het veld wordt genegeerd. “We zien steeds meer dat beleid gebaseerd wordt op berekeningen en minder op daadwerkelijke waarnemingen in de natuur zelf. Dit leidt tot verkeerde conclusies.”
Voorbeelden uit de Praktijk
Rampen verwijst naar verschillende natuurtypen om zijn stelling te onderbouwen:
- Bossen: Waar in de jaren ’70 monotone dennenaanplant kwetsbaar was voor stormen, zijn de bossen nu veel gevarieerder en biodiverser geworden. Dood hout blijft liggen, er zijn meer structuren en verschillende soorten planten en dieren profiteren hiervan. Dit betekent dat de biodiversiteit van Nederlandse bossen aanzienlijk is toegenomen, ondanks beweringen dat het bos achteruit zou gaan.
- Heide: Heide is een cultuurlandschap dat intensief beheer vereist, zoals begrazing en plaggen. Waar dit goed gebeurt, zoals op de Holterberg, blijft de heide gezond. Heidegebieden zijn in de afgelopen decennia beter beschermd, en sommige gebieden laten zelfs herstel van karakteristieke soorten zien.
- Rivierenlandschap: In de jaren ’70 waren er nauwelijks natuurgebieden in de uiterwaarden. Door het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ is er inmiddels tienduizenden hectares nieuwe natuur ontstaan, met een toename aan biodiversiteit. Soorten zoals bevers, steltlopers en zeldzame rivierplanten hebben zich opnieuw gevestigd.
- Duinen: Monitoring van de duinnatuur laat zien dat veel plantensoorten het beter doen dan vroeger. Uit een recente studie blijkt dat 50% van de onderzochte soorten is toegenomen, 30% stabiel blijft en slechts 20% achteruitgaat. Dit staat in contrast met de berichten dat de duinnatuur in gevaar zou zijn.
Daarnaast wijst Rampen op het feit dat er door heel Nederland nieuwe natuurgebieden zijn ontwikkeld. “Wat vroeger agrarisch gebied was, is nu in veel gevallen waardevol natuurgebied. Dit toont aan dat de natuur niet enkel afneemt, maar op veel plekken juist uitbreidt.”
Wat Betekent Dit voor het Stikstofbeleid?
Volgens Rampen wordt de impact van stikstof overschat. Hij erkent dat uitstoot van schadelijke stoffen moet worden verminderd, maar niet primair om natuur te redden. “De natuur kan prima omgaan met stikstof, en in sommige gevallen heeft ze het zelfs nodig.” Hij wijst op voorbeelden zoals het Korenburgerveen, een veengebied dat ondanks hoge stikstofdepositie nog steeds in goede ecologische staat verkeert.
De focus op KDW’s leidt volgens hem tot een verkeerd beleid dat niet is afgestemd op de realiteit in het veld. “We moeten minder uitgaan van modellen en meer kijken naar wat er echt gebeurt in de natuur.” Hij benadrukt dat er meer veldonderzoek nodig is om te controleren of de theoretische voorspellingen kloppen met de praktijk.
Conclusie: Tijd voor een Realistischer Natuurbeeld
Het huidige narratief over de natuur is te somber en te sterk gestuurd door modellen, aldus Rampen. Nederland heeft in de afgelopen decennia grote ecologische verbeteringen gerealiseerd. In plaats van paniekvoetbal over stikstof, pleit hij voor een beleid dat inspeelt op de natuurlijke dynamiek en het succes van eerdere natuurherstelprogramma’s erkent.
Er is volgens hem dringend behoefte aan een realistischer beeldvorming in de media en bij beleidsmakers. “Als we blijven doen alsof alles slecht gaat, missen we de kans om te leren van de successen en deze verder uit te bouwen.”
Het is tijd om met een frisse blik naar de natuur te kijken. De boodschap van Rampen is helder: de Nederlandse natuur doet het beter dan we denken, en dat is iets om trots op te zijn. De nadruk zou moeten liggen op het verder ondersteunen van succesvol natuurbeheer, in plaats van het blindstaren op modelmatige stikstofberekeningen die de realiteit niet altijd weerspiegelen.

Geef een reactie op Chris Kalden: Van Wantrouwen naar Vertrouwen; Hoe de Overheid Haar Rol in Natuurbeleid Verloor. – StikstofInfo.net – Alles over Ammoniak en stikstofverbindingen Reactie annuleren