De stikstofcrisis sleept zich voort, maar een nieuw rapport van stikstofhoogleraar Jan Willem Erisman en GIS-expert Ton Brouwer biedt een alternatief perspectief: het is wél mogelijk om de Natura2000-doelen voor 2030 te halen, mits het beleid slimmer wordt ingericht. Hun aanpak draait om het eerlijk verdelen van verantwoordelijkheden tussen sectoren én om het gebruik van een verfijndere analysemethode: de depositiepotentie.
Wat is de aanleiding?
In 2019 verklaarde de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ongeldig, en sindsdien worstelt Den Haag met maatregelen die juridisch houdbaar én praktisch uitvoerbaar zijn. In 2023 oordeelde de rechter dat in 2030 minstens 50% van de stikstofgevoelige natuur voldoende beschermd moet zijn. Greenpeace stelde dat dit haalbaar is, maar onderbouwde dat niet met concrete cijfers.
Erisman en Brouwer doen dat nu wel, in een rapport dat zij op 9 april 2025 presenteerden in de Tweede Kamer. Hun centrale boodschap: als je eerlijker rekent en gebruikmaakt van betere methoden, wordt de opgave realistischer – en haalbaar.
De huidige rekenmethode is oneerlijk
Het stikstofbeleid baseert zich momenteel op een verdeling van uitstoot over vier bronnen:
- Landbouw
- Verkeer
- Industrie
- Buitenlandse bronnen
Deze worden op één hoop gegooid, en vervolgens wordt gekeken hoeveel de landbouw zou moeten reduceren om 50% van de natuur te herstellen. In het huidige model betekent dat een reductie van 53% van de landbouwemissie. Volgens Erisman is dat niet eerlijk.
“Je moet elke sector verantwoordelijk houden voor zijn eigen aandeel in de overschrijding,” stelt Erisman.
Als je de bronnen splitst en rekent per sector, komt de reductie-opgave voor landbouw veel lager uit: circa 30% in plaats van 53%. Dan moet je echter ook verkeer en industrie een serieuze opgave geven én internationaal beleid voeren.
Wat is de depositiepotentie-methode?
In hun rapport introduceren Erisman en Brouwer opnieuw de depositiepotentie, een methode die al werd beschreven in hun eerdere rapport uit 2021, maar nu geactualiseerd is. Deze methode rekent niet puur met emissiebronnen op basis van gemiddelde afstanden, maar kijkt naar hoe groot de kans is dat emissies van een specifieke bron daadwerkelijk neerslaan op kwetsbare natuurgebieden.
De depositiepotentie:
- houdt rekening met afstand tot natuur,
- gebruikt ruimtelijke verspreidingsmodellen,
- en vertaalt de emissie van een bedrijf of sector naar de werkelijke impact op Natura2000-gebieden.
Een veehouderij op 3 km van een natuurgebied heeft dus een hogere depositiepotentie dan dezelfde veehouderij op 30 km afstand. Dit maakt het beleid effectiever: gericht reduceren waar het telt.
“Met de depositiepotentie kun je de reductie-opgave gerichter toewijzen. Daardoor is minder algemene reductie nodig, maar wel op de juiste plekken,” aldus het rapport.
Nieuwe kaarten, nieuwe kansen
Op basis van deze methode hebben de auteurs nieuwe kaarten gemaakt. Deze geven aan waar reductie het meeste effect heeft op natuurherstel. Interessant is dat sommige gebieden relatief ‘vrij’ blijven, terwijl andere hotspots zijn waar beleid dringend nodig is. Deze kaarten maken gebiedsgericht beleid weer concreet en juridisch onderbouwd.
Ook introduceren ze de mogelijkheid om met drempelwaardes te werken. Omdat verkeer en industrie vooral stikstofoxiden (NOx) uitstoten – die al flink zijn gedaald door klimaatbeleid – zouden sommige vergunningen (voor bijv. woningbouw en windmolens) gewoon doorgang kunnen vinden.
Geen salderen tussen sectoren
Een belangrijke aanbeveling is dat er geen ruimte mag zijn voor het salderen tussen sectoren. Dat betekent dat Schiphol geen boeren meer mag uitkopen om zo zelf vergunningruimte te krijgen. Elk sector moet binnen zijn eigen uitstootreductie blijven en zelf innoveren.
“Schiphol moet zelf zorgen voor reductie en dus innoveren,” zegt Erisman. “Net als de industrie en landbouw.”
Wat betekent dit voor de boeren?
Erisman en Brouwer pleiten voor duidelijke, sectorale doelen. Niet alleen voor stikstof, maar ook voor waterkwaliteit en klimaat – en met een doorkijk naar 2040 en 2050. Boeren moeten weten waar ze aan toe zijn, en niet telkens geconfronteerd worden met veranderend beleid.
“De onzekerheid voor boeren is fnuikend,” stelt Erisman.
Conclusie
Met het nieuwe rapport komt er eindelijk weer perspectief in het stikstofdebat. Niet door te polderen of te vertragen, maar door slimmer te rekenen. De depositiepotentie-aanpak maakt het mogelijk om gericht te reduceren waar het effect het grootst is, en tegelijkertijd ruimte te creëren voor noodzakelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en duurzame energie.
De boodschap aan Den Haag is helder: het kan wel. Maar dan moet er wél gekozen worden voor eerlijke verdeling, slimme rekenmodellen en beleid op basis van werkelijke impact in plaats van gemiddelden.

Geef een reactie op starstruckinquisitively02a93501a4 Reactie annuleren