Uniek meetnetwerk in Liefstinghsbroek geeft nieuwe inzichten in stikstofemissies

In Liefstinghsbroek, een Natura 2000-gebied in Groningen, is een grootschalige meetpilot uitgevoerd om stikstofemissies, concentraties en depositie in kaart te brengen. Deze pilot, getiteld ‘Maatwerk met Meetwerk’, liep van september 2022 tot en met december 2024 en werd uitgevoerd door vijf gerenommeerde kennisinstellingen. De meetresultaten bieden waardevolle inzichten voor een gebiedsspecifieke stikstofaanpak. UPDATE: langere samenvatting staat hier.

Waarom meten in Liefstinghsbroek?

Het stikstofprobleem in Nederland blijft een heet hangijzer, en Liefstinghsbroek vormt daarop geen uitzondering. In dit kwetsbare natuurgebied ligt de stikstofdepositie boven de kritische waarden, waardoor de lokale biodiversiteit onder druk staat. De meetpilot was bedoeld om met verschillende meettechnieken een beter beeld te krijgen van stikstofstromen in de regio en de effectiviteit van maatregelen beter te kunnen beoordelen.

De opdracht kwam vanuit de adviescommissie Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Stikstof Liefstinghsbroek, met als doel inzicht te krijgen in emissies van nabijgelegen veehouderijen, de verspreiding van stikstof in de atmosfeer en de impact op natuur en bodem.

Figuur 1 – Gasvormige NH3 over ruimte (a, het gemiddelde per locatie tussen 28 maart 2023 en 28 maart 2024) en tijd (b,
met temperatuur in het rood, in °C). Voor onderdeel a is buiten het raster dat de buitenste punten verbindt niet gemeten
(waaronder alles links van het water aan punten 16, 18 en 22).

Wie waren erbij betrokken?

Vijf wetenschappelijke en onderzoeksinstellingen werkten aan deze pilot:

  • Wageningen University & Research (WUR)
  • OnePlanet Research Center (OnePlanet)
  • Universiteit van Amsterdam (UvA)
  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
  • Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)

Met deze samenwerking werd een innovatief meetnetwerk opgezet, bestaande uit zowel conventionele als experimentele meetinstrumenten met een hoge tijdsresolutie.

Wat werd gemeten?

De meetopstelling was veelzijdig en bestond onder meer uit:

  • Emissiemetingen in stallen: ammoniak- en methaanemissies werden continu gemeten bij twee melkveehouderijen.
  • Concentratiemetingen in de buitenlucht: via meetbuisjes (maandgemiddelden) en sensoren (metingen per 3 minuten) werd de ammoniakconcentratie gemonitord.
  • Bulkdepositiemetingen: metingen van stikstofdepositie door neerslag en atmosferische processen.
  • Bio-indicatoren: mos, bladeren en korstmossen werden geanalyseerd op stikstofopname.
Figuur 2 – Gemeten stalemissies. Deze zijn lager dan de typische RAV waarde van 13 a 14 kg/GVE.

Belangrijkste inzichten uit de meetpilot

  1. Effect van ammoniakemissie uit stallen
    De emissiemetingen bevestigden dat de stalomgeving een constante ammoniakbron is, maar dat de emissie sterk beïnvloed wordt door factoren zoals staltype, ventilatie en weersomstandigheden. De gemiddelde emissie bij een emissiearme vloer lag rond de 8,5 kg NH₃ per dierplaats per jaar, terwijl een conventionele roostervloer een hogere emissie liet zien (10,5 kg per dierplaats per jaar).
  2. Invloed van landbouwactiviteiten op ammoniakpieken
    Sensoren registreerden duidelijk verhoogde ammoniakconcentraties tijdens mesttoediening en andere agrarische activiteiten, zoals het mixen van mest. Zo was het uitrijden van mest op nabijgelegen percelen direct terug te zien in scherpe concentratiepieken, met variaties afhankelijk van windrichting en -snelheid.
  3. Stikstofdioxide en andere stikstofbronnen
    Hoewel stikstofdioxide (NO₂) doorgaans minder varieerde, werden wel duidelijke emissies waargenomen bij het gebruik van zware dieselmachines en bij fermentatieprocessen in sleufsilo’s.
  4. Bio-indicatoren bevestigen stikstofbelasting
    Bladeren, mos en korstmossen toonden verschillen in stikstofopname afhankelijk van hun locatie. In de directe nabijheid van landbouwactiviteiten werd een lagere δ¹⁵N-waarde gemeten, wat duidt op een sterke bijdrage van agrarische ammoniak aan de stikstofdepositie.

Van meten naar beleid

De meetresultaten worden door de adviescommissie gebruikt om een gebiedsgerichte stikstofaanpak op te stellen. Naast wetenschappelijke inzichten leverde de pilot ook een belangrijke bijdrage aan de bewustwording onder boeren en natuurbeheerders in het gebied. Doordat zij zelf konden bijdragen aan metingen en registraties, groeide de interesse in emissiebeperkende maatregelen.

Een belangrijke conclusie is dat stikstofdepositie in het gebied niet uitsluitend afkomstig is van lokale bronnen, maar dat weersomstandigheden en activiteiten op regionale schaal een grote rol spelen. Dit onderstreept het belang van fijnmazige monitoring en maatwerk in beleidsmaatregelen.

Vervolgstappen

Hoewel de meetpilot officieel is afgerond, blijft het netwerk voorlopig operationeel tot juni 2025. Dit biedt de mogelijkheid om aanvullende analyses te verrichten en trends beter te begrijpen. Ook wordt aangeraden om metingen te combineren met modelberekeningen om een vollediger beeld te krijgen van stikstofstromen.

De meetpartners pleiten ervoor om deze aanpak op grotere schaal in te zetten. De inzichten uit Liefstinghsbroek kunnen waardevol zijn voor andere Natura 2000-gebieden waar stikstofproblematiek speelt.

Geef een reactie op Maatwerk met Meetwerk: Een diepgaande analyse van stikstofmetingen in het Liefstinghsbroek – StikstofInfo.net – Alles over Ammoniak en stikstofverbindingen Reactie annuleren

Eén reactie

  1. […] Eerder publiceerde stikstofinfo.net all een kort verslag over het onderzoek in de provincie Groningen, dit is een lange management samenvatting op basis van het eindrapport. […]

    Like