Harm Holman (NSC) stelt grondgebondenheid centraal in nieuwe landbouwwet: duidelijkheid of rigiditeit?

DisclaimerStikstofinfo.net werkt met het middenveld en vele experts aan een eigen concept plan, dit artikel is geen weergave van de ideeën van stikstofinfo.net. Ook is voor Cie Schoof een notitie geschreven met suggesties.

Een nieuwe initiatiefwet van NSC-Tweede Kamerlid Harm Holman moet na de zomer zorgen voor fundamentele veranderingen in het Nederlandse landbouwbeleid. De kern van het voorstel: een tweedeling van het agrarisch land in Nederland, met duidelijke normen voor het aantal dieren per hectare. Volgens Holman biedt dit plan boeren eindelijk duidelijkheid en perspectief. Maar boerenorganisatie LTO Nederland noemt het voorstel te rigide en onvoldoende afgestemd op de praktijk.

Een fundamentele herinrichting van het landelijk gebied

Volgens het nog in te dienen wetsvoorstel van Holman wordt de landbouwgrond in Nederland ruimtelijk verdeeld in twee categorieën:

  1. De agrarische hoofdstructuur – hier staat voedselproductie centraal. Het betreft de meest vruchtbare gronden van Nederland, waar boeren intensief mogen blijven produceren, mits binnen nieuwe graslandnormen.
  2. De maatschappelijke landbouwgebieden – hier draait het om maatschappelijke doelen zoals waterkwaliteit, biodiversiteit en stikstofreductie. Boeren in deze gebieden krijgen een beloning voor het leveren van ‘groenblauwe diensten’.

Het plan grijpt hiermee direct in op de inrichting van het Nederlandse landbouwsysteem. Niet langer bepaalt de individuele ondernemer of ketenpartner waar en hoe intensief geproduceerd wordt, maar krijgt ruimtelijke ordening een sturende rol. Voorstanders spreken van broodnodige structuur. Tegenstanders vrezen bureaucratisering en verlies aan maatwerk.

Dieraantallen per hectare: scherpe normen

Een belangrijk element in Holmans voorstel is de introductie van heldere normen voor grondgebondenheid, uitgedrukt in de hoeveelheid grasland per GVE (grootvee-eenheid, een standaardmaat voor rundvee):

Agrarische hoofdstructuur: normen worden strenger

In deze productiezones mag men intensiever blijven boeren, maar de graslandnorm wordt in de tijd aangescherpt:

JaarGraslandnorm (ha/GVE)Maximaal aantal GVE per hectare
20280,20 ha/GVE5,00 GVE/ha
20340,35 ha/GVE2,86 GVE/ha

Deze aanscherping betekent dat boeren in zes jaar tijd bijna de helft minder dieren per hectare mogen houden, tenzij ze meer grasland verwerven of hun bedrijfsvoering aanpassen.

Maatschappelijke landbouwgebieden: lagere veedichtheid

Voor gebieden waar maatschappelijke doelen leidend zijn, geldt vanaf 2034 een lagere en stabiele norm:

JaarGraslandnorm (ha/GVE)Maximaal aantal GVE per hectare
20340,67 ha/GVE1,50 GVE/ha

In ruil voor deze beperking ontvangen boeren een vergoeding van €1.000 tot €2.500 per hectare, afhankelijk van de mate waarin ze bijdragen aan natuur-, klimaat- en waterdoelen.

Holman ziet dit als een eerlijke ruil: minder productie, maar meer maatschappelijke beloning. Volgens hem sluit dit beter aan op de veranderende eisen vanuit samenleving en rechtspraak.

Een ‘structurele oplossing’ voor mest en stikstof

Met deze wet wil NSC een einde maken aan de voortdurende onzekerheid rond mestbeleid, derogatie, stikstofemissies en vergunningverlening. Holman stelt dat zijn voorstel:

  • boeren handelingsperspectief biedt;
  • een einde maakt aan de huidige juridische chaos rond stikstof en mest;
  • voorkomt dat duizenden familiebedrijven verdwijnen;
  • wél serieuze stappen zet richting natuur- en klimaatdoelen.

“De sector wacht al jaren op een helder kader,” aldus Holman. “Door nu keuzes te maken, brengen we structuur aan in plaats van weer een tijdelijke regeling of noodverband.”

LTO: te rigide en onvoldoende maatwerk

Boerenbelangenorganisatie LTO Nederland reageerde kritisch op het plan. In een eerste reactie noemt LTO het voorstel te generiek en te rigide. Volgens LTO doet een uniforme GVE-norm per hectare geen recht aan:

  • de grote variatie in grondsoorten (van klei tot zand en veen),
  • bedrijfstypen (melkvee, vleesvee, biologisch, gemengd),
  • en lokale omgevingsfactoren zoals neerslag, bodemkwaliteit en marktpositie.

Erwin Wunnekink, vakgroepvoorzitter melkveehouderij binnen LTO, wijst erop dat eerdere pogingen om tot een uniforme grondgebondenheidsnorm te komen stukliepen op deze diversiteit. Hij mist in Holmans plan de mogelijkheid tot maatwerk en innovatie.

Wat ontbreekt volgens LTO?

Volgens LTO laat het wetsvoorstel belangrijke oplossingsrichtingen onbenut. De organisatie had graag elementen gezien zoals:

  • Doelsturing op waterkwaliteit en natuur, in plaats van generieke hectares per dier;
  • Stimulering van graslandgebruik door beleid dat beweiding beloont;
  • Samenwerking met akkerbouwers, bijvoorbeeld voor mestafzet en gewasrotatie;
  • Mogelijkheden voor mestverwerking op bedrijfsniveau of in regionale clusters;
  • Toepassing van RENURE, kunstmestvervangers die helpen om kringlopen te sluiten.

Voor LTO is een effectieve en eerlijke aanpak van stikstof en mestemissies alleen mogelijk met een integrale benadering. Die ontbreekt nu.

NSC: juist een noodzakelijke koerswijziging

NSC wijst die kritiek van de hand. Holman stelt dat het beleid juist jarenlang stuurloos is geweest, met als gevolg dat de landbouwsector telkens opnieuw moet reageren op wijzigingen in mestregels, derogatie-afspraken en stikstofregels. “Wat wij doen, is eindelijk duidelijke kaders neerzetten. Boeren weten waar ze aan toe zijn, beleidsmakers ook.”

Volgens NSC zal de wet bijdragen aan:

  • het verminderen van juridische procedures,
  • het versnellen van gebiedsprocessen,
  • en het eerlijk verdelen van de ruimte tussen landbouw, natuur en andere functies.

Daarnaast hoopt Holman met de financiële prikkel voor groenblauwe diensten een aantrekkelijk alternatief te bieden voor boeren in kwetsbare gebieden.

Analyse: tussen eenvoud en werkelijkheid

Op papier lijkt het voorstel van NSC overzichtelijk en doeltreffend: duidelijkheid, eenduidige normen, beloning voor maatschappelijke diensten. Maar de praktijk van de Nederlandse landbouw is veelkleuriger dan twee categorieën en twee normen kunnen afdekken.

Waar Holman structuur ziet, ziet LTO een rigide keurslijf. Waar NSC kiest voor eenduidigheid, vraagt de sector om flexibiliteit, innovatie en maatwerk.

De kern van het debat ligt dan ook in de vraag: moet beleid simpel en uniform zijn, of complex en genuanceerd? Beide hebben voor- en nadelen. Uniformiteit biedt duidelijkheid en uitvoerbaarheid, maar riskeert onrechtvaardigheid en ineffectiviteit. Maatwerk sluit beter aan bij de praktijk, maar maakt beleid complex, juridisch kwetsbaar en bestuurlijk log.

Tot slot

Het initiatief van NSC is moedig en zet de discussie over grondgebondenheid, stikstof en mest in een structureel kader. Of het voorstel in de huidige vorm de eindstreep haalt, is echter onzeker. LTO en andere partijen zullen aandringen op aanpassingen en meer ruimte voor maatwerk. De komende maanden zal blijken of Holman de brug weet te slaan tussen politieke duidelijkheid en agrarische realiteit.

Geef een reactie op buttery2ea0a54afb Reactie annuleren

Eén reactie

  1. buttery2ea0a54afb Avatar
    buttery2ea0a54afb

    Het voorstel van Holman is -door zijn eenvoud- duidelijk en hanteerbaar.
    Echter, het voorstel vraagt om aanpassing.

    *
    Er moet onderscheid gemaakt worden per type vee (melkvee, vleesvee).
    *
    Er moet onderscheid gemaakt worden tussen grondsoorten (dat doet Holman ook)
    *
    Er moet op basis van onbewerkte mest worden gerekend hoeveel dieren per hectare.
    *
    Indien veehouders de mest voor verwerking ten behoeve van toepassing elders dan moet dat aantoonbaar zijn op ieder gewest moment, waarmee het aantal dieren per hectare kan toenemen op basis van 6 maanden.

    Hoe meer regels er gemaakt worden des te moeilijker is de uitvoerbaarheid en het resultaat.
    We moeten door!
    Dus gaan!

    met vriendelijke groet,
    Markus Haneveld

    Like