GroenLinks en PvdA presenteren in hun verkiezingsprogramma 2025 een uitgebreid hoofdstuk over landbouw, natuur en stikstof. De toon is ambitieus, de taal is beeldend, en de intentie lijkt nobel: gezond voedsel, bloeiende natuur, eerlijke prijzen en duurzaam grondgebruik. Maar achter het moreel verheven proza schuilt een hardnekkig probleem: gebrekkige technische onderbouwing, juridische naïviteit, en economisch onhoudbare keuzes. Met andere woorden: het klinkt goed, maar het klopt niet.
Een versimpeld natuurbeeld
Centraal in het stikstofhoofdstuk van GL/PvdA staat de overtuiging dat natuurherstel pas mogelijk is na een forse en afdwingbare daling van stikstofuitstoot. Dit uitgangspunt leidt tot voorstellen als een stikstofbank met voorkeursrechten voor maatschappelijke projecten (woningbouw, defensie, energietransitie) en het gericht uitkopen of verplaatsen van boeren.
Dat klinkt daadkrachtig, maar het hele plan rust op de aanname dat stikstof = natuurkwaliteit en dat stikstofdepositie = AERIUS-berekening. Die gelijkstelling is wetenschappelijk én juridisch onhoudbaar. Zoals onderbouwd op stikstofinfo.net, bestaat natuurkwaliteit uit tientallen samenhangende drukfactoren: verdroging, versnippering, verzuring, bodembeheer, beheermaatregelen, zonne-instraling, stikstof én fosfaat, én stikstofvormen zoals ammonium, nitraat, NOx en ammoniak.
Het blijft verbazingwekkend dat GL/PvdA in 2025 nog altijd voorstellen blijft doen die volledig leunen op AERIUS, een rekenmodel dat door rechters en wetenschappers herhaaldelijk als onzeker en onbetrouwbaar op kleine schaal is aangemerkt. Alsof de 0,005 mol/ha-grens heilig is. Nederland zit op slot omdat de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) niet gestoeld is op wetenschappelijke proportionaliteit, maar op een onnatuurlijke symbiose tussen modelfetisjisme en juridische overinterpretatie.
Salderen met ammoniak en NOx? Juridisch onmogelijk
GL/PvdA stellen een stikstofbank voor waarin stikstofruimte wordt verzameld en door de overheid gekocht kan worden voor publieke projecten. Op papier ziet dat eruit als een slimme oplossing: ruilen van ruimte tussen sectoren. In de praktijk betekent dit echter dat ammoniakruimte van boeren (landbouw) moet worden ingezet voor NOx-vragers (industrie, verkeer, defensie).
Maar dit is pollution shifting — het verschuiven van milieudruk tussen ongelijksoortige emissies. De Europese richtlijnen maken zo’n uitruil niet mogelijk. Ammoniak en NOx gedragen zich fysisch-chemisch en juridisch verschillend, hebben een ander verspreidingsprofiel, een andere depositiedynamiek en andere bron-oriëntatie. En dus hoort hier een streng schot tussen.
Wat GL/PvdA voorstellen is politiek handig (de overheid koopt wat ruimte), maar juridisch en ecologisch onhoudbaar. Het ondermijnt het draagvlak onder boeren én de geloofwaardigheid van het stikstofbeleid.
Van industriële naar duurzame landbouw: het frame faalt
Het programma stelt: “De industriële landbouw is slecht voor klimaat, natuur, landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid.” En: “Een groot deel van het voedsel exporteren we, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten.” Het zijn klassieke slogans die lekker klinken aan de borreltafel, maar inhoudelijk rammelen.
Feit: er zijn nauwelijks industriële boerderijen in Nederland. De meeste bedrijven zijn familiebedrijven, vaak met minder dan twee arbeidskrachten, die op hoogproductieve wijze voedsel produceren voor zowel Nederland als de Europese markt binnen een straal van 600 km. Tegelijkertijd importeren we enorme hoeveelheden voedsel, grondstoffen en veevoer.
Het frame dat we ‘de vervuiling houden en het eten wegdoen’ is niet alleen economisch simplistisch, maar sociaal polariserend. Boeren worden neergezet als vervuilers, terwijl ze in werkelijkheid opereren binnen een van de strengste regelgevingen ter wereld.
Het alternatief dat GL/PvdA schetst — krimp van veestapel, grondgebondenheid, biologische groei — is niet schaalbaaren economisch niet houdbaar zonder enorme subsidies. Zoals Oostenrijk al ondervond, leidt te veel aanbod van biologische producten tot dalende prijzen, frustratie bij boeren en stagnatie in de keten.
Wensdenken over eerlijke prijzen
“Boeren krijgen een eerlijke prijs,” stelt het programma. En: “Daar moet de hele keten, inclusief supermarkten, aan meewerken.” Wie kan daar tegen zijn?
Maar hoe? GL/PvdA presenteren geen enkel plan. Ze negeren het feit dat in een vrije Europese markt prijsafspraken verboden zijn, dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zulke afspraken hard zal afstraffen, en dat supermarkten opereren onder intense internationale concurrentie.
Een eerlijke prijs kan alleen bestaan binnen functionerende markten met transparante ketens, niet via politieke sturing. Het is precies dit soort loze beloftes dat het vertrouwen van boeren ondermijnt. Als je roept dat ze een eerlijke prijs krijgen, maar geen mechanisme biedt, dan verkoop je retoriek zonder rugdekking.
Van natuur naar natuurstaat
GL/PvdA gaan ver in hun pleidooi voor natuurherstel. Ze willen versneld het Natuurnetwerk Nederland afronden, landschapselementen aanleggen, ruimte voor levende rivieren creëren, en zelfs de rechten van de natuur verankeren in de wet. Sommige ideeën zijn sympathiek (zoals agroforestry of weidevogelbeheer), maar de onderliggende visie is zorgwekkend: de natuur als exclusieve bestemming van schaarse ruimte, zonder helder plan voor integratie met voedselproductie, wonen of infrastructuur.
Als “bodem en water sturend” worden in alle besluitvorming — zoals ze elders stellen — en we tegelijk 30% van Nederland reserveren voor natuurontwikkeling, dan blijft er simpelweg te weinig ruimte over voor mensen, voedsel en bedrijvigheid. We hebben dan geen natuur-inclusieve landbouw meer, maar een natuurstaat met voedsel-importverplichting.
Beleid zonder uitvoeringskracht
Veel voorstellen in het GL/PvdA-programma zijn praktisch onuitvoerbaar. Denk aan:
- Verplichte weidegang voor koeien, zonder rekening te houden met stalontwerp, bodemtype of mestaanwending;
- Verbod op glyfosaat en PFAS, terwijl dit mogelijk strijdig is met Europese toelatingskaders;
- 2-sterren of 3-sterren Beter Leven-keurmerk als vereiste, zonder plan voor toezicht, financiering of controle bij importproducten;
- Stop op diepzeemijnbouw, terwijl dit onder Europees marien beleid valt.
De rode draad: veel goede bedoelingen, maar weinig realisme over uitvoerbaarheid, kosten of handhaving. Beleidsintenties worden gepresenteerd als feiten, en dat ondermijnt het draagvlak bij ondernemers, juristen, en uitvoerende instanties.
Alternatief: een uitvoerbaar en rechtvaardig stikstofbeleid
Het is goed dat GL/PvdA natuurherstel belangrijk vinden. Het is ook positief dat ze het stikstofslot willen opheffen. Maar dat kan alleen als we het systeem hervormen — niet door het verder vast te draaien.
Wat we nodig hebben is:
- Een juridische drempelwaarde voor stikstofdepositie, net als in Duitsland: bijvoorbeeld 21 mol/ha/jr;
- Een ondergrens van 1 mol voor rekenplichtigheid, zodat AERIUS-berekeningen pas nodig zijn bij relevante depositie;
- Een knip tussen ammoniak en NOx, met aparte emissieplafonds en salderingssystemen per stofgroep;
- Vergunningverlening vóór reductie, niet andersom. PAS-melders moeten gelegaliseerd worden op basis van feitelijke emissies;
- Innovatie als motor van emissiereductie, niet krimp. Denk aan mestverwerking, voeroptimalisatie, precisielandbouw, bufferstroken;
- Boeren belonen voor natuurbeheer via groene contracten, met heldere urenvergoeding in plaats van vage percentages.
Dat is wat wij op stikstofinfo.net voorstellen. Een beleid dat werkt, meetbaar is, uitvoerbaar is en recht doet aan zowel natuur als economie.
Conclusie: meer natuur, maar met beleid
GroenLinks en PvdA hebben een visie op een groen Nederland. Dat is te respecteren. Maar visies zonder uitvoeringskracht, zonder wetenschappelijke onderbouwing en zonder juridische realiteitszin zijn slechts wensbeelden. En die lossen geen crisis op.
Wat we nodig hebben is een praktisch, rechtvaardig, juridisch houdbaar stikstofbeleid. Een beleid dat ondernemers perspectief biedt, natuur beschermt, én maatschappelijke doelen mogelijk maakt.
Laten we niet langer dromen over hoe het zou moeten zijn. Laten we beginnen met wat werkt.

Plaats een reactie