Zes jaar na PAS: het stikstofdossier als politiek zelfportret door Arnout Jaspers op Wynia’s Week.

Wie het Nederlandse stikstofdossier wil begrijpen zonder zich te verliezen in technische details of morele frames, komt al snel uit bij het werk van Arnout Jaspers. In zijn boek, inmiddels enkele jaren oud, schetste hij een helder historisch overzicht van hoe Nederland zichzelf vastreed. In zijn recente artikel op Wynia’s Week trekt hij die lijn door en laat hij zien hoe weinig er sindsdien werkelijk is veranderd. Zes jaar na het sneuvelen van het PAS is de conclusie ongemakkelijk eenvoudig: de politiek heeft niets opgelost.

Jaspers’ kracht zit deze week niet in nieuwe onthullingen, maar in het reconstrueren van bestuurlijke keuzes. Hij laat zien hoe het stikstofprobleem in Nederland niet is ontstaan uit een plotselinge ecologische ramp, maar uit een stapeling van beleidsbeslissingen waarin juridische zekerheid werd ingeruild voor rekenkundige schijnexactheid. Er is voor gewaarschuwd. Met het PAS probeerde de overheid vooruit te lopen op toekomstige emissiereducties. Ook daar is ruim voor gewaarschuwd. Toen dat systeem in 2019 door de rechter werd afgeschoten, bleek hoe kwetsbaar de hele constructie was. Niet omdat stikstofbeleid geen effect heeft, maar omdat het beleid steunde op aannames die juridisch niet houdbaar waren in de ogen van de RvS.

Sindsdien is het dossier niet fundamenteel herzien, maar verhard. Modellen, met AERIUS als bekendste voorbeeld, kregen een rol die ze wetenschappelijk nooit hebben geclaimd. Wat bedoeld was als beleidsinstrument voor trendanalyse, werd ingezet als juridische meetlat voor individuele vergunningen. Jaspers beschrijft dit niet als een technische fout, maar als een bestuurlijke categorieverwarring. Onzekerheid werd niet erkend, maar weggepoetst. Meetmarges verdwenen uit beeld, terwijl ze in open systemen onvermijdelijk zijn.

In zijn recente bijdrage op Wynia’s Week maakt Jaspers de balans op. Zes jaar na 2019 zit Nederland nog steeds op slot. De vergunningverlening ligt grotendeels stil, de bouw loopt vast en boeren verkeren in permanente onzekerheid. Tegelijkertijd is het aantoonbare natuurherstel beperkt. Dat is geen moreel oordeel, maar een feitelijke constatering: de enorme maatschappelijke kosten staan niet in verhouding tot de ecologische opbrengst. Wie dat benoemt, ontkent het belang van natuur niet, maar stelt een legitieme vraag over effectiviteit.

Wat Jaspers scherp blootlegt, is de politieke reflex om het probleem telkens te verplaatsen. Nieuwe kabinetten kondigen nieuwe fondsen, kaarten en reductiedoelen aan, maar laten de kern ongemoeid. Die kern is juridisch van aard. Zolang elke berekende depositie, hoe klein ook, als potentieel significant wordt behandeld, blijft het systeem onwerkbaar. Dat heeft niets te maken met onwil of ontkenning, maar met bestuurlijke realiteit. Absolute zekerheid in een open milieu bestaat niet.

Zijn kritiek op de huidige politieke koers is daarom vooral structureel. Door vast te houden aan hetzelfde juridische raamwerk en dezelfde modelmatige precisie, wordt het verleden steeds opnieuw gereproduceerd. De belofte dat “het nu echt anders wordt” klinkt inmiddels hol. Zonder erkenning van model- meet onzekerheiden, zonder een rekenkundige ondergrens (RKO) en zonder een duidelijke scheiding tussen natuurbeheer en vergunningverlening blijft stikstof een juridisch moeras.

Impliciet raakt Jaspers daarmee aan een bredere kwestie. Het stikstofdossier is moreel geladen geraakt. Het is niet langer een technisch of ecologisch vraagstuk, maar een symbooldossier geworden waarin schuld en verantwoordelijkheid zijn geïndividualiseerd. Boeren en ondernemers dragen de last van een systeemfout die collectief is ontstaan. Dat maakt politieke correctie lastig, want wie het systeem bekritiseert, lijkt al snel “tegen de natuur”.

Juist daarom is het historische perspectief van Jaspers zo waardevol. Hij haalt het debat weg uit de emotie en terug naar bestuur en beleid. Zijn analyse is geen pleidooi voor niets doen, maar voor beter doen. Dat betekent accepteren dat modellen hulpmiddelen zijn, geen orakels, en dat beleid moet aansluiten bij wat praktisch uitvoerbaar is. Het roer moet bestuurlijk en juridisch dus om!

Zes jaar na het PAS is de pijnlijke conclusie dat Nederland niet vastzit door stikstof zelf, maar door de (onhandige) keuzes die het bestuurlijk heeft gemaakt. Zolang die niet worden ingezien, zal elk nieuw kabinet vooral één ding doen: opnieuw beginnen, zonder iets af te maken. Dat is misschien wel de meest treffende diagnose die Jaspers geeft — en meteen de meest ongemakkelijke.

PS Het nieuwe regeerakkoord bevat zonder twijfel enkele goede punten, maar ook opvallende slordigheden. In deze vorm biedt het stikstofplan geen structurele uitweg uit het huidige slot.

Plaats een reactie