Twee hoogleraren in Trouw bevestigen: stuur op gebied, niet op de individuele boer.

In Trouw verscheen onlangs een artikel met de veelzeggende titel De boer redt het niet met Jettens innovatie alleen. De kern van het stuk: innovatie is noodzakelijk, maar niet voldoende. Wat vooral opvalt, is dat zowel Jan Willem Erisman (Universiteit Leiden) als Wim de Vries (Wageningen Universiteit) op een aantal punten opmerkelijk helder zijn – punten die wij op Stikstofinfo.net al jaren benadrukken.

Hun boodschap is minder ideologisch dan het politieke debat doet vermoeden. Ze pleiten voor praktische innovatie, gebiedsgerichte sturing en een integrale aanpak met tijd en realisme. Dat staat in schril contrast met beleid dat stuurt op uniforme hectarenormen of individuele dier- en hoknormen.

1. Innovatie moet in de praktijk werken

Beide hoogleraren maken duidelijk dat innovatie geen papieren exercitie mag zijn.

De Vries stelt expliciet dat het niet gaat om technologische beloftes alleen. Minder eiwit in het voer, slimmer voermanagement, kruidenrijk gras – dit zijn concrete maatregelen die aantoonbaar ammoniak kunnen reduceren. Maar ze moeten wél in de praktijk worden toegepast en goed worden begeleid.

Erisman voegt daar een cruciale nuance aan toe: wat in het laboratorium werkt, functioneert niet automatisch in de stal of op het land. Innovatie vraagt betrokkenheid van boeren, monitoring en bijsturing. Het is geen Excel-oplossing.

Dit sluit naadloos aan bij wat wij al langer schrijven: emissiereductie begint bij management. TAN-gehalte, eiwitbalans, rantsoensamenstelling, mestkwaliteit – daar zit directe sturingsruimte. Niet in abstracte rekennormen per hectare.

2. Doelen per gebied, niet per individuele boer

Misschien nog belangrijker is hun visie op doelsturing.

In het artikel wordt helder gesteld dat het niet logisch is om per individuele boer een vaste norm op te leggen zonder gebiedscontext. Wat telt, is wat er in een gebied gebeurt. Hoeveel emissie is er? Hoe ontwikkelt de concentratie zich? Dalen de depositiewaarden?

Meten en sturen per gebied is volgens beide hoogleraren logischer dan per individueel bedrijf.

Dat is een fundamenteel verschil met beleid dat inzet op uniforme hectarenormen of generieke diernormen. Zulke normen houden geen rekening met:

  • ruimtelijke verschillen in depositie
  • achtergrondbelasting
  • bodem- en vegetatieverschillen
  • lokale meteorologie
  • cumulatie van bronnen

Gebiedsgerichte sturing maakt het mogelijk om maatwerk toe te passen. In sommige gebieden kan innovatie voldoende zijn. In andere gebieden zijn aanvullende maatregelen nodig. Maar het uitgangspunt is niet het individuele bedrijf als juridisch mikpunt – het uitgangspunt is het gebied als ecologisch systeem.

3. De overheid moet gebiedsemissies vastleggen

Een ander cruciaal punt: als je per gebied wilt sturen, moet de overheid ook per gebied vastleggen wat de feitelijke emissies zijn.

Dat betekent:

  • transparante emissie-inventarisaties
  • realistische onzekerheidsmarges
  • monitoring van concentraties
  • evaluatie op gebiedsniveau

Niet: rekenen op bedrijfsniveau met modeluitkomsten tot achter de komma en vervolgens vergunningen blokkeren op basis van molfracties.

Beide professoren wijzen impliciet op de noodzaak van een andere bestuurslogica. Niet juridisch micromanagement per stal, maar systeemsturing op gebiedsniveau.

Dat is precies de reden waarom wij al langere tijd pleiten voor het loskoppelen van emissie en depositie in vergunningverlening en voor het werken met rekenkundige ondergrenzen. Een gebiedsbenadering vraagt om bestuurlijke helderheid, niet om eindeloze individuele berekeningen.

4. Integraal en met tijd

Wat eveneens opvalt in het Trouw-artikel is de integrale blik.

Erisman wijst erop dat stikstof niet het enige milieuvraagstuk is. Broeikasgassen, waterkwaliteit, biodiversiteit en dierenwelzijn spelen tegelijk. De Vries benadrukt dat sommige doelen praktisch onhaalbaar zijn als ze te snel en te rigide worden opgelegd.

Beide wetenschappers erkennen impliciet dat transities tijd kosten. Innovatie, voerstrategieën, extensivering waar nodig – dat zijn trajecten van jaren, niet van begrotingscycli.

Een integrale aanpak betekent ook dat je geen enkelvoudige norm als heilige graal behandelt. Stikstofbeleid moet passen binnen landbouwstructuur, voedselzekerheid, waterdoelen en klimaatbeleid.

5. Wat betekent dit voor het huidige beleid?

Wanneer we deze lijn doortrekken, ontstaat een duidelijke spanning met beleidsinitiatieven die wél inzetten op vaste hectarenormen of uniforme diernormen per bedrijf.

Als je erkent dat:

  • innovatie praktijkgericht moet zijn
  • doelen per gebied moeten worden vastgesteld
  • emissies op gebiedsniveau gemonitord moeten worden
  • en de aanpak integraal en realistisch moet zijn

dan past daar geen beleid bij dat primair stuurt op generieke normen per individuele boer.

Gebiedsdoelsturing vraagt om samenwerking, niet om individuele afrekening zonder context.

Conclusie

Het Trouw-artikel laat zien dat twee gezaghebbende hoogleraren een koers schetsen die opmerkelijk goed aansluit bij wat wij op Stikstofinfo.net al jaren bepleiten:

Werk aan praktische innovatie in de stal en op het land.
Stuur op gebiedsniveau in plaats van op individuele bedrijven.
Leg als overheid transparant vast wat de emissies per gebied zijn.
Pak stikstof integraal aan en neem de tijd voor uitvoering.

Dat is geen ontkenning van het probleem. Het is een andere manier van oplossen.

Wie de woorden van Erisman en De Vries serieus neemt, kan niet volhouden dat alleen generieke normen per hectare of per dier de weg vooruit zijn.

De toekomst van het stikstofbeleid ligt niet in uniforme afrekenmodellen, maar in gebiedsgerichte, meetbare en praktijkgestuurde aanpakken.

En precies daar begint een volwassen stikstofbeleid.

Plaats een reactie

Eén reactie

  1. cheerfullyfirecb037e5e2d Avatar
    cheerfullyfirecb037e5e2d

    Zijn twee hoogleraren die willen sturen om het sturen om de ecologische advieswereld economisch draaiende te houden. Stop de stikstofannorexia, het stikstofalarmisme en laat de boeren weer zelf boeren is de enige oplossing. En die kost geen 20 miljard Euro!

    Like