Niet de boer, maar het platteland zit klem in het stikstofbeleid (via Wagemans, Foodlog).
← Terug naar overzicht

Niet de boer, maar het platteland zit klem in het stikstofbeleid (via Wagemans, Foodlog).

Wie het Nederlandse stikstofdebat volgt, zou gemakkelijk kunnen denken dat het probleem vooral technisch van aard is. Er zijn emissies, deposities, kritische depositiewaarden, habitattypen, rekenmodellen en vergunningen. Bereken de juiste getallen, stel normen vast, reduceer voldoende emissie en uiteindelijk komt Nederland weer van het stikstofslot.

Maar misschien is juist die gedachte onderdeel van het probleem.

Mathieu Wagemans stelt in zijn recente essay op Foodlog, Platteland slachtoffer van vastgelopen overheidsbeleid een fundamentelere vraag. Volgens hem is het landbouw- en natuurbeleid zo sterk gejuridiseerd dat we nauwelijks meer nadenken over wat we eigenlijk met het Nederlandse platteland willen. (Foodlog)

Dat is een interessante observatie, juist voor het stikstofdossier.

Van natuurprobleem naar vooral een regelprobleem

Sinds de PAS-uitspraak van 2019 is een steeds groter deel van het stikstofdebat gaan draaien om juridische houdbaarheid. Niet alleen de vraag of natuur daadwerkelijk verbetert staat centraal, maar vooral of een activiteit juridisch kan worden uitgesloten als mogelijke veroorzaker van een significant negatief effect.

Daarmee ontstaat een merkwaardige omkering. Modellen, grenswaarden en ecologische indicatoren die oorspronkelijk hulpmiddelen waren om beleid te ondersteunen, krijgen binnen vergunningverlening een bijna absolute betekenis.

Wagemans noemt dit een proces van voortgaande detaillering. Iedere poging een probleem op te lossen leidt tot nieuwe regels, uitzonderingen, definities en procedures. Het resultaat is niet noodzakelijk meer duidelijkheid. Integendeel: het systeem wordt zo ingewikkeld dat vrijwel iedere verandering opnieuw juridische onzekerheid veroorzaakt. (Foodlog)

Precies dat zien we bij stikstof.

We discussiëren over fracties van molen depositie, terwijl de veel grotere vraag nauwelijks wordt gesteld: welke natuur willen we waar beschermen, welk landbouwsysteem past daarbij en wie beheert straks het landschap?

Landbouw is meer dan een emissiebron

Een tweede interessante stap van Wagemans is zijn kritiek op het beeld van landbouw als uitsluitend economische activiteit. Dat beeld wordt overigens zowel door voor- als tegenstanders van de landbouw in stand gehouden.

De landbouwsector wijst graag op productie, export en economische betekenis. Vanuit het milieubeleid verschijnt diezelfde landbouw vervolgens vooral als bron van ammoniak, nitraat, fosfaat, broeikasgassen en gewasbeschermingsmiddelen.

Beide perspectieven zijn te beperkt.

Een boer produceert voedsel, maar beheert tegelijkertijd bodem, water, landschap en een aanzienlijk deel van de groene ruimte van Nederland. Daarmee is landbouw per definitie ook natuur- en landschapsbeheer. De relevante beleidsvraag is daarom niet alleen hoeveel kilogram ammoniak een bedrijf uitstoot, maar welke maatschappelijke prestaties we van dat bedrijf en van een gebied verwachten — en welke vergoeding daar tegenover staat.

Van landbouwbeleid naar plattelandsbeleid

Daarmee komt Wagemans bij misschien wel zijn belangrijkste punt: stel niet de landbouw, maar het platteland centraal. (Foodlog)

Dat klinkt als een subtiel verschil, maar beleidsmatig is het enorm. Dan gaat het niet langer uitsluitend over aantallen dieren, hectares natuur of percentages emissiereductie. Het gaat tegelijkertijd over water, bodem, natuurkwaliteit, voedselproductie, woningbouw, energie, economische vitaliteit en leefbaarheid van dorpen.

En vooral over de samenhang daartussen.

Dat pleit voor veel sterker gebiedsgericht beleid. Niet Den Haag dat probeert voor iedere hectare dezelfde werkelijkheid te definiëren, maar landelijke doelen gecombineerd met regionale verantwoordelijkheid voor uitvoering, monitoring en resultaat.

Daar horen ook boeren bij die betaald worden voor maatschappelijke prestaties. Niet als tijdelijke subsidieregeling naast hun bedrijf, maar als structureel onderdeel van het economische model van het platteland.

Stikstof als symptoom

Misschien moeten we daarom anders naar de stikstofcrisis kijken. Stikstof is (lokaal) een reëel milieuthema en vermindering van emissies kan lokaal en regionaal noodzakelijk zijn. Maar de bestuurlijke crisis die eromheen is ontstaan, kan niet worden opgelost door uitsluitend nog nauwkeuriger te rekenen en nog gedetailleerdere regels te maken.

Daarvoor is een ontwerp nodig van het platteland van de toekomst.

Wagemans eindigt daarom terecht bij systeemverandering: regionale verantwoordelijkheid, andere verdienmodellen, maatschappelijke kosten en baten en nieuwe institutionele arrangementen. (Foodlog)

Dat vraagt een ongemakkelijke omslag. Van sturen op regels naar sturen op resultaten. Van landbouw versus natuur naar gezamenlijk gebiedsbeheer. En van de vraag “hoe krijgen we Nederland juridisch van het stikstofslot?” naar een veel interessantere vraag:

hoe willen we dat het Nederlandse platteland er over twintig jaar uitziet — en wie geven we de verantwoordelijkheid om dat landschap daadwerkelijk te beheren? We staan kortom vooral voor een grote ruimtelijk ordeningsuitdaging!

Meer Artikelen

Beleid
Beleid

De minister geeft braaf antwoord op kamervragen, maar lost niets op met zijn brief: Nederland blijft voorlopig gewoon op slot. De brief is niet goed genoeg doordacht.

De minister van LVVN heeft gereageerd op stikstofgerelateerde Kamervragen, maar de kern van het beleid verandert nauwelijks. Er wordt gesproken over doelsturing en natuurherstel, maar generieke normen blijven bestaan. De minister geeft geen ruimte voor integrale gebiedsplannen en AERIUS blijft leidend in vergunningverlening, wat de vooruitgang blokkeert.

Lees meer