Van brief naar gesprek: waarom de aanvulling van LTO Nederland het UPLG-debat in Utrecht inhoudelijk verder zou kunnen gaan helpen. De scherpe kanten moeten wel weggehaald worden bij UPLG.

Van brief naar gesprek: waarom de aanvulling van LTO Nederland het UPLG-debat in Utrecht inhoudelijk verder helpt.

Vorige week publiceerde ik op stikstofinfo.net een positieve analyse van de brief die LTO Nederland stuurde over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Die brief werd soms gelezen als tegenwerking, maar was in werkelijkheid een noodzakelijke correctie op eerder gemaakte afspraken. Vandaag is die lijn overtuigend doorgetrokken. In Nieuwe Oogst verscheen een artikel waarin LTO-voorzitter Ger Koopmans toelicht waarom het huidige UPLG in Utrecht onuitvoerbaar is en voelt als een geplande uitfasering van delen van de landbouw. Tegelijkertijd sprak hij met gedeputeerde Mirjam Sterk in Utrecht.

Die combinatie – een eerder scherpe maar constructieve brief, gevolgd door een inhoudelijk gesprek en een publiek statement – verdient nadrukkelijk aandacht. Niet omdat het debat escaleert, maar juist omdat het verdiept. Wat vandaag gebeurt, is geen herhaling, maar een noodzakelijke aanvulling.

Continuïteit in plaats van confrontatie

Wie de brief van vorige week en het artikel van vandaag naast elkaar legt, ziet geen koerswijziging, maar consistentie. LTO Nederland blijft vasthouden aan dezelfde kern: emissiereductie is alleen verantwoord uitvoerbaar als deze gepaard gaat met rechtszekerheid, vergunningverlening en ruimte voor maatwerk. Dat was de kern van het Bouwstenendocument Emissiereductie Landbouw dat LTO samen met provincies opstelde. En dat is ook nu weer de kern van het betoog.

In het Nieuwe Oogst-artikel wordt die boodschap concreter gemaakt. Het gaat niet alleen om abstracte normen, maar om de stapeling ervan. Een norm van 40 kg ammoniak per hectare, een generieke eis van 95% emissiereductie voor stallen van hokdieren, extreem lage bemestingsnormen in bufferzones, en aanvullende beperkingen voor fruitteelt en veenweidegebieden. Los van elkaar zijn dit al zware ingrepen. Samen vormen zij een pakket dat voor veel bedrijven simpelweg niet uitvoerbaar is.

Image

Van beleidsdoel naar bedrijfsrealiteit

Wat het statement van vandaag toevoegt, is een expliciete duiding van het gevoel in de sector: het UPLG wordt ervaren als een geplande uitfasering. Dat is geen retoriek, maar een signaal. Als beleid zo wordt vormgegeven dat investeren rationeel onmogelijk wordt, dan stopt ondernemerschap vanzelf.

Daar raakt LTO een punt dat in veel stikstofdebatten onderbelicht blijft. Het gaat niet alleen om milieudoelen, maar ook om tijd, kapitaal en risico. Een melkveehouder, pluimveehouder of fruitteler die vandaag moet investeren in zware maatregelen zonder zicht op vergunningverlening na 2027, neemt een onverantwoord ondernemersrisico. Dat is geen onwil, maar gezond verstand.

De koppeling met het stuk van 21 januari

In het artikel van 21 januari op stikstofinfo.net werd al duidelijk gemaakt dat de brief van LTO Nederland geen blokkade was, maar een poging om het beleid terug te brengen naar de afgesproken volgorde. Eerst duidelijkheid over doelen, instrumenten en vergunningen, dán pas juridische borging in verordeningen. Die analyse wordt door het artikel van vandaag bevestigd en verdiept.

Waar het eerdere stuk vooral de bestuurlijke en juridische kant belichtte, legt het Nieuwe Oogst-artikel de nadruk op uitvoerbaarheid en gevoel. Samen vormen ze één verhaal. Een verhaal waarin afspraken niet worden ontkend, maar juist serieus worden genomen.

Gesprek boven verordening

Het gesprek tussen Ger Koopmans en Mirjam Sterk is in dat licht cruciaal. Niet omdat daarmee alle problemen zijn opgelost, maar omdat het laat zien dat dialoog mogelijk blijft. Dat is geen detail. In een dossier dat juridisch, technisch en emotioneel is vastgelopen, is bestuurlijke openheid een schaars goed.

Belangrijk is dat LTO Nederland daarbij niet vraagt om uitzonderingen of uitstel om het uitstel. De oproep is helder: sluit aan bij landelijke afspraken, wacht op duidelijkheid van het nieuwe kabinet en voorkom dat provincies via lokale verordeningen vooruitlopen op beleid dat nog in beweging is. Dat is geen zwaktebod, maar bestuurlijke hygiëne.

Lokale verordeningen als breekpunt

Net als vorige week blijft één punt centraal staan: het vastleggen van harde normen in een provinciale omgevingsverordening. Daarmee worden beleidskeuzes juridisch verankerd voordat hun effectiviteit en proportionaliteit zijn bewezen aldus UPLG. Voor boeren betekent dat directe handhaafbaarheid, zonder ontsnappingsruimte voor maatwerk of innovatie.

Het artikel in Nieuwe Oogst laat zien dat dit niet alleen een juridisch bezwaar is, maar ook een sociaal-economisch. Bedrijven die nu al aan de rand van hun investeringsruimte zitten, krijgen te maken met een stapeling van verplichtingen die hun toekomstperspectief aantast.

Geen ontkenning van natuurproblemen

Het is belangrijk dit scherp te benoemen: noch de brief van vorige week, noch het statement van vandaag ontkent natuurproblemen of natuuruitdagingen. Integendeel. LTO erkent de noodzaak van emissiereductie en gebiedsgerichte aanpak. Wat wordt betwist, is de route. Een route die doelen en middelen door elkaar haalt en risico’s eenzijdig bij ondernemers neerlegt.

Juist daarom is de toon van LTO Nederland van belang. Geen polarisatie, geen juridisering, maar vasthouden aan eerder gemaakte afspraken. Dat maakt de boodschap geloofwaardig.

Wat dit betekent voor Utrecht

Voor de provincie Utrecht ligt hier een duidelijke keuze. Doorzetten met een UPLG dat juridisch (te) strak is, maar maatschappelijk en economisch wankel. Of terug naar de tekentafel, in lijn met het Bouwstenendocument – of alternatief integraal plan zoals dat van Agractie of Stikstofinfo – in de volle breedte en met ruimte voor volgordelijkheid: eerst duidelijkheid, dan borging.

Het gesprek van vandaag laat zien dat die tweede route nog open ligt. Dat is hoopvol, maar geen vanzelfsprekendheid. De vraag die nu voorligt is : gaat de gedeputeerde Mirjam Sterk serieus aan de slag, of blijft ze een ingezet proces in gang zetten en drukt ze het concept UPLG er voor de zomer alsnog gewoon door.

Conclusie: een versterking, geen herhaling

Het artikel in Nieuwe Oogst en het gesprek in Utrecht zijn geen herhaling van zetten, maar een inhoudelijke versterking van de boodschap van vorige week. Ger geeft daardoor ook steun aan LTO Noord en zijn lokale leider Jeroen van Wijk. Samen vormen zij een consistent en constructief betoog: stikstofbeleid werkt alleen als het uitvoerbaar, rechtvaardig en voorspelbaar is.

Voor stikstofinfo.net is dit toch een belangrijk moment om die lijn te blijven volgen. Niet door mee te gaan in slogans of loopgraven, maar door steeds opnieuw te wijzen op de kern waar het mis gaat : beleid dat boeren dwingt te stoppen zonder dat dit expliciet wordt uitgesproken, is geen zorgvuldig beleid. Het is uitgestelde besluitvorming met grote gevolgen. Maar beleid dat boeren motiveert om het nog beter te gaan is hoogmoedig en vooral verstandig. Dus weer bekijken of gebiedsprocessen bedacht en uitgevoerd kunnen gaan worden, en dit alles op basis van rationaliteit en wetenschappelijke ondersteuningen.

De recente inzet van LTO Nederland – zowel in brief, gesprek als publiek statement – laat zien dat er nog ruimte is voor inhoud, nuance en bestuurlijke volwassenheid. Die ruimte moeten we benutten. Waarbij ‘we’ nu vooral het bestuur van Utrecht wordt bedoeld en dus aan zet is.

Plaats een reactie