Kringlooplandbouw zonder kunstmest? Wageningse onderzoekers waarschuwden er zes jaar geleden al voor

De discussie over kringlooplandbouw wordt vaak gevoerd alsof er een eenvoudige keuze bestaat: óf kunstmest, óf een volledig circulair landbouwsysteem. Maar die tegenstelling is volgens Wageningse onderzoekers Gerard Ros en Wim de Vries kunstmatig. Al in 2020 schreven zij dat een duurzame landbouw juist vraagt om een slimme combinatie van organische mest én minerale meststoffen. Een boodschap die vandaag actueler lijkt dan ooit.

In het vakblad Bodem publiceerden Ros en De Vries in augustus 2020 het artikel Ook kringlooplandbouw kan niet zonder minerale meststoffen. Hun conclusie was helder: kringlooplandbouw betekent niet dat kunstmest overbodig wordt. Integendeel, juist binnen een circulair landbouwsysteem blijft minerale bemesting noodzakelijk om voedselproductie, bodemvruchtbaarheid en milieudoelen met elkaar in balans te brengen.

Die boodschap sluit opvallend goed aan bij het rapport De Nederlandse stikstofcrisis: Van Verwarring naar Verbinding, dat Gerard Ros samen met Wim de Vries en ondergetekende eerder dit jaar publiceerde. Ook daarin staat niet het uitsluiten van technologie centraal, maar juist het combineren van ecologische kennis, innovatieve technieken en goed vakmanschap.

De kringloop is nooit volledig gesloten

Het uitgangspunt van kringlooplandbouw is logisch. Nutriënten die via voedsel of veevoer het landbouwsysteem verlaten, moeten zoveel mogelijk terugkeren naar de bodem. Daarmee worden verliezen beperkt en neemt de afhankelijkheid van primaire grondstoffen af.

Maar volgens Ros en De Vries betekent dit niet dat alle nutriënten automatisch beschikbaar blijven voor de landbouw. Tijdens opslag van mest, verwerking, transport, voedselconsumptie en afvalverwerking gaan grote hoeveelheden stikstof verloren. Bovendien zijn stikstofverbindingen vluchtig of spoelen zij gemakkelijk uit.

Zelfs wanneer alle beschikbare organische reststromen optimaal zouden worden benut, blijft wereldwijd een tekort aan beschikbare stikstof bestaan. Natuurlijke stikstofbinding door vlinderbloemigen kan dat tekort volgens de auteurs niet volledig opvangen. Zonder aanvullende minerale meststoffen zullen gewasopbrengsten dalen, terwijl de wereldwijde voedselvraag juist blijft groeien.

Dat is een belangrijke constatering. Kringlooplandbouw is dus geen systeem zonder externe input, maar een systeem waarin verliezen zo klein mogelijk worden gemaakt.

Kunstmest is niet het probleem

In het publieke debat wordt kunstmest regelmatig neergezet als een belangrijk milieuprobleem. Ros en De Vries plaatsen daarbij een belangrijke kanttekening.

Niet de kunstmest zelf veroorzaakt milieuschade, maar verkeerd gebruik ervan. Wanneer meststoffen op het juiste moment, op de juiste plaats en in de juiste hoeveelheid worden toegediend, kunnen verliezen sterk worden beperkt. Moderne meststoffen maken bovendien steeds vaker gebruik van technieken zoals ureaseremmers, nitrificatieremmers en gecontroleerde afgifte, waardoor de benutting verder toeneemt.

Ook de productie van kunstmest verandert snel. Waar vroeger vrijwel uitsluitend aardgas werd gebruikt, ontstaan inmiddels productiemethoden op basis van groene waterstof en duurzame elektriciteit. Daarmee neemt ook de klimaatbelasting van minerale meststoffen af.

Volgens de auteurs is het daarom niet terecht om kunstmest principieel af te wijzen. De milieuprestatie hangt uiteindelijk af van de totale keten en van de manier waarop de meststof wordt toegepast.

Organische mest is niet automatisch duurzamer

Een tweede opvallende conclusie uit het artikel is dat organische meststoffen niet vanzelfsprekend milieuvriendelijker zijn dan minerale meststoffen.

Veel organische reststromen bevatten een ongunstige verhouding tussen stikstof, fosfaat en andere nutriënten. Daardoor ontstaat gemakkelijk een overschot aan fosfaat terwijl juist stikstof tekortschiet. Bovendien is de stikstof uit organische producten vaak minder snel beschikbaar voor het gewas.

Daar komen praktische aspecten bij. Organische reststromen kunnen ziekteverwekkers, medicijnresten of onkruidzaden bevatten en vragen vaak meer transport en grotere volumes dan minerale meststoffen.

Volgens Ros en De Vries is het daarom onmogelijk om op voorhand te stellen dat circulaire meststoffen altijd beter zijn voor het milieu dan kunstmest. Dat hangt volledig af van de gebruikte technologie en de specifieke situatie.

Maatwerk in plaats van dogma’s

Misschien wel de belangrijkste boodschap van het artikel is dat er geen universeel recept bestaat voor duurzame bemesting.

Een veenweidebedrijf heeft andere behoeften dan een akkerbouwer op kleigrond. Op sommige gronden levert de bodem zelf veel stikstof door mineralisatie, terwijl elders juist aanvullende bemesting noodzakelijk is. Ook verschillen gewassen sterk in hun behoefte aan stikstof, fosfaat en kalium.

Daarom pleiten de auteurs voor vakmanschap in plaats van ideologie. Niet de vraag of een meststof organisch of mineraal is, zou centraal moeten staan, maar welke combinatie leidt tot de hoogste nutriëntenefficiëntie, de laagste emissies en een gezonde bodem.

Dat is precies dezelfde denklijn die terugkomt in Van Verwarring naar Verbinding. Ook daar staat systeemdenken centraal. Niet één maatregel of één techniek vormt de oplossing, maar een slimme combinatie van natuurherstel, innovatie, precisielandbouw, emissiereductie en beter beheer van nutriëntenstromen.

Een bredere les voor het stikstofdebat

Het artikel uit 2020 laat zien dat de huidige stikstofdiscussie soms wordt gevoerd in zwart-wit tegenstellingen die wetenschappelijk weinig steun vinden.

Net zoals kringlooplandbouw niet automatisch betekent dat kunstmest verdwijnt, betekent natuurherstel niet automatisch dat landbouw moet verdwijnen. De uitdaging is veel complexer.

Juist daarom pleit Van Verwarring naar Verbinding voor een integrale benadering waarin ecologie, landbouw, technologie en economie niet tegenover elkaar staan, maar elkaar versterken. Dat vraagt om maatwerk, regionale verschillen, innovatie én goed onderbouwde wetenschap.

De boodschap van Gerard Ros en Wim de Vries uit 2020 blijkt daarmee verrassend actueel. Niet kiezen tussen kunstmest of kringlooplandbouw, maar zoeken naar de optimale combinatie. Niet denken in tegenstellingen, maar in verbinding.

Misschien is dat wel de belangrijkste les voor het gehele stikstofdossier. Duurzame landbouw ontstaat niet door één instrument of één ideologie centraal te stellen. Zij ontstaat door vakmanschap, wetenschap en innovatie met elkaar te verbinden. Precies zoals ook het rapport Van Verwarring naar Verbinding bepleit.

Plaats een reactie