Kabinet bouwt een nieuw landbouwstelsel, maar laat Nederland voorlopig op slot

Na maanden van overleg ligt de stikstofbrief van minister Van Essen eindelijk op tafel. Op het eerste gezicht oogt het als een omvangrijk en ambitieus pakket. Twintig miljard euro, nieuwe emissiedoelen, bufferzones, bedrijfsplafonds, grondgebondenheid, natuurherstel en een compleet nieuw systeem voor de landbouw.

Maar na zorgvuldige bestudering blijft één fundamentele vraag overeind:

Hoe komt Nederland hiermee daadwerkelijk van het stikstofslot af?

Het eerlijke antwoord is dat die doorbraak in deze brief nauwelijks wordt geleverd.

Sterker nog: veel van de voorgestelde maatregelen lijken eerder een nieuw landbouwbeleid te zijn dan een oplossing voor het juridische vergunningenprobleem.

De KDW-doelstellingen verdwijnen… maar verandert juridisch vrijwel niets

Het kabinet presenteert trots dat de Kritische Depositiewaarde (KDW) uit de wet verdwijnt.

Dat klinkt spectaculair.

In werkelijkheid verdwijnt alleen de wettelijke doelstelling voor 2030 en 2035.

Bij iedere vergunningaanvraag blijft de Habitatrichtlijn gewoon gelden. Er moet nog steeds worden aangetoond dat een project geen significant negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. De huidige AERIUS-berekeningen blijven dus voorlopig gewoon uitgaan van een rekenondergrens van 0,005 mol.

Met andere woorden:

De KDW verdwijnt als beleidsdoel, maar niet als juridische werkelijkheid.

Daar komt nog iets bij.

Alle provincies hebben inmiddels nieuwe Natuurdoelanalyses (NDA’s) vastgesteld voor de komende jaren. In vrijwel al die analyses wordt overschrijding van de KDW nog steeds gebruikt als belangrijke indicator voor een ongunstige staat van instandhouding.

Die documenten blijven gewoon de komende zes jaar gebruikt worden.

De juridische praktijk verandert daardoor voorlopig nauwelijks.

De echte sleutel wordt opnieuw uitgesteld

De grootste teleurstelling is misschien wel de rekenkundige ondergrens (RKO).

Juist deze maatregel kan duizenden vergunningprocedures eenvoudiger maken.

Toch schuift het kabinet de invoering opnieuw door naar uiterlijk eind 2027.

Als argument wordt aangevoerd dat eerst juridische borging nodig is.

Dat is moeilijk te volgen.

Een rekenkundige ondergrens is in essentie geen politieke of juridische keuze, maar een wetenschappelijke. De vraag is vanaf welk niveau een modelberekening statistisch nog betekenis heeft. Dat is een vraag uit de wiskunde, statistiek en modelleerwetenschap.

Juist daarom hebben professor Arthur Petersen, de landsadvocaat en inmiddels ook meerdere onafhankelijke wetenschappers aangegeven dat een wetenschappelijk onderbouwde ondergrens verdedigbaar is.

De discussie zou dus moeten gaan over de juiste wetenschappelijke waarde — bijvoorbeeld 1 mol of zelfs hoger — en niet over jarenlange juridische procedures.

Opvallend is bovendien dat de brief een echte drempelwaarde helemaal niet meer noemt.

Dat is vreemd.

Een rekenkundige ondergrens is een wetenschappelijke correctie op een model.

Een drempelwaarde is juist een bestuurlijke keuze. Duitsland hanteert al jarenlang een rekenkundige ondergrens van circa 21 mol per hectare per jaar en een drempelwaarde van 3% van de KDW, en deze systematiek is uiteindelijk door het Europese Hof geaccepteerd.

Juist daar had Nederland politieke keuzes kunnen maken.

Bufferzones: veel geld, weinig effect

Een tweede grote vraag betreft de bufferzones.

Het kabinet kiest voor zones van 500 en zelfs 1000 meter rond Natura 2000-gebieden.

Wetenschappelijk is dat moeilijk te verdedigen.

Uit metingen blijkt juist dat het grootste deel van de ammoniakdepositie uit een individuele bron plaatsvindt binnen enkele honderden meters.

Buiten ongeveer 250 meter wordt het effect van één individueel bedrijf steeds moeilijker aantoonbaar. Daarom schrijven we op stikstofinfo.net altijd “250 tot 500 meter”

Waarom dan zones van 500 of zelfs 1000 meter?

Dat betekent dat enorme bedragen worden uitgegeven aan bedrijven waarvan nauwelijks kan worden aangetoond dat zij bijdragen aan het probleem waarvoor ze worden aangepakt.

Wanneer zonering al noodzakelijk zou zijn, ligt een veel logischere benadering voor de hand: uitgaan van stikstofgevoelige habitattypen op hexagoonniveau. In veel gebieden zouden bufferzones dan grotendeels binnen de grenzen van Natura 2000 blijven.

Dat is ecologisch veel beter te onderbouwen én aanzienlijk goedkoper.

Innovatie wordt genoemd, maar is nauwelijks mogelijk

Volgens het bekende “trappetje van Remkes” kunnen boeren kiezen uit innovatie, extensiveren, verplaatsen of vrijwillig stoppen.

Dat klinkt mooi.

In de praktijk blijkt vrijwel iedere route afgesloten.

Innovatie vereist meestal een nieuwe vergunning.

Juist die vergunning kan niet worden verleend.

Daarnaast staan vrijwel alle innovatieve stalsystemen inmiddels juridisch onder druk doordat hun emissiereducties worden aangevochten.

Voorlopers die vóór 2019 al fors hebben geïnvesteerd profiteren bovendien nauwelijks. Hun reducties tellen immers al mee in de referentiesituatie.

De beloning voor innovatie is daarmee opvallend klein.

Verplaatsen is juridisch nauwelijks eenvoudiger.

Een nieuw bedrijf op een andere locatie betekent immers opnieuw een vergunning met nieuwe depositie.

Ook extensiveren is voor het grootste deel van de sector economisch nauwelijks haalbaar.

Voor een kleine nichemarkt misschien wel.

Voor duizenden reguliere bedrijven niet.

Wanneer deze drie routes vastlopen blijft uiteindelijk vooral één optie over:

vrijwillige — of uiteindelijk onvrijwillige — beëindiging. Kortom, dat is de beleidsfuik van onze jonge minister blijkbaar!

Bedrijfsplafonds zonder zekerheid

Opvallend is ook dat de aangekondigde emissieplafonds nog helemaal niet bekend zijn.

Boeren weten dus nog steeds niet welke norm straks voor hun bedrijf gaat gelden.

Er wordt verwezen naar Best Beschikbare Technieken (BBT).

Maar ook dat begrip lijkt langzaam te veranderen.

BBT betekende traditioneel dat technieken breed beschikbaar, economisch haalbaar en door meerdere leveranciers aangeboden moesten worden.

Wanneer slechts één leverancier beschikbaar is, de investeringskosten enorm zijn en bovendien een zwaardere netaansluiting noodzakelijk is, wordt het lastig om nog van economisch haalbare BBT te spreken.

Daar zal de komende jaren ongetwijfeld veel juridische discussie over ontstaan.

De evaluatie is al ingepland voordat het systeem draait

Misschien wel het meest opmerkelijke onderdeel van de brief is de planning.

De RKO komt op zijn vroegst eind 2027.

Gebiedsprocessen moeten nog starten.

Bedrijfsplafonds moeten nog worden vastgesteld.

Vergunningprocedures duren tegenwoordig gemiddeld ongeveer zeven jaar.

Dat betekent dat veel ondernemers pas rond 2034 daadwerkelijk met nieuwe vergunningen en innovaties aan de slag kunnen.

Een jaar later moeten de doelen al gehaald zijn.

Worden ze niet gehaald?

Dan volgen aanvullende maatregelen, afroming van rechten of uiteindelijk zelfs ingrijpen in vergunningen.

Dat risico is feitelijk nu al ingebouwd.

Mest, GVE en stikstof worden opnieuw door elkaar gehaald

Tenslotte kiest het kabinet voor een merkwaardige combinatie van stikstofbeleid, mestbeleid en grondgebondenheid.

Normen voor grootvee-eenheden per hectare zijn misschien relevant voor mest en waterkwaliteit, maar zeggen weinig over ammoniakemissies.

Hetzelfde geldt voor voorgestelde afstandsnormen voor mestafzet.

Dat zijn beleidskeuzes die thuishoren binnen het mestbeleid, niet binnen een juridische stikstofaanpak.

Ook de expliciete voorkeurspositie voor biologische landbouw roept vragen op.

Biologisch kent belangrijke voordelen op het gebied van biodiversiteit en dierenwelzijn.

Maar als uitsluitend naar ammoniakemissies wordt gekeken, is biologisch zeker niet automatisch de laagste-emissieroute.

Conclusie

Deze stikstofbrief bevat onmiskenbaar enkele goede elementen.

Meer aandacht voor natuurbeheer is verstandig.

Ook het loslaten van de KDW-doelstelling als wettelijke doelstelling is een stap vooruit.

Maar uiteindelijk blijft de kernvraag onbeantwoord.

Hoe krijgt Nederland weer vergunningen verleend?

Juist op dat punt blijven de belangrijkste instrumenten uitgesteld of onbenut.

De rekenkundige ondergrens wordt opnieuw vooruitgeschoven.

Een bestuurlijke drempelwaarde verdwijnt volledig uit beeld.

Innovatie blijft juridisch vastlopen.

En ondertussen wordt een kostbaar nieuw landbouwstelsel gebouwd waarvan nog onzeker is of het juridisch standhoudt.

Twintig miljard euro investeren zonder eerst het juridische fundament op orde te brengen is een groot risico.

Nederland dreigt daarmee niet uit het stikstofslot te komen, maar een nog ingewikkelder systeem op te bouwen waarin boeren, bouwers én natuur uiteindelijk opnieuw de rekening betalen.

Plaats een reactie

Eén reactie

  1. markus Haneveld Avatar
    markus Haneveld

    ik zie niet waarom die € 20 miljard een ” investering” genoemd mag worden. Het zijn gewoon kosten om te voorkomen dat er teveel NH3 op de natuur neerslaat. Bovendien blijft het onmogelijk voor ondernemers om te investeren in uitstootvermindering. Immers er kunnen geen vergunningen worden verstrekt.

    Like