Dit is een ingezonden artikel van Rene de Jong.
Overheid en juristen van boeren vragen ten onrechte vergunningen aan. Vooral voor PAS-melders is dat niet nodig. Dat betoogt Rene de Jong, melkveehouder in Hoornsterzwaag.
Het hebben van een NB-vergunning wordt momenteel als veilig gezien. Veilig omdat je met dit document je aantallen vee mag houden en je richting de financier aan hun afvinklijstje kunt voldoen. Wat deze NB-vergunning waard is met de komende reductie-voorstellen moet nog blijken en hangt vooral af van hoe deze voorstellen in wetgeving wordt omgezet.
Ook zijn er al vergunningen die geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken door procederen van de MOB. Hoe dit kan staat onder andere in deze uitspraak. In simpele taal: als je een NB-vergunning aanvraagt, dan verklaar je ook dat jouw bedrijf effect heeft op betreffend gebied en daardoor kan je vergunning geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.
Waarom een NB-vergunning
Bij aanvraag van een bouwvergunning of uitbreiding van vee moet je volgens de provincie al bij een door Aerius voorspelde depositie van 0,005 mol zo’n NB-vergunning aanvragen. De provincies baseren zich hierbij op de Handreiking Voortoets Stikstof (HVS).

Echter in de voortoets zelf staat niet dat bij de uitkomst 0,005 mol, maar bij een mogelijke verhoging van de achtergrond depositie een passende beoordeling gemaakt moet worden: ‘Dit betekent kort gezegd dat het plan of project niet leidt tot een depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde (bijna) wordt overschreden.’
Geen effect tot 18 mol
Uit TNO rapporten, de 25 km-uitspraak en de notitie Hoekman blijkt dat de uitkomsten van Aerius een geheel andere betekenis hebben. Dat Aerius niet echt geschikt is om een dergelijke microhoeveelheid (0,005) uit te rekenen zijn de meesten het wel over eens, echter hier mee om gaan is blijkbaar lastig.
Aerius kan namelijk geen uitspraken doen als 0,005 of 1 mol verhoging. Een voorspelde uitkomst van Aerius tot 18 mol is niet te onderscheiden van nul. En een depositie die niet te onderscheiden is van nul kan onmogelijk significante effecten veroorzaken. De aanname in de voortoets dat 0,005 significant effect kan veroorzaken is daarom meer dan een beetje onzin.
PAS-melders en vergunningen
Bedrijven die een melding hebben moeten doen onder de PAS hebben per definitie géén NB-vergunning nodig, zij hebben een voorspelde depositie van maximaal 1 mol en dit betekend dat zij onmogelijk voor een verhoging van de achtergronddepositie kunnen zorgen.
Dit betekent ook dat additionaliteit niet aan de orde is. Dat blijkt ook uit de 25 km uitspraak. De Raad van State oordeelde in deze uitspraak: dat zijn maatregelen volgens Art 6 lid 1& 2 van de HRL en dus niet voor individuele gevallen die géén NB-vergunning nodig zijn.
Juristen van PAS-melders houden sector in de greep
Nagenoeg alle juristen of adviseurs van PAS-melders vragen een NB-vergunning aan. Ze verklaren hiermee dat de bedrijven van hun cliënten significant effect hebben maar dus ook dat additionaliteit aan de orde is. Dit betekent dat de gehele sector moet leveren voor bedrijven die feitelijk géén NB-vergunning nodig hebben.
De plannen van de minister zijn immers gericht op het ‘vlot trekken van de vergunningverlening’ ook op verzoek van de sector zelf.

Legalisering PAS-melders onmogelijk
Uit recente uitspraken van het Hof blijkt dat legalisering in ‘natura’ onmogelijk is wegens strijdigheid met Art 6 lid 3.Met ‘natura’ wordt in deze uitspraak bedoeld een NB-vergunning. Dat deze nodig is, was door de betreffende boer (appellant) ook zelf aangegeven.
Ook was er door de boer ten tijde van de PAS niet bestreden, dat er een Nb-vergunning nodig was. Op zich is dat begrijpelijk, omdat we toen veel minder wisten over de uitkomsten van Aerius.
Met spoed legaliseren
Uit een andere uitspraak die recent ‘gewonnen’ werd door SSC komt naar voren dat de verzoeken tot legalisatie, die zijn ingediend via het digitale portaal mijn.rvo.nl, moeten worden gezien als een gewone vergunningsaanvraag en om die reden alsnog in behandeling genomen moeten worden.
Wat door alle PAS-melders ook bij dit portaal is ingevuld is dat “Ook in deze gevallen is desgevraagd bevestigd dat een vergunning nodig is.” De optie ‘géén Nb-vergunning nodig’ stond er blijkbaar niet tussen.
De juristen laten dus telkens de kans liggen om de noodzaak van de NB-plicht te betwisten in hun strijd om maar een Nb-vergunning te bemachtigen. Een strijdt dus waarmee een (fatale) verklaring wordt afgegeven. In alle uitspraken staat ook standaard de zin: “niet in het geding is dat bedrijf x significante invloed heeft op gebied y”
Collectieve waanzin
Door deze eis van nagenoeg alle PAS-melders zitten we dus opgescheept met de voorstellen van de minister, voorstellen die notabene uit de sector zelf komen en betekenen dat de sector mag halveren voor bedrijven die géén enkele invloed kunnen hebben. Dit kan gerust vergunning verslaafd worden genoemd.
Laatste toevoeging inzake Brabantse pluimveehouders
Door het hebben van een NB-vergunning zijn ook de 5 pluimveehouders de sigaar.
Het betekent namelijk dat ook deze pluimveehouders een ‘verklaring’ significant hebben ingeleverd (lees NB-vergunning).
Hierdoor oordeelt de rechter dat maatregelen conform Artikel 6 tweede lid HRL kan inhouden INTREKKEN of beperken van een vergunning zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid van de Wet natuurbescherming. Het wordt namelijk gezien als PASSENDE MAATREGEL.
Het is dus niet het uitblijven van ‘maatregelen’ maar het niet bestrijden van de vergunningplicht die zorgt voor deze taferelen.
Rene de Jong, melkveehouder in Hoornsterzwaag

Plaats een reactie