Zelden lees je een interview uit onverwachte hoek dat zo helder en evenwichtig de vinger op de zere plek legt als het recente stuk met Rob de Wijk. Zijn oproep om te stoppen met het “uitkleden” van een sterke agrosector raakt aan een kern die in het stikstofdebat vaak ontbreekt: strategisch denken. De Wijk plaatst landbouw niet in een smalle milieukaders, maar in de bredere context van geopolitiek, voedselzekerheid en kennisontwikkeling. Dat is verfrissend en nodig. Juist in een tijd van internationale onzekerheid is het verstandig om te erkennen dat Nederland met zijn agro-foodsector geen achterstandsprobleem heeft, maar een strategisch voordeel dat zorgvuldig moet worden ingezet.
In de huidige discussie rond stikstof en landbouw ontbreekt te vaak een heldere blik op wat er werkelijk op het spel staat voor Nederland en Europa. Terwijl veel energie gaat naar het reduceren van emissies en het terugdringen van veestapelgrootte, wordt het strategisch belang van een sterke en innovatieve agro-foodsector onvoldoende gezien. Hoogleraar en strateeg Rob de Wijk wijst er terecht op dat we hiermee niet slechts een milieuvraagstuk behandelen, maar een cruciale pijler van onze kennis- en productiebasis onder druk zetten.
Nederland heeft zich decennialang ontwikkeld tot een wereldwijd toonaangevende landbouw- en voedselproducent, niet alleen in termen van kwantiteit maar vooral in kwaliteit en technologische innovatie. Die positie maakt ons niet alleen economisch sterk, maar biedt ook kansen om in een veranderende geopolitieke wereld een rol van betekenis te behouden. De landbouw levert jaarlijks tientallen miljarden euro’s aan waardecreatie en biedt werk aan een substantiële groep mensen, van boeren tot onderzoekers en toeleveranciers. Die economische en sociale structuur moet je niet vrijblijvend behandelen als een lokaal dossier — het is een fundament van onze welvaart.
Het debat over stikstof dreigt vast te lopen in technisch-juridische discussies terwijl de brede maatschappelijke en internationale context ondergesneeuwd raakt. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen en het verschuiven van wereldhandelsstromen maken voedselzekerheid en technologische voorsprong tot strategische thema’s. Een veerkrachtige landbouwsector versterkt onze positie niet alleen op het gebied van voedselproductie, maar ook als exporteur van kennis, technologie en waardeketens. Daarmee kun je in wereldmarkten relevante allianties vormen en afhankelijkheidsrelaties benutten in plaats van te vrezen.
In plaats van de sector verder te verkleinen, is het veel zinvoller om na te denken over hoe we innovatie en ondernemerschap versterken, hoe we boeren faciliteren in het bereiken van emissiedoelen met méér ruimte voor eigen oplossingsvermogen, en hoe we onze agro-foodcluster als strategisch instrument inzetten in internationale verhoudingen. Juist door de combinatie van duurzaamheid, efficiency en economische kracht kunnen we Nederland en Europa robuust maken tegen mondiale schokken.
Dat vraagt om een beleid dat verder kijkt dan lokale emissiecijfers en de verbinding legt met lange-termijnvisie op voedselzekerheid, technologische ontwikkeling en internationale concurrentiekracht. We moeten erkennen dat een sterke landbouwsector méér is dan een producerende sector: het is een bron van innovatie, een motor van export en een strategische troefkaart in een wereld die continu verrijst en verschuift.

Plaats een reactie